Archief van
Tag: zorg

Terugspelen

Terugspelen

Het is vijf jaar geleden dat we ons huis voor de tweede keer ingrijpend hebben verbouwd. Bij een lustrum hoort een beetje terugkijken en dus heb ik besloten –in overleg met mijn bloglezers- om de columns uit die tijd opnieuw uit te brengen. De eerste van de serie vind je hier.
Bij het opnieuw publiceren van deze stukken kijk ik zelf ook een beetje achteruit. De verbouwing is een drukke periode geweest waarin we acht maanden met elkaar in de schuur hebben gewoond. Met een lach en met een traan. Mijn gezin en mijn moeder, destijds ook onze buurvrouw. De woonschuur waarvan de vloer telkens onder water kwam te liggen omdat we in 2011 de natste zomer ooit hebben beleefd. Er was een dag in augustus waarin ik acht (!!!) keer met de waterstofzuiger in de weer ben geweest om het wassende water, dat ons aan de enkels stond, op te zuigen. Even tussendoor vanuit mijn werk, dat uiteraard ook gewoon doorging.
Na de verbouwing was de vreugde van korte duur want mijn moeder mocht maar kort van haar nieuwe huisje genieten. Negen maanden hebben we zorgeloos gewoond, waarna ze ziek werd en we haar thuis verpleegden. Tot aan haar dood, waarna de mantelzorg naadloos overging op de andere moeder, de schone moeder, bij wie Alzheimer werd geconstateerd.
De sneltrein in mijn leven is door blijven denderen en nu pas, tijdens het herschrijven van de columns, vraag ik me af hoe ik het allemaal voor elkaar heb gekregen. Hoe het komt, dat ik blijkbaar een geest heb als een trampoline. Uitermate rekbaar en meeverend. Hoewel dat eerlijk gezegd niet altijd zo voelt want sinds de verbouwing en het papierwerk dat eraan voorafging, is de piekerantenne nog niet echt uit geweest. En ze kan voorlopig ook niet uitgezet want het verhaal van mijn schone moeder en haar Alzheimer is nog lang niet klaar.
Hoewel het niet meer verantwoord is, woont mijn schoonmoeder nog thuis. De gezondheidszorg is autonoom ingericht. Dat wil zeggen dat mensen zo lang mogelijk de regie over eigen lijf en leven mogen houden. Dat is goed nieuws en waterdicht geregeld voor personen die in staat zijn om een beslissing over eigen leven en ziekte te nemen en daarnaast ook in staat zijn, om de gevolgen ervan te overzien. Mijn schone moeder kan dat helaas niet meer, heeft het overzicht over zichzelf en haar omgeving verloren. Daardoor vormt ze helaas een gevaar voor zichzelf en voor haar omgeving. Het begrip autonome zorg is daardoor angstaanjagend en hartverscheurend geworden.
Verschillende instanties zijn inmiddels -langs elkaar heen- druk doende met een gedwongen uithuisplaatsing van de schone moeder. Zulks gaat na tussenkomst van de rechter en pas nadat onderzoek is gedaan door twee psychiaters. De vooruitzichten wijzen niet op voortgang in dit proces. Ergens is iemand vergeten om de tweede psychiater in te schakelen en dus blijft het gevaar voor mijn schone moeder nog een tijdje voortsudderen.
Het is om moedeloos van te worden want hoewel onze telefoonnummers bij elke hulpverlener bovenaan in de klapper staan genoteerd hebben wij als mantelzorgers nog weinig te vertellen. Toch zetten we door en trekken aan elke bel want net als met de verbouwing destijds is opgeven geen optie. De uithuisplaatsing van de schone moeder is geen kwestie meer van iets willen maar is pure noodzaak.
Vijf jaar geleden had ik niet geloofd dat ik ooit hardop zou kunnen schateren om het betonverhaal en toch gebeurt dat tijdens het herschrijven regelmatig. Tijd heeft de wonden geheeld en er hoop voor teruggegeven. Wanneer ik terugkijk op het zorgen voor mijn moeder levert het me niet meer alleen maar huilbuien op, steeds meer komen er kleine terugspeelfilmpjes in mijn hoofd tevoorschijn die me eraan helpen herinneren, dat het goed is, zo.
Hoe bezorgd ik momenteel ook ben over het welzijn van mijn schone moeder, soms kan ik nog vreselijk om en mét haar lachen. Ondanks haar Alzheimer krijgt ze het nog steeds voor elkaar om zorgverleners figuurlijk het bos in te sturen. In haar eentje is ze in staat om de planning van een complete thuiszorgorganisatie én de thuisprikpost in de war te schoppen. Tussen ons gezegd en gezwegen vind dat best een beetje knap.

Wensdag

Wensdag

De maand februari komt eraan. Dat was voorheen een fijne maand want eenmaal vier weken doorgewalst werd het lente. Dit jaar vind ik het niet zo geweldig. Over afzienbare tijd is het een jaar geleden, dat mams op haar verzoek mocht overgaan. En terwijl ik dit schrijf, gaat het niet zo goed met mijn andere moeder. Mijn schoonmoeder.
Al bijna achtentwintig jaar mijn andere moeder. Destijds waren we niet zo enthousiast maar dat kwam van twee kanten. Laten we zeggen, dat het wennen was. Een meisje van zestien als nieuwe schoondochter krijgen, terwijl je een gezin hebt met volwassen kinderen die zelf ook al kinderen hebben. Al twee keer grootmoeder zijn, met een derde onderweg. Ik was twaalf jaar jonger dan de oudste zoon en veertien jaar ouder dan het oudste kleinkind.
Daarnaast kwam ik uit een nest met twee oudere ouders die zeer voorzichtig met mij waren, het enig kind. Ik werd nogal beschermd opgevoed. Het nestje waar mijn lief uit tevoorschijn kwam kende niet alleen meerdere personen maar ook meer reuring. Het was wennen, op en aan alle fronten. Maar het kwam goed. Niet voor niets hebben lief en ik tijdens de Eerste Grote Verbouwing (1991-1994) tot ieders tevredenheid bij mijn schoonouders ingewoond.
Ik wil en kan niet teveel uitweiden over de gezondheidstoestand van mijn schoonmoeder. De rek is eruit en haar reuma eist een hoge tol. Er is veel pijn en niet uitsluitend vanuit de reumagroep. Ook daar kan ik niet teveel over vertellen. Mijn terughoudendheid om erover te schrijven heeft met allerlei redenen te maken, waarvan privacy de belangrijkste is. Met name die van mijn schoonmoeder.
Bij mams lag dat anders, zij was immers van mij en zodoende mocht ik haar met iedereen delen. In het leven van mijn andere moeder ligt dat anders. Ik zal niet beweren, dat ik moet opletten met wat ik schrijf maar een zekere vrijheid in het neerpennen van mijn zorgbelevenissen met mijn andere moeder, heb ik niet.
Inmiddels zijn er meerdere raakvlakken en vergelijkingen te trekken in de zorg met mijn moeder destijds, dat het af en toe niet alleen bikkelen en afzien is, maar ook pijnlijk om te zien dat sommige instanties geen lering trekken uit hun fouten. Na een jaar kan ik simpelweg concluderen dat er niets veranderd is in de zorg.
Communicatie met thuiszorg, artsen en verpleegkundigen is onverminderd bureaucratisch en nog immer doorspekt van een zekere arrogantie.
Laat ik het verhaal van mijn andere moeder daarom voorlopig maar simpel houden. Soms is het huilen geblazen. Voor ons allebei, omdat we schrikken van het tempo waarin de reuma zich laat gelden. Op andere dagen gaat het gelukkig weer wat beter.
Het mantelzorgen op de woensdag is overigens niet alleen maar treurig, want huilen met reuma, pijn in je handen die een mok koffie vasthouden en tegelijkertijd ook je neus even willen snuiten gaat niet en dus valt er ook regelmatig wat te lachen.
Na de koffie pak ik meestal de was in, smeer nog een boterhammetje met kaas of jam en kijk haar huisje rond op zoek naar overige klusjes. Meestal vertrek ik daarna op mijn bloemenfiets, die ooit de hare was. (Kind! Die wàstassen in dat kràtje. Gáát dat?)
Beiden verkeren we in de wetenschap, dat ik nooit echt ver weg ben en het altijd weer gauw woensdag wordt.
Onze mantelzorgwensdag.