Archief van
Tag: zelfvertrouwen

Wereldcup

Wereldcup

Soms moet er een nieuwe komen. Een BH, een voorgevelhouder. Meestal stel ik het uit, want ik houd niet van kleding passen. Alles moet uit, het gemiddelde pashokje is al gauw te klein en het licht is genadeloos wanneer het om je lijf gaat. Vooral wanneer je leeftijd een hoger getal heeft dan je schoenmaat.

Vol goede moed ga ik op zoek naar de lokale lingerieboer. Die vind ik en al gauw struin ik door de rekken. Onder het mom “spreid je risico’s” neem ik verschillende kleuren, modellen en maten mee naar het pashokje. Direct krijg ruzie met het gordijntje want dat wil niet. Van links naar rechts trekken, andersom duwen, het maakt niet uit, het blijft een tekort.

Eenmaal van de boze buitenwereld afgeschermd merk ik dat het licht met me spot. Ik ontdek tot nu toe onbekend gebleven schaduwen op mijn bovenbenen. Een maanlandschap is ontstaan, voortaan kan ik moonwalken. In de spiegel kijken maakt me niet gelukkig. Mijn vormen zijn van iemand anders geworden. Onder mijn met tattoo opgeleukte arm die ooit gespierd was, hangt een zielig kippenvelletje. Ik vraag me af, of ik ooit nog spontaan kan zwaaien. Tot overmaat van ramp staat de fundering van mijn voorgevel op instorten.

Welk model en welke maat ik pas, ze doen het niet. Mijn geveldames. Of ik houd ruimte over, of ik krijg het wurgerijtje niet eens dichtgehaakt. Mijn ogen prikken. Hulp vragen durf ik niet, de winkelprinsessen zijn druk met het bespreken van de zaterdagse stapavond. Mismoedig hang ik alles terug en vlucht naar buiten.

Aan de andere kant van het winkelplein zie ik een andere lingerist. Zal ik? Erger kan het immers niet meer worden. De verkoopster komt me tegemoet. Ik heb twee opties. Heldhaftig zelf blijven zoeken, of me aan de genade van de winkeldame overleveren. Ik kies voor het laatste. Misschien kan zij iets van een decolleté terugvinden. Hoopvol kijk ik haar aan. “ Niks is verloren en iedereen is te redden,” zegt ze kordaat.

Ze neemt mijn maten en wat blijkt? Al een tijd blijk ik mijn voorgevel met de verkeerde maat te stutten. Ik heb een heuse C die past bij mijn leeftijd en mijn figuur. Uitbundig prijs ik mezelf voor de ruim vier verstreken rookloze jaren en voor het starten met (gezond) eten. Naarmate ik meer Bh’s pas, word ik steeds vrolijker. Ik durf zelfs te fluiten in mijn pashokje. In de winkel hoor ik de verkoopster tegen een collega zeggen dat het nemen van de goede maat een mens compleet gelukkig kan maken. “Amen,” zucht ik zachtjes.

Uiteindelijk koop ik enkele felgekleurde lingeriesets. De inhoud van mijn portemonnee slinkt ernstig maar mijn zelfvertrouwen stijgt daarentegen in een niet bij te houden tempo. Minstens vijf jaar jonger geworden fiets ik vrolijk terug naar huis, mijmerend van de jurkjes en truitjes mét die ik deze zomer zal aantrekken. Grijnzend bedenk ik, dat de wereldcup deze zomer blijkbaar dus toch ergens in Nederland terecht is gekomen.

Leergang

Leergang

Meer dan veertig jaar geestelijke achterstand wegwerken. Dat klinkt zwaar en toch is het vrij gemakkelijk. Sinds ik me in het onderwerp HSP ben gaan verdiepen kom ik thuis en regent het kwartjes, ter hoogte van een jaarsalaris.
Soms komt er verdriet om de hoek kijken want wat had ik dit graag eerder geweten. Het had een hoop gebeurtenissen in mijn leven anders kunnen laten verlopen. Correctie: ik had er op een andere, meer ontspannen manier mee kunnen omgaan.
Ik lees, nee, verslind boeken van Antoine van Staveren, Annek Tol en Ilse Sand. Gegierd van het lachen heb ik om de herkenning van een beschrijving van HSP in werk en beroepen. Daarnaast heb ik hartelijk gegrinnikt om het feit waarom ik zo’n ontzettende (bloed)hekel heb aan op vakantie gaan met de auto.
Tegelijkertijd leer ik wat de reden is waarom ik niet meer wil rijden in onze schakelbak terwijl ik het automaatje van #MissAlzheimer omarm. Mijn gegronde hekel aan het werkwoord moeten, krijgt een natuurlijk plekje. Mijn hypernervositeit wanneer ik tijdens werkzaamheden op mijn vingers wordt gekeken, is ook zo’n eyeopener.
Mijn levenswekker gaat af. Het is lente in mijn hoofd en in mijn lijf. De energie stroomt en ik bruis. Ik begrijp nu waarom ik op mijn werk de vele neventaken en -klusjes zo verschrikkelijk graag doe en deze niet zou willen missen.
Keerzijde is dat ik nu ook weet waarom ik eigenlijk niet zo geschikt ben voor het werken op een polikliniek. Een vaag “dingetje” waar ik al een aantal jaren tegenaan loop, zonder daadwerkelijk te kunnen benoemen waarom dat zo voelt. De ongeschiktheid komt niet door mijn collega’s, mijn polizusjes, die zoveel geduld met mij hebben en me liefdevol opvangen en begeleiden. Ook de patiënten zijn geen oorzaak want voor hen ben ik namelijk zeer geschikt. Het is het gedoe eromheen.
Telefoons die rinkelen met een patiënt aan de balie die een pen aan je vraagt, terwijl ook de dokter aan je jasje trekt met de vraag of je de vervolgafspraken en de opname voor diezelfde patiënt aan de balie wel hebt geregeld. En oh ja, het spreekuur van vrijdag moet nog even “omgegooid” want er zit een fout in het rooster. Geloof me, op dagen waarop ik spreekuren draai, doe ik mijn uiterste best om halverwege de dag niet te snauwen of in huilen uit te barsten.
Waar ik dacht aan een burn-out of overspanning: daar heeft het niets mee te maken. Ook ligt het niet aan mij omdat ik te stom ben om te kunnen multitasken. Het is heel simpel: met mijn HSP antenne ben ik gewoon niet geschikt om zes dingen tegelijk op afroep te kunnen doen, zoals een gemiddelde doktersassistente dat wél heel goed kan. (Let wel: ik had het graag gekund!) Ik kan heel goed zes klusjes tegelijk doen, wanneer men mij met rust laat en het op eigen kunst, vliegwerk en inzicht mag want dan wordt het nog geweldig ook.
Overal en nergens zijn op het moment dat er een nieuw computersysteem in werking is, dat gaat wel heel goed. Aan knoppen en draadjes draaien, verschillende beeldschermen vertalen. Vindingrijk en snel schakelen. Het brein juicht. Uitleggen waar gegevens voortaan te vinden zijn en waarom. Helpen. Nodig zijn, met zinvol werk. Daarvan krijg ik vleugels, zo weet ik uit de afgelopen week.
Maar als veel personen tegelijk in een drukke omgeving een beroep op mij doen, dan wordt het lastig. Mijn HSP geweten speelt op omdat ik alles aandachtig, tegelijk, deugdelijk en moreel juist wil doen #stopdetijd. Daar zit hem de kneep. In de angst fouten te maken dwaal ik af, mijn aandacht wordt verdeeld en ik raak niet alleen de draad kwijt, maar ook mezelf. Dat veroorzaakt weer gewetensvol gepieker en gepeins over mijn algeheel functioneren, (overigens totaal niet nodig) waardoor ik mezelf nog slechter ga voelen en in een negatieve spiraal beland. Op zulke dagen kom ik gesloopt thuis.
Moeite hebben met werkprocessen waarvan ik vind dat ze veel sneller en efficiënter zouden kunnen verlopen. Afhaken bij zaken die ik niet nuttig of zinvol vind. Omdat ik het hele plaatje al heb gezien en ook heb gezien hoe het anders kan. Maar door de waarnemingen die ik opvang met mijn antenne en de beren onderweg al heb afgeschoten voor ze überhaupt op de weg zouden kunnen verschijnen, loop ik te ver op zaken vooruit en kan ik niemand op mijn weg meenemen. Die antenne is handig, maar leg maar eens aan een ander uit waarom je persé rechtsaf zou moeten slaan in plaats van links, simpelweg omdat je de weg al hebt “gezien”.
Dingen al weten maar dat niet duidelijk kunnen uitleggen. En toch behoefte hebben aan duidelijke, open communicatie. Typisch HSP.
Voorlopig lees ik dus verder. Niet alleen de boeken van ervaringsdeskundigen maar ook materiaal dat is geschreven uit wetenschappelijk oogpunt. Ik verwonder, leer en groei in reusachtig tempo.
Mijn zelfvertrouwen groeit dapper met me mee.