Archief van
Tag: werk

Hixen

Hixen

“Ik ben mn standaardteksten kwijt,” mompelt de dokter verbouwereerd. Ik heb HiX helpdesk dienst en los storingen op. Althans, ik doe erg mn best. “Gewoon midden in mijn spreekuur,” zegt de dokter. “Hoe kan dát nou. Dat HiX ook,” volgt niet veel later.

Ik vraag de dokter of hij de teksten vanmorgen nog heeft gezien. Dat weet hij niet zeker.

Mijn volgende vraag is, of hij wel eens schuift met het beeld. Of met schermen wisselt. Omdat dat per spreekuur/dossier soms beter uitkomt. Ja, zegt de dokter; hij schuift regelmatig heen en weer.

“Ik kom erop terug,” beloof ik de dokter. “Binnen tien minuten.” Ik weet waar de fout zit, maar ik moet even nagaan hoe ik het kan oplossen.

Van bijna alle fouten en verhix-momenten heb ik logjes aangemaakt van de fout, in welk scherm dat gebeurde en… hoe de oplossing luidt. Tweeënhalf jaar ervaring op mn C-schijf, keurig ingedeeld per software module.

Ik hou van mijn autistische bolletje dat graag ordent en altijd op dezelfde manier. Dan hoef je namelijk nooit écht te zoeken. Bovendien zit er altijd een bijpassend plaatje van het probleem in mijn hoofd opgeslagen.

Binnen afzienbare tijd vind ik op de schijf wat ik zoek. Terugbellen of mailen met een uitleg zijn nu niet handig in een druk spreekuur dus snelwandel ik naar de betreffende poli. Het is druk en als voormalig doktersassistent begrijp ik de irritatie als geen ander.

Terwijl de dokter met me meekijkt schuif ik onder toeziend oog van de dokter het scherm voorzichtig heen en weer. Even later verschijnen de standaardteksten weer in beeld. Ik laat de dokter ook nog even schuiven en daardoor ziet hij ook hoe het werkt en…wanneer het fout gaat.

Dat vind ik het leukst aan mijn werk. Natuurlijk ook omdat het lukt en daarnaast houd ik van samenwerken met de melder. Zelf zien, zelf doen.

Loslaten is ook verbinden

Loslaten is ook verbinden

Na ruim tien jaar is het gynaecologische en verloskundige doek voor mij gevallen. In 2006 belandde ik zonder enige medische ervaring op de poli gynaecologie. Het examen medisch secretaresse moest nog plaatsvinden terwijl ik na mijn sollicitatie vrijwel meteen voor een logisch vervolg hierop, de opleiding tot doktersassistente, werd ingeschreven. Ik was toch bezig, zat nog volop in een ontwikkelingsflow.
Het meest bijzondere vak van de opleiding tot doktersassistente vond ik het vak omgangskunde. Er werd veel aandacht besteed aan de verschillende manieren waarop je dezelfde boodschap kon overbrengen. Het vak vereiste empathie en de kunst om je in een ander in te kunnen voelen. Destijds voelde het vak als een goed zittende jurk; het paste me precies en zat heerlijk. Begrijpelijk: mijn hsp antenne waarschuwde me precies op tijd wat ik wel en niet kon zeggen. Nadeel was dat ik de antenne toen nog niet herkende en dat hij nog niet goed was afgesteld, zodat ik mezelf veelal te diep in andermans zaken stortte.
In het opleidingsjaar werd ook de schrijver in mij wakker. Mijn stageverslagen werden mijn eerste columns, verpakt als leervertellingen.
Verwonderd was ik, over de verschillende problematiek waarmee onze patiëntenpopulatie zich meldde aan de poort. Niet zelden acuut, soms schrijnend, soms getekend door liefdeloosheid. Er liepen veel jonge vrouwen rond die weinig ouderlijke liefde hadden gekend en dat ter compensatie buiten de deur zochten, veelal zonder bescherming. Meestal meldden zwangerschap en SOA zich tegelijkertijd.
Verwonderd was ik ook door de geboortes waar ik bij aanwezig mocht zijn. Uiteraard met toestemming van de aanstaande moeders. De bevalling met ruggenprik, die zo ontspannen en doorspekt met humor verliep dat ik me afvroeg wat er niet klopte, of ontbrak. Even later viel het kwartje. Precies, er was geen schreeuwende vrouw in barensnood, er was slechts een serene rust, die eventjes werd onderbroken door het persen.
Mooi was ook de beleving van een keizersnede op de operatiekamer, waarbij een bijzonder groot jongetje geboren moest worden maar die zijn warme woning niet wilde verlaten. Hij kwam maar niet tevoorschijn maar hij moest want zijn navelstreng zat reeds drie keer om zijn nekje gewikkeld. Gelukkig kwam het goed en liet het mannetje met een luide schreeuw weten dat hij er zou zijn.
Er kwamen oudere dames op de poli, die in de loop der tijd ouder werden en niet meer met de bus kwamen maar met het busje werden gebracht. Langzaam schuifelden ze naar binnen, waarbij de dokter zich in het tempo van de patiënt aanpaste. Het was liefdevol om te zien.
Sommige oudere dames kwamen helemaal niet meer: een gemis. Met name de mevrouw, die als stewardess op een Amsterdamse rondvaartboot werkte en die vier talen sprak. Ze was op dezelfde dag jarig als ik, het schepte een band.
Deze week trok ik de deur dicht, na mijn laatste werkdag op de poli, in de wetenschap dat het goed is, zo. De afgelopen jaren waren mooi, moeilijk, soms vervelend, uitermate leerzaam en hier en daar ronduit hilarisch. Van een huppelende ex-verzekeringsdertiger werd ik volwassen op de poli. Ook werd ik hier een wees. Zonder mijn polizusters had ik de periode, waarin ik mijn moeder thuis heb verpleegd, nooit kunnen volbrengen zoals het geweest is. Daarvoor zal ik ze mijn leven lang dankbaar zijn, evenals voor het vertrouwen dat ze mij door de jaren heen hebben gegeven.
Het is tijd om los te laten. Gedeeltelijk dan want mijn werkplek is slechts een etage van de polizusters verwijderd. De opleiding doktersassistente leerde mij destijds omgangskunde; de poli zelf leerde mij om op de juiste manier van mensen te houden, om mensen te respecteren en in hun waarde te laten en het feit dat ik mensen alleen kan helpen, wanneer ze dat zelf toestaan.
Nog steeds houd ik van mensen en tegelijkertijd ben ik de loop der jaren van computers en van systemen gaan houden. Op mijn nieuwe werkplek help ik de bijzondere combinatie van mens en computer graag uit hun soms benauwde omhelzing, zodat ze samen beter hun werk kunnen doen.