Archief van
Tag: vroeger

Nu is later, straks

Nu is later, straks

Voorzichtig manoeuvreer ik met mijn fiets met bloemenbak voorop langs de geparkeerde auto’s in de straat waar de oude basisschool van zoon is gevestigd. Blijkbaar is een continurooster ingevoerd want op de tijd waarop ik vroeger nog even snel een boodschap kon halen heeft zich een kwetterende massa gevormd -met smartphones in de ouderlijke hand of aan het ouderlijk oor – rond de deuren van het schoolplein.
Op het plein zelf rennen kleutertjes in gekleurde kleertjes opgetogen naar hun ouders, met soms in hun kielzog een medekleutertje. Dat wordt kleuren zo meteen, of buiten spelen, het kan zomaar van alles zijn, op de leeftijd van vier en vijf jaar is het leven nog een sprookje, is het gras torenhoog en elke zandheuvel een avonturenberg.
Even gaan mijn gedachten terug in de tijd, zie ik mijn kleine blonde kleuter onvermoeibaar rondrennen, met een grote grijns op zijn gezicht. Wat kon hij rennen en vliegen. Onvermoeibaar was hij, in tegenstelling tot zijn moeder. Vertederd kijk ik naar de bewegingen van het kleine grut, dat in bakfietsen klautert en kwetterend naar huis wordt vervoerd. Ze doen me denken aan kleine blije vogeltjes, licht ven veren en gewicht, niet gehinderd door menselijke negativiteit en vrij van jammerlijk gezever.
Wat jammer eigenlijk, dat je dan als kleutermoeder zo vaak met andere dingen bezig bent. Bezig moet zijn. Bijvoorbeeld met de keus voor het avondmaal en hoe dat op tafel komt. Doende met het halen en brengen van en naar clubjes. Snelle boodschapjes die nog even moeten. Geen zin hebben in juist dat ene kleutertje waarmee je kind enthousiast komt aangezeuld en die toch echt, heus moet komen meespelen.
Wat is het hard gegaan. In vogelvlucht. Mijn eigen kleuter is inmiddels volwassen geworden, is een halve meter langer dan ik, heeft de ogen van zijn vader en de vele glimlachen van mijn moeder, waarmee hij nogal eens een potje breken kan.
Terwijl ik vertederd kijk naar het kleine grut wat over en van het schoolplein dendert, voel ik met wat weemoed de jaren verglijden. Een ding weet ik zeker: de huidige moeders die nu op het schoolplein staan kunnen niet half de intensiteit van dit schoolplein beleven zoals ik het nu ervaar. Met een vleugje weemoed, overgoten met een sausje van spijt omdat het allemaal zo snel voorbij is gegaan.
Zo gaat het ook gewoon, met tijd. Ze vliegt en je kunt er helaas niet altijd bij stil staan. We zijn per slot van rekening ook gewoon maar mensen die nooit echt helemaal in het moment zelf leven, hoe graag we dat ook zouden willen. Ergens gaat altijd wel een telefoon af, ergens roept altijd wel een kind, partner of collega om je hulp of expertise en dus word je regelmatig uit je “nu” gesleurd. En zo moet dat ook want ook dat is leven.
Straks is later, met een terugblik naar vroeger.

Pomodoro fortunato

Pomodoro fortunato

Mijn zoon stapt binnen, gewapend met een grote plastic tas. Mijn hart juicht want ik weet waar mijn kind vandaan komt en dientengevolge weet ik wat er in de zak zit. Wanneer ik mijn neus boven de tas hang, ruik ik de geur van zomerse beloften. Op mijn netvlies verschijnt een dia projectie van reuzen meloenen, olijfbomen en van surfzeilen op witte koppen.
In een vorig leven vertrokken wij, dat wil zeggen mijn vader, mijn moeder en ik, elk jaar voor een dag of tien naar Italië. Twee dagen heen reizen, met een overnachting in Zuid Duitsland, onder donzen dekbedden waar je in verdween. Ontbijten met kaiserbrötchen met roomboter plus zoete kersenjam. De volgende dag dikke Oostenrijkse worsten eten aan de snelweg langs de Brennerpas, net voor de grenstunnels, met zure saus. In de namiddag, na wat files en toeterpartijen op de autostrada, verscheen dan eindelijk de schuine rots van Riva in beeld van het Gardameer, met talloze witte surfzeiltjes op het glinsterende lago. Dan was het nog ruim drie kwartier toeren door verschillende tunnels om uiteindelijk Pai di Sotto te bereiken. Eindbestemming: Albergo Torrione, gerund door de familie Vangelista, waarvan de papa, Eugenio, een niet onverdienstelijke kunstschilder.
Het albergo hing vol kunst. Moeder Maria en dochter Marita runden het hotel en zoon GianLuca had het voornamelijk druk met het zeilen, met zijn surfplank en met zijn vele vriendinnetjes, die ’s avonds onder zijn slaapkamerraam stonden te roepen. Als klein duimpje van nog geen twaalf jaar valt je zulks op. Elk lid van ons gezin had zo zijn of eigen favoriete bezigheden op of aan het meer. Vader kon er zielsgelukkig pescatore spelen, mijn moeder las vele boeken weg onder de schaduw van een olijfboom. Ik was voornamelijk in de golven te vinden, gewapend met mijn zwemvliezen en mijn duikbril. Op foto’s uit die tijd zie je alleen mijn voeten. Ik sprak Duits met zwaar Nederlands accent en tussendoor gooide ik er wat Italiaanse woorden uit, wat gemakkelijk was wanneer ik met mijn ouders ergens op een terrasje zat.
Er ging geen maaltijd voorbij zonder dat er vleestomaten op tafel kwamen. Ik gruwelde ervan. Zo groot en zo misvormd ze eruit zagen. Ik vond ze eigenaardig ruiken en ze smaakten weeïg. Mijn moeder at zich er nagenoeg ongans aan. Ze overgoot de in plakjes gesneden tomaat met –natuurlijk- bergen olijfolie, peper en zout en at ze met brood, bij (in) de soep, met of zonder pasta, het maakte niet uit. Ik begreep er niks van maar het maakte mij niet uit zolang ik niet gedwongen werd die vlezige dingen te eten.
Inmiddels is mijn leeftijd gevorderd tot die van mijn moeder destijds in Italië en ben ik de smaak van verse tomaat gaan waarderen. Niet dat ik elke dag belegde broodjes met tomaat eet maar de smaak van verse tomaten in een pastagerecht gaat vér boven die van jachtig opengerukte blikjes tomatenpuree.
Nog steeds eet ik geen vleestomaten. Tenminste, niet “los”. Voorzichtig pak ik het Italiaanse vleestomatenpakketje uit de zak. Ze gaan vergezeld van een heerlijk stuk verse kaas, dat ik direct veilig stel in de koelkast. Ik snijd de tomaten in dunne plakken en verdeel ze los over twee ovenplaten. Ik besprenkel de schatten met olijfolie en bestrooi het geheel met uienringen, knoflookpartjes en verse kruiden uit de tuin. Vervolgens mogen ze een dag of wat rondhangen in mijn oven, op zo’n 60-80 graden. Langzaamaan zullen ze drogen, compleet met de kruiden en andere toevoegingen.
Ik maak er kleine porties van om in te vriezen. Zodat ik in de herfst, wanneer ik depressief door de regen waggel en mijn voeten ijsklompjes zijn geworden, me zal herinneren dat er een zakje Italiaanse zomer in de vriezer ligt waarmee ik niet alleen een basissaus heb voor een zomerse pastaschotel maar die me tevens terugbrengt naar een bijzonder plezierig stukje van mijn jeugd. Inclusief de herinnering aan mijn aan vleestomaten verslaafde moeder.
pai di sotto albergo en toren
vangelista3
Eugenio Vangelista
Afbeeldingen zijn afkomstig van http://paisulgarda.magix.net/vangelista.htm