Archief van
Tag: volwassenheid

Koers (3)

Koers (3)

“Fifteen minutes before start”, klinkt het naast me, vanaf een schuin aflopend talud. Het is nauwelijks te verstaan door de straffe Noordwester, die genadeloos zowat de lenzen uit mijn ogen blaast en mijn neus verdooft. 
Mijn omstandigheden zijn niets in vergelijking met die van junior, die onder mij (want brug) geduldig in zijn bootje wacht tot hij zijn peddels mag gaan ronddraaien.
Zo gaat dat nog drie keer door (tien minuten, 5 minuten en 2 minuten) en dan ineens klinkt het startschot, ter verlossing voor de wachtende kanovaarders. Veertien straffe kilometers liggen voor de boeg, van Monnickendam via Overleek naar Ilpendam, met een portage, en daarvandaan richting Noord Hollands kanaal, naar het clubhuis.
Ieder jaar roep ik dat ik deze kanomarathon ook wil meevaren maar elk jaar haak ik ook weer gracieus af. Tien kilometer kanoën kan ik, maar nog eens vier erbij en een portage is wat mij betreft een brug te ver. Ter uitleg: een portage wil zeggen dat je met je punt van je kano de kant in, nee ópvaart, eruit klautert, je kano beetpakt en gaat hollen tot het punt waar je weer met je kano het water in kunt. Noem het kano klûnen.
De tientallen kanovaarders schieten weg, aangemoedigd door het startschot én de toeschouwers, die voor dit evenement massaal zijn uitgelopen. Familie, bekenden, maar ook toeristen stoppen op de brug en aanschouwen -sommigen enigszins verbaasd- het tafereel. Terwijl ik mijn eigen junior zie weg peddelen, ga ik in gedachten de route na. Even later loop ik terug naar mijn auto, waarmee ik hem heb weggebracht.De auto is opgedekt met het kanorek. Ik zal terugrijden naar huis en dan de fiets pakken, met de rugzak met spullen van junior, en hem vervolgens ergens halverwege tegemoet fietsen.
Terwijl ik de provinciale weg opdraai bedenk ik me hoe paradoxaal dit is. Junior, die zijn eigen weg nu aan het vinden is, via allerlei kleine slootjes, dwars tegen de Noordwester in en ik, schakelend, hortend en stotend richting huis. Ik ben geen fan van autorijden en al helemaal niet wanneer ik moet schakelen. Honderd keer vraag ik me af waar hij zal peddelen en elk stoplicht is er een teveel. Wanneer ik eindelijk onze straat indraai, merk ik tot mijn ergernis dat er een dashboard lampje is gaan branden. Natuurlijk. Maar helaas, jammer, vandaag heb ik er geen tijd voor.
Ik parkeer keurig achteruit, schiet naar binnen en werk gauw twee boterhammetjes met pindakaas naar binnen. Ik verzamel de spullen van junior die hij –uiteraard- nonchalant op de achterbank van de auto heeft achtergelaten en zoek mijn mountainbike. Met redelijk slappe achterband verlaat ik huis en haard, om junior tegemoet te gaan fietsen.
Tot mijn verbazing vind ik hem al gauw terug, op het Noord Hollands kanaal en redelijk dichtbij de eindstreep. Apetrots ben ik, hij is nu al zoveel verder dan vorig jaar. Dik onder de anderhalf uur gevaren komt hij doodvermoeid en tegelijkertijd gelukkig met zijn tijd, aan bij de finish.
En vandaag, een dag na de race, kijken we samen naar de mogelijkheden van een HBO opleiding. Mijn kind, mijn techneut met tot voor een paar jaar geleden een verschrikkelijke hekel aan school, kijkt naar zijn mogelijkheden van een vervolg op het mechatronicagebeuren wat hij nu in Amsterdam volgt. Vooralsnog komen we uit bij de Haagse Hogeschool met een locatie op de TU-campus van Delft, en……. een mechatronica-opleiding aan de Hanzehogeschool in Groningen.
Even moet ik slikken.
Maar diep van binnen weet ik dat hij ook die route weer zelf zal uitzoeken én bevaren.

Mijlpalen

Mijlpalen

Er zijn verschillende gewichtige momenten in het leven van mijn kind geweest, die evenredig van significant belang waren voor mij als moeder. De eerste glimlach, het staan, de eerste stappen lopen, het zelf leren eten.
Later werden de vorderingen wat moeilijker. En loopfietsje werd een fiets met zijwielen en ineens kon het (na een uitdaging) los. Zwemmen. De vlindertjes om de armpjes verdwenen en na een tijdje aan de zwembadrand te hebben doorgebracht, bleek mijn kind over duik kwaliteiten te beschikken.
En zeer vlot met een regenpak aan te kunnen zwemmen.
In groep 3 kwam hij elke dag uit school met een nieuw woord dat hij kon lezen en soms kon hij het ook al opschrijven. Met links, dus soms in spiegelschrift. Een opstel werd een werkstuk en nog later een verslag. Bij elke mijlpaal werd zijn wereld en dus ook die van mij, vergroot. In groep 8 volgde een CITO score. Beetje bij beetje verdween het jongetje en ontwaakte de tiener.
Een stageweek later had mijn kind ineens een bijbaan, als vijftienjarige fietsenreparateur. Van versnelling uit elkaar zetten en weer in elkaar puzzelen tot een band repareren, het ging vlekkeloos en vrij gemakkelijk. Voor ik het in de gaten had, stond het examen van het voortgezet onderwijs voor de deur. Na enkele weken en een dag of wat nagelbijten konden we ineens een vlag en een rugzak ophangen en ging de brug naar de volgende route open. Op weg, richting volwassenheid.
Deze mijlpalen heb ik regelmatig met verbijstering gevolgd, doordat mijn hoofd niet altijd begreep dat het heus toch al echt zover was gekomen. Ineens keek ik op tegen mijn kind, een krathoogte groter dan ik, om hem in zijn vaders ogen te kunnen aankijken. De glimlach is eveneens een kopie van zijn vader geworden, zijn uitstraling komt van mij.
En toen was er zomaar ineens de dag waarop hij plaatsnam achter het stuur van een Ford Fiesta. Nu zit er nog een L op het dak van de auto geplakt maar dat zal mogelijk niet heel lang duren. Terwijl hij de straat uitrijdt, loopt mijn gemoed over en mijn oogwater ook. Het is verdorie ook wat, mijn kind rijdt auto. Weer een nieuwe ervaring en wat voor een. Voor hem en ook voor mij.
Opnieuw vaart hij verder, volgt zijn eigen koers. Gewapend met zijn gebruiksaanwijzing die regelmatig zoek is (niet meegeleverd!) en een humeur waar ik soms op zou willen schieten, blijft mijn kind, tevens geladen met humor en zijn twee rechterhanden, een fantastisch mens in wording.
Ja ik weet het, blinde vlek. En ja, hij is niet van mij. Ik mag hem slechts een tijdje bij me houden, op weg naar zelfstandigheid. Maar ik hoop van harte dat hij zich nog een tijdje aan mij laat uitlenen.
Want ik leer van hem net zoveel als hij -hopelijk- van mij doet.