Hokjes

Eigenlijk houd ik niet van hokjes maar het zit zo: als ik iets kwijt ben, dan zoek ik in hokjes. Dus niet in hoekjes maar in hokjes. Ergens in dat rare brein van mij is ooit een kubus ingebouwd waar aan kan worden gedraaid. Daarna krijgt u antwoord. Of ik vind iets. Dat dus.

Ik heb een damestas met vaste vakjes. Zonder iemand te willen beledigen noem ik het steevast mijn autistentas, want alle vakjes zijn voorgedefinieerd en bevatten steevast dezelfde inhoud. Sleutels links, portemonnee rechts. In de tas bevindt zich een binnentas met vakjes. Reuzehandig want ik hoef het zwikje maar een keer in te richten en de rest van de tijd ben ik klaar én bovendien ben ik niets kwijt.

Rijbewijs achter, fotomapje middenvoor. In een klein vakje links, met een netje, bevinden zich de semi medische zaken als neussprays (zeezout en het zware spul) , mijn deo, mijn oogdruppels. als tegenhanger aan de andere zijde ligt daar mijn kleine flesje Noa van Cacharel en terzijde een pakje wat op papieren zakdoekjes lijkt (hsp galore).

En nooit of te nimmer hoef ik dus te zoeken, behalve…….als ik een kleinere tas dan mijn grote zwarte autistentas meeneem. In de kleinere tas, model handtas, zit namelijk een andere binnentas (zeg maar passend en handig voor mijn andere iets kleinere tassen) en dus moeten daar de zaken net even anders ingepakt. Als ik alles tevoren heb gecheckt #hspholadiee dan is er niets aan de hand. Heb ik weer eens naar iemand anders geluisterd, mijn chaos omarmd en de paniek losgelaten, kan ik het shaken. Einde oefening, sleutels foetsie, pinpas weg. Ramp!

Gelukkig beschik ik dus over hokjes. Dat werkt zo: wanneer ik iets kwijt ben, dan heb ik er een plaatje van rondzwerven ergens in mijn hoofd, gesorteerd op de mogelijke plekken waar het zoekgeraakte stuk zich zou kunnen bevinden. Dat varieert in tijdspanne van een week tot vele jaren. Even scan ik door mijn hoofd en tegelijkertijd spoel ik de film terug van wat ik aan het doen was en waar ik ben geweest. Meestal vind ik het zoekgeraakte object dan wel weer terug. Met de beeldvorming worden er soms andere beelden meegespoeld en kan ik zomaar in lachen uitbarsten of juist in huilen.

Vanmorgen bleek ik hierin niet uniek. De sportschool instructeur had, na enkele weken wegens warmte een jasloos bestaan, zijn autosleutels ergens in de vele zakken van zijn windstopper gestopt. Even later zag ik hem stilstaan, wat schudden met zijn hoofd en nog wat later verscheen er een grijns. Vanuit linksbinnen werd de sleutel uiteindelijk tevoorschijn getoverd. Hij bleek dezelfde zoekmethode te hanteren als ik. Ofwel: liefst alles op het daarvoor bestemde plekje, zo niet, dan zoek je in hokjes en je speelt de zoekfilm af in je hoofd. Ook hij heeft ongeveer elk zoekobject in zijn hoofd gefotografeerd zitten. Hij hoeft het net als ik maar op te roepen.

En daarom hou ik sinds vandaag vandaag toch een beetje van hokjes. Omdat het soms zo gezellig staat, zo met een ander mens in je eigen hokje.

Advertenties

Vind je zin

Ik kan het niet. Ik kan het doodeenvoudig niet, nakkes,nada. Ik kan geen afscheid nemen van mijn digitaalkundig alter ego Lettersmid. Ik heb het geprobeerd, haar te smoren in mijn hoofd, te verdoven met kleine stukjes content op een ander platform maar het voelt gewoon niet koosjer, niet vertrouwd, niet oké. Het is niet ik en ik ben het niet.

Maar wie ben ik dan wel? Het zou me niet moeten uitmaken, woorden zijn niet altijd bedoeld om te delen of om op te schrijven maar wanneer ik daar de noodzaak toe voel en het niet lukt of vastloopt, groeit de wanhoop en de paniek tot vér boven mijn kruin. En toch bén ik het schrijven niet. Soms kán ik het een beetje. Dat is het verschil tussen iets doen en iets zijn en dat verschil is soms slechts een honderdste van een millimeter.

Hoe het verder moet weet ik ook niet maar een ding weet ik wel. Op het moment dat ik eindelijk, na een wekenlang durende periode van woordendroogte de knoop heb doorgehakt om niet meer te willen schrijven in dit digitale kamertje, is mijn brein natuurlijk weer van koers veranderd en dat heeft zo zijn gevolgen.

Vind je zin, jawel, dat deed ik. Mijn schrijversziel produceert de ene zin na de andere. Het is een kakefonie van handgeschreven zinnetjes in mijn hoofd en nee, dat is niet gevaarlijk. Zo ben ik ook. Hoe ironisch kan het zijn. Niet te kort en veel teveel. Mijn brein is niet van zin om het woord stoppen op te slaan tenzij ik het de volgende keer gewoon niet uitspreek en op lege gedachten rond blijf dobberen, oeverloos.

Ik herstart. Opdat ik over afzienbare tijd weer volop kan mekkeren en mauwen over opgedroogde letterlust en ingekakte woordenbrij. Kortom: ik schrijf het allemaal weer op, hier.

Op dus naar mijn volgende writersblock. Ik kan niet wachten. Zo is mijn schrijversbestaan blijkbaar bedoeld. Het geeft niet; in stilte gedij ik -geloof ik- het best.