Tagarchief: Verkansie

Vamos a la casa

IMG_20141023_082219Er zijn teveel beelden in mijn hoofd en woorden schieten tekort. Een overschot aan plaatjes die me beletten, om te vertellen hoe het nu werkelijk was, die ene week ergens anders. Het vliegen, los zijn van de grond. Een stukje hemel, op weg naar de zon. Opstaan in een andere wereld. Het was veel. Heel veel.

Nu mijn Spaanse spulletjes tegelijk met mijn oudste en liefste vriendin mee terug zijn gekomen, vallen de laatste stukjes op de plek. Terwijl ik de plastic zakjes uit de knoop peuter, zie ik ergens een groene deksel doorheen schijnen. Blij verrast scheur ik het zakje los en ruik aan het potje. Op slag zie ik mezelf weerspiegeld in de blauwe tegeltjes van de Spaanse badkamer, die een week de mijne was, omarmd door de argan bodycreme, als aromatisch aanwezige beschermengel.

Onderin het plastic tasje zie ik het zwarte gehaakte handtasje van mijn moeder, dat ik op de reis had meegenomen omdat het zo’n lekker klein handig tasje is. Terug in Nederland bevat ze een schat aan gevonden juwelen uit de mediterrane wateren, die ik met gevaar voor eigen leven uit de zee heb opgediept. Zo ver weg in het zand verstopt soms, dat ik op een kwade dag bijna waarlijk verzoop door een verloren golf en een overschot aan overmoed. Daags erna waadde ik opnieuw met gevaar voor eigen leven door de golven om mijn verzameling compleet te maken.

Terwijl ik de bontgekleurde schelpjes en stenen voorzichtig een voor een uit hun zakje pak, rollen de tranen over mijn wangen. Niet van verdriet maar van ontroering. Verwondering. Over wat de verkansieweek met me heeft gedaan. Correctie: wat het nog steeds met me doet. Verbazing over wat het uitpakken van wat achtergebleven spulletjes uit het verre Spanje in me losmaakt. De vreugde van het weerzien van mijn zomerjurkje, om gelijkertijd de zongekleurde beelden van Montserrat en haar Madonna Negra vers in mijn geheugen geladen te krijgen. Nogmaals te beleven, hoe mooi het was, zonder heilig te zijn. De heerlijkheid van het aantrekken van mijn voetsieraden, mijn birckenstocks.

De houtkachel brult. Zo meteen komt de voetbalwedstrijd Ajax-Barcelona op de televisie. Twee weken geleden keek ik flarden van de wedstrijd andersom, in Spanje, op mijn blote voeten, in een jurkje op een warm balkon. Ik trek mijn sokken uit, dirigeer mijn voeten in de birckenstocks. Mijn gedachten tollen rond.

Ergens onderweg tussen de wattige wolken en Spanje is er een luikje in mijn hoofd opengegaan , heeft er een pittig zeerbriesje doorheen gejakkerd. De zon heeft niet alleen mijn huid verbrand maar ook mijn angsten. Tijdens die ene week is mijn zelfbeeld gerepareerd, en is mijn mottige ego opgepoetst, die ergens in de late Middeleeuwen was blijven hangen. Van Henk Gemser, misschien kent u hem nog van die foute Becel-reclame, (“dat kan béter!”) heb ik de huur opgezegd uit dat ene hoekje van mijn hoofd en ik wil hem daar nooit, nooit meer terugzien.

De brievenbus rammelt, er valt een kaartje op de mat. Opnieuw raak ik ontroerd. Ja, ik ben naar huis gegaan. En ja, het was koud in Nederland, maar ondanks dat is er een lekker vuurtje in mijn hart blijven branden. Een Oosters gezegde zegt, dat alles wat je aandacht geeft, groeit. Dus als je iets wilt loslaten, moet je er geen aandacht meer aan geven.

Eigenwijs als ik ben, draai ik het beter om. Liever groei ik me suf.

 

 

El sol

Mijn laatste zonsopgang  in Spanje is aangebroken, ook al slaap ik hier nog een nachtje. Maar morgenochtend om zeven uur, zie ik haar niet meer, el sol.

Niet meer boven de zee, in elk geval zoals de afgelopen dagen. Haar opkomst ’s morgens is grandioos. Haar ronde vormen zijn tot tien over acht nog verborgen onder een dikke grijze deken. Misleidend want als Nederlander ben ik tekens weer geneigd niet meer in el sol te geloven.

Om kwart over acht maakt ze haar entree, maakt zich vast aan de zee om deze een kwartier te omarmen. Sol en Mar vormen samen een dikke acht. Totdat el sol zich zacht maar beslist losmaakt uit  de wat ruwe omhelzing van haar eeuwige minnaar el mar. Langzaam klimt ze omhoog, kushandjes werpend naar de zee, wetend dat ze ’s avonds weer zal terugkeren in de armen van haar geliefde zee, om tot de volgende ochtend de nacht samen elders door te brengen.

image

image