Tagarchief: verdriet

Later

Nergens hoef ik te zien welke datum het is vandaag want mijn hart vertelt het ver vooruit. Een jubileum, voor zover je daarvan kunt spreken bij een verlies wat al een mensenleven duurt en waarvan het verdriet niet overgaat en ook nooit zal overgaan. Dat is mijn enige zekerheid in dit leven.

Welke leeftijd ik ook bereik, altijd zal ik mijn verdriet blijven voelen, met mij meedragen, waarheen ik ook vertrek en wat voor bijzondere dingen ik verder nog zal ondernemen. Ergens in mijn binnenste is ooit een gat ontstaan dat zich een weg naar mijn binnenste heeft gevreten.

Tijd heelt? Dat ontken ik vandaag ten stelligste. Verdriet heeft niet zozeer met tijd te maken als wel met invloed op de groei ervan. Verlies kent een zekere houdbaarheidsdatum die nimmer wordt uitgesproken of opgeschreven en toch is ze er wel degelijk, onmiskenbaar stilgezwegen, omgeven door zachte dwang en goed bedoelde adviezen.

Soms verzwaart de tijd het verdriet. Omdat wat niet was ook nooit meer misschien kan zijn. Omstandigheden veranderen. Groei en ontwikkeling in een later leven maken pijnlijk duidelijk dat wanneer iemand is weggevallen, een terugkeer nooit meer mogelijk is en er geen kans op herstel van of time-out meer mogelijk is. Niets valt nog op te tuigen en er is geen bijstelling van oude argumenten. Wat was, is weg.

Soms kolkt het gat zich terug naar boven; leeg en gapend schatert hij om zijn allesomvattende aanwezigheid in mijn bestaan. Wanneer ik slik zoekt hij zich een weg terug, langs mijn slokdarm naar beneden, om zich ergens in de diepere lagen van mijn onderbuik als ongenode gast te nestelen.

Onmiskenbaar staat het gat stand-by, op enig moment oproepbaar, als een te licht afgestelde alarminstallatie.

Later wordt altijd meer. Minder wordt het nooit, ook niet na dertig jaar, zonder mijn vader.

Mij zal niets gebeuren (schrijfveer)

Met een grote boog, het stuur losjes in zijn hand, fietst mijn zoon door de poort de weg op, naar school. Kijkt achterom, zwaait. Een nieuwe dag is aangebroken terwijl de wereld gisteren weer verschrikkelijk wakker is geschud en op zijn kop werd gezet.

En nu lieg ik nog ook want het was niet alleen maar gisteren. Vorige week was er immers een verwoestende bomaanslag in Ankara en het verbaast me tot op de dag van vandaag dat we er zo weinig over hebben gehoord. Openbare Europese gebouwen kleuren ’s avonds niet mee in de kleuren van de Turkse vlag. Wonderlijk.

Op het nieuws verschijnen Syrische vluchtelingen in beeld, die bordjes omhoog steken met de tekst : “Sorry, Brussel.” Ogenblikkelijk denk ik: “En Ankara dan?” Vele Syrische vluchtelingen verblijven nota bene in Turkije.

Mij zal niets gebeuren, als ik maar oplet in het verkeer en met mijn papieren. Op tijd wat vitamines innemen, regelmatig een beetje sporten, dan word ik gemakkelijk tachtig. Zo dacht ik ooit.

Niets is minder waar want wanneer een groepje personen met of zonder religieuze achtergrond ergens op de wereld een vergadering heeft gehouden kan het zomaar zijn dat de vlam in de pan slaat, mijn tijd is gekomen en ik geroosterd ergens in een voetbal- of metrostadion eindig. Nu houd ik niet van voetbal maar met een concert van deze of gene zou het zomaar kunnen. Niets is zeker; daarentegen is alles onvoorspelbaar geworden.

Ik zwaai terug naar mijn kind, doe een schietgebedje richting het setje regisseurs in het hiernamaals inclusief mijn moeder en ik hoop mijn zoon vanavond weer een zoen op zijn bol te kunnen geven. Er glijdt een traan langs mijn wangen want waarschijnlijk hebben zowel de slachtoffers als de achterblijvers dat gisteren in Brussel en vorige week in Ankara ook gedacht.