Over…..die vloer

Al een tijdje zit het idee in mijn hoofd geparkeerd. Regelmatig heeft het plan zich als een repeterende drilboor in mijn hoofd genesteld, als vastgeklonken mantra. “Een boek, een boek, doe een boek” klinkt regelmatig door de vele ruimtes in mijn bovenkamer.

Ik heb me hartgrondig afgevraagd wie er op dat boek zouden zitten wachten. Op mijn boek. Immers: mijn verhalen gaan soms helemaal nergens over, zijn ontsproten uit een drukbezet brein, in samenwerking met een overgevoelige geest en een niet nader te noemen duim.

Maar een mens moet ergens beginnen. En dus starten we bij het fundament. Juist, de vloer. Die ene vloer van beton, overstort met één deel tranen van frustratie, één deel vakmanschap op verschillende bouwkundige en financiële fronten, gemixt met verschillende delen van bloed, zweet, tranen plus één deel geduld. Dat ik niet had en helaas waarschijnlijk nooit zal bezitten.

Eigenlijk was het mijn plan om de laatste delen van “Over de vloer, een betonsprookje ” op het blog te plaatsen maar dat ga ik dus nu niet meer doen. Excuses. De harde kern weet inmiddels hoe het is afgelopen en de rest…… tja, lieve lezers. Dat boek dus. Ik hoop echt van ganser harte dat. Sterker nog: ik nodig u van ganser harte uit tot.

Bij deze kan ik jullie melden dat binnenkort o.a. via bol.com verkrijgbaar is: “Over de vloer”, een waargebeurd betonsprookje. En ergens diep van binnen hoop ik, dat het slechts een begin is van meer.

Advertenties

37. Over de vloer: Verffestival

Een beetje onwennig parkeer ik mezelf achter de laptop op een verfvrije middag. Licht verward tik ik mijn wachtwoord in. Gelukkig, mijn brein werkt nog. Dat weet je na vier werken verven namelijk nooit helemaal zeker. Het is me een verffestival zeg. Ik ben de hoofdact en dus mag ik twee podia vullen met steigers, blikken verf, kwasten, schuurpapier en schuurmachientjes. En het is veel, wat er allemaal geschuurd, gegrond en geverfd moet.

Acht kozijnen, dus ook acht ramen, twee trappen, twaalf balken van zeven meter lang en dertig cm breed, twee superbalken van vijf meter lang en vijftig cm breed en vijftig cm hoog, dan nog honderdvijfentachtig vierkante meter sauswerk en zestien deklatjes.

Het verven zelf in kleur is het werk niet. Het is dat vóórwerk. Je moet gronden, schuren en nogmaals gronden. Daarna volgt de echte verf. Al met al krijgt ieder houten onderdeel een driedubbele verflaag. Het is bijna als een driedelig maatpak. En dat aanmeten gaat met bloed, zweet en bovenal veel tranen. Het kost moed en geduld en dat laatste heb ik niet.

Het witwerk, het sausen is klaar, nadat ik bijna een week met mezelf heb gekampeerd op een kleine kamersteiger. Het was net een echt festival, alleen de band en het tentje ontbraken. Zelfs eten en drinken werd op de steigerloopplank geserveerd, opdat de latex niet voortijdig op zou drogen. Ernaast, óók op de steiger, stond mijn emmertje water, om de balken schoon te poetsen na wat slordig morswerk van mijn kant. Natuurlijk ging de emmer om, op de vloer. Heel irritant want er ligt melkpakkenkarton op de vloer ter bescherming van het beton en dat wordt glad, wanneer je daar water op laat vallen.

Mijn rug heeft het die sausweek geweten en mijn geest ook. Wat heb ik tegen mezelf gekletst, op mijn kamersteiger, balancerend op eenzame hoogte. Dat de muren oren hebben, weet ik inmiddels zeker. Toen alle vierkante meters gesausd waren, inclusief twee plafonnetjes, heerste er lichte geestelijke euforie doch lichamelijke chaos. Na het sausfestival kon ik bijna niet meer lopen. Mijn ruggenwervels hadden -met succes- een collectieve staking belegd.

Na een paar dagen met een ontstekingsremmer én goede moed, ben ik opnieuw de steiger opgeklommen om de balken van de laklaag te voorzien. Heel eerlijk gezegd ben ik er weg van. Het is gewoon adembenemend geworden. Ook de trap is gemetamorfoseerd. Na enkele grondlagen was zij aan de beurt voor haar maatkostuum in de kleur Zonwit. Van een olijfkleurige trap is zij omgetoverd tot een witte bruid.

Soms wordt het me teveel. Want er moet ook nog veel in de kleur gezet. Bijvoorbeeld nog een serie plafondbalken en een superbalk. En onze kozijnen moeten ook nog een keer in de deklaag. En het halletje, laten we die niet vergeten. Die moet ook nog in de deklaag.

Een ding weet ik zeker. Het wordt schitterend. Wit ook, vooral. Dat is opmerkelijk, omdat in het “oude” huis nagenoeg alles gekleurd was. Wit geeft rust en vooral ook ruimte.

Vanmiddag, toen de zon een laatste straaltje goud van vandaag naar binnen wierp, was ik eventjes
oprecht gelukkig. Zulk licht had ik niet eerder door de ramen zien schijnen. En dat alleen al is motivatie om m’n schouders er weer onder te zetten en dóór te verven. Nog eventjes maar. Het einde is in zicht.