Archief van
Tag: verandering

Boekje

Boekje

Iets meer dan een jaar geleden stond ik met mijn één meter zestig in de boekwinkel. Nu is dat op zich niet zo bijzonder, ik kom er vaker, maar vorig jaar lag mijn eigen boek mooi te zijn in de etalage. Náást Hendrik Groen. Hoe mooi kan het leven zijn.

Dit jaar merk ik dat ik een beetje aanmodder. Ook goed, weer eens wat anders dan aanmoederen want ook dat deed ik regelmatig maar met een zoon van twintig die zijn zaakjes zelf regelt én op orde heeft, verandert het leven van een bijna middelbare moeder drastisch.

Ik ervaar het wat dubbel, want als moeder bemoei ik me graag overal een beetje tegenaan en laat dat nu net zijn wat de jonge meneer soms wat irritant vindt. En ik geef hem groot gelijk.

Zo modder ik dus wat aan, inclusief lijf en leden. Het lijkt een leeftijdsdingetje. Mijn thermostaat gaat langzaam stuk, hetgeen betekent dat ik regelmatig met een tomaatrood hoofd rond loop. Niet alleen meer met hardlopen, of van schaamte en/of blozerij, maar meer door een plotseling opkomende warme tornado die zich door het lijf een weg naar boven raast. Warmte stijgt immers altijd op.

Daarnaast merk ik dat ik wat stijver wordt. In mijn ledematen (waarvoor yoga) én in mijn hoofd. Mijn bovenkamer is niet meer zo flexibel, ze wordt vergeetachtig ook en bij een ontregelde hypofyse (die geef ik gewoon de schuld) ontplof ik om het minste of geringste.

In 2008, toen ik nog poli assistent was, begonnen we een menopauzespreekuur. Dat hebben we geweten; het was en is nog steeds zeer succesvol. Druk bezocht met vrouwen die de spreekkamer inlopen met een hoofd vol vragen en die -meestal- glimlachend weer naar buiten stappen, wanneer het proces van de overgang is doorgenomen en waarbij blijkt dat eigenlijk alles volgens het boekje gaat.

In het voorjaar besloot ik een lezing van onze eigen overgangs verpleegkundige te bezoeken. Voor de zekerheid want hoewel ik het proces eigenlijk nog zou moeten kennen, na tien jaar polikliniek ervaring, bleek dat er veel belangrijke informatie uit het overgangsproces niet meer in mijn hoofd aanwezig was. Dat krijg je ervan, na ruim twee jaar comploeteren.

Gelukkig vond ik alles tijdens de lezing weer terug, onder toeziend oog van de glimlachende menopauzeverpleegkundige. Het blijkt dat ook in lijve Lettersmid alles volgens het boekje verloopt. Ik ben er alleen nog niet achter welk boekje het is geworden of welke uitgave.

Ach, zolang het maar geen spoorboekje is. Dat bevat immers alleen maar vertragingen.

Loslaten is ook verbinden

Loslaten is ook verbinden

Na ruim tien jaar is het gynaecologische en verloskundige doek voor mij gevallen. In 2006 belandde ik zonder enige medische ervaring op de poli gynaecologie. Het examen medisch secretaresse moest nog plaatsvinden terwijl ik na mijn sollicitatie vrijwel meteen voor een logisch vervolg hierop, de opleiding tot doktersassistente, werd ingeschreven. Ik was toch bezig, zat nog volop in een ontwikkelingsflow.
Het meest bijzondere vak van de opleiding tot doktersassistente vond ik het vak omgangskunde. Er werd veel aandacht besteed aan de verschillende manieren waarop je dezelfde boodschap kon overbrengen. Het vak vereiste empathie en de kunst om je in een ander in te kunnen voelen. Destijds voelde het vak als een goed zittende jurk; het paste me precies en zat heerlijk. Begrijpelijk: mijn hsp antenne waarschuwde me precies op tijd wat ik wel en niet kon zeggen. Nadeel was dat ik de antenne toen nog niet herkende en dat hij nog niet goed was afgesteld, zodat ik mezelf veelal te diep in andermans zaken stortte.
In het opleidingsjaar werd ook de schrijver in mij wakker. Mijn stageverslagen werden mijn eerste columns, verpakt als leervertellingen.
Verwonderd was ik, over de verschillende problematiek waarmee onze patiëntenpopulatie zich meldde aan de poort. Niet zelden acuut, soms schrijnend, soms getekend door liefdeloosheid. Er liepen veel jonge vrouwen rond die weinig ouderlijke liefde hadden gekend en dat ter compensatie buiten de deur zochten, veelal zonder bescherming. Meestal meldden zwangerschap en SOA zich tegelijkertijd.
Verwonderd was ik ook door de geboortes waar ik bij aanwezig mocht zijn. Uiteraard met toestemming van de aanstaande moeders. De bevalling met ruggenprik, die zo ontspannen en doorspekt met humor verliep dat ik me afvroeg wat er niet klopte, of ontbrak. Even later viel het kwartje. Precies, er was geen schreeuwende vrouw in barensnood, er was slechts een serene rust, die eventjes werd onderbroken door het persen.
Mooi was ook de beleving van een keizersnede op de operatiekamer, waarbij een bijzonder groot jongetje geboren moest worden maar die zijn warme woning niet wilde verlaten. Hij kwam maar niet tevoorschijn maar hij moest want zijn navelstreng zat reeds drie keer om zijn nekje gewikkeld. Gelukkig kwam het goed en liet het mannetje met een luide schreeuw weten dat hij er zou zijn.
Er kwamen oudere dames op de poli, die in de loop der tijd ouder werden en niet meer met de bus kwamen maar met het busje werden gebracht. Langzaam schuifelden ze naar binnen, waarbij de dokter zich in het tempo van de patiënt aanpaste. Het was liefdevol om te zien.
Sommige oudere dames kwamen helemaal niet meer: een gemis. Met name de mevrouw, die als stewardess op een Amsterdamse rondvaartboot werkte en die vier talen sprak. Ze was op dezelfde dag jarig als ik, het schepte een band.
Deze week trok ik de deur dicht, na mijn laatste werkdag op de poli, in de wetenschap dat het goed is, zo. De afgelopen jaren waren mooi, moeilijk, soms vervelend, uitermate leerzaam en hier en daar ronduit hilarisch. Van een huppelende ex-verzekeringsdertiger werd ik volwassen op de poli. Ook werd ik hier een wees. Zonder mijn polizusters had ik de periode, waarin ik mijn moeder thuis heb verpleegd, nooit kunnen volbrengen zoals het geweest is. Daarvoor zal ik ze mijn leven lang dankbaar zijn, evenals voor het vertrouwen dat ze mij door de jaren heen hebben gegeven.
Het is tijd om los te laten. Gedeeltelijk dan want mijn werkplek is slechts een etage van de polizusters verwijderd. De opleiding doktersassistente leerde mij destijds omgangskunde; de poli zelf leerde mij om op de juiste manier van mensen te houden, om mensen te respecteren en in hun waarde te laten en het feit dat ik mensen alleen kan helpen, wanneer ze dat zelf toestaan.
Nog steeds houd ik van mensen en tegelijkertijd ben ik de loop der jaren van computers en van systemen gaan houden. Op mijn nieuwe werkplek help ik de bijzondere combinatie van mens en computer graag uit hun soms benauwde omhelzing, zodat ze samen beter hun werk kunnen doen.