Archief van
Tag: vakantie

Contact

Contact

“Het was maar een lekke band. Maar mijn reserve was niet goed opgepompt dus die ging ook lek. Tjongejonge wat was het een gedoe en een gemekker. Ja, ik kan het natuurlijk niet zelf oplossen. Ik rijd en dat is voldoende, tenminste, dat dacht ik altijd.” Zijn stem klinkt blikkerig vervormd door de radio. Hij heeft verbinding met thuis gelegd, voor overleg met de oudste. Hij zal vast weten hoe het verder moet, nu het vertrouwen is gedaald.

De oudste klinkt bedachtzaam. “Daar zit precies het pijnpunt”, vertelt hij. “Toen ik in 2011 in huis kwam, moest ik een donkerblauwe 940 vervangen, die behalve een haperende deurvergrendeling altijd veilig en betrouwbaar was geweest. Deze Lars had nooit kuren gekend. Jouw mensengezin wilden een klassieke auto die motorisch betrouwbaar moest zijn en die her en der een deukje mocht hebben. Ze kochten mij; het toeval wilde dat hun wens bij mij net andersom zat. Ik had meer deuken onder de motorkap dan erboven; het heeft ze heel veel reparatie- en denkwerk gekost om mij aan de praat te kunnen houden. Van de zeven jaar die ik nu in Amsterdam woon, heb ik welgeteld drie jaar gereden. De rest van de tijd is besteed aan mijn koetswerk en aan reparatie- en revisieklussen. Mechanisch gezien ben ik inmiddels als nieuw. Toch stond ik een jaar in de Betuwe, voor de verkoop, want ze waren na al het geklus en mijn storingen desondanks een beetje klaar met mij.”

Er gaat een lichtje branden in de behuizing van het groene monster. “Vandaar dat die vrouw altijd eerst even met haar vingers aan mijn motorkap zit. Ze noemt dat aaien, maar hier in het Franse wrijft ze alleen de stof nog maar meer mijn neus in. Ook loopt ze eeuwig een rondje om me heen voor inspectie en volgens mij maakt ze zich bezorgd om mijn veren. Ze wroet regelmatig met haar pols aan beide kanten in de behuizing van mijn achterbanden om de hoogte ten opzichte van de spatborden te meten. Ik vind haar raar.”

“Wees blij dat zij niet de bestuurder was toen je lek ging,” zegt de oude goedig. “Ze kan vloeken, joh.”

“Wat heb jij uiteindelijk gedaan om te kunnen blijven?” vraagt het groene monster. “Nou gewoon,” zegt de oudste. “Gewoon lekker blijven rijden, dat werkt. Want alleen dan mag je blijven. Wanneer je hapert, stottert, je lichtjes in de storing zet is er slechts één alternatief en dat is dat je snufferd ofwel op Marktplaats wordt gezet of dat je voor een enkele reis naar de Betuwe wordt gebracht, waar je te koop wordt gezet als semi-klassieker.”

Rillend van onbehagen wil het groene monster zijn radiogesprekje afsluiten, tot hij de stem van zijn oudere broer blikkerig hoort. “Doe rustig aan jongen. Laat die nieuwe schoen lekker linksvoor aanmeten, rijd woensdag gewoon in je eigen stijl met ons mensengezin naar huis want daar ben je op gebouwd. Dat kun jij.”

Het groene monster luistert verder naar de stem van zijn mentor. “Bovendien heeft met name de mevrouw je uitgezocht omdat zij diep van binnen weet dat je het kunt. Maar omdat ík haar vertrouwen in auto’s grenzeloos heb verpest, betaal jij daar helaas een prijs voor en dus moet je harder werken om haar vertrouwen te winnen, maar dat kun je,” zegt de oudste met respectvolle stem. “Je hebt haar toch door Parijs geloodst?”

“Ja, dat klopt,” antwoordt het groene monster. “Ik had ook wel de indruk dat dat goed ging.”

“Heb vertrouwen,” zegt de oudste kalm. “Want als jij vertrouwen hebt en kalm en beheerst over de snelweg roetsjt, heeft zij het ook.” Het groene monster slikt iets weg. “Goede reis mien jong,” zegt de oudste. “Tot gauw en pas op kleine steentjes,” voegt hij eraan toe.

In de radiostilte die volgt sluit het groene monster een stil verbond met zichzelf. Verhuizen is geen optie met alle reisplannen die hij nog heeft. Hij is met zijn bijna drie ton op de teller pas net begonnen. Warmgelopen.

Pomodoro fortunato

Pomodoro fortunato

Mijn zoon stapt binnen, gewapend met een grote plastic tas. Mijn hart juicht want ik weet waar mijn kind vandaan komt en dientengevolge weet ik wat er in de zak zit. Wanneer ik mijn neus boven de tas hang, ruik ik de geur van zomerse beloften. Op mijn netvlies verschijnt een dia projectie van reuzen meloenen, olijfbomen en van surfzeilen op witte koppen.
In een vorig leven vertrokken wij, dat wil zeggen mijn vader, mijn moeder en ik, elk jaar voor een dag of tien naar Italië. Twee dagen heen reizen, met een overnachting in Zuid Duitsland, onder donzen dekbedden waar je in verdween. Ontbijten met kaiserbrötchen met roomboter plus zoete kersenjam. De volgende dag dikke Oostenrijkse worsten eten aan de snelweg langs de Brennerpas, net voor de grenstunnels, met zure saus. In de namiddag, na wat files en toeterpartijen op de autostrada, verscheen dan eindelijk de schuine rots van Riva in beeld van het Gardameer, met talloze witte surfzeiltjes op het glinsterende lago. Dan was het nog ruim drie kwartier toeren door verschillende tunnels om uiteindelijk Pai di Sotto te bereiken. Eindbestemming: Albergo Torrione, gerund door de familie Vangelista, waarvan de papa, Eugenio, een niet onverdienstelijke kunstschilder.
Het albergo hing vol kunst. Moeder Maria en dochter Marita runden het hotel en zoon GianLuca had het voornamelijk druk met het zeilen, met zijn surfplank en met zijn vele vriendinnetjes, die ’s avonds onder zijn slaapkamerraam stonden te roepen. Als klein duimpje van nog geen twaalf jaar valt je zulks op. Elk lid van ons gezin had zo zijn of eigen favoriete bezigheden op of aan het meer. Vader kon er zielsgelukkig pescatore spelen, mijn moeder las vele boeken weg onder de schaduw van een olijfboom. Ik was voornamelijk in de golven te vinden, gewapend met mijn zwemvliezen en mijn duikbril. Op foto’s uit die tijd zie je alleen mijn voeten. Ik sprak Duits met zwaar Nederlands accent en tussendoor gooide ik er wat Italiaanse woorden uit, wat gemakkelijk was wanneer ik met mijn ouders ergens op een terrasje zat.
Er ging geen maaltijd voorbij zonder dat er vleestomaten op tafel kwamen. Ik gruwelde ervan. Zo groot en zo misvormd ze eruit zagen. Ik vond ze eigenaardig ruiken en ze smaakten weeïg. Mijn moeder at zich er nagenoeg ongans aan. Ze overgoot de in plakjes gesneden tomaat met –natuurlijk- bergen olijfolie, peper en zout en at ze met brood, bij (in) de soep, met of zonder pasta, het maakte niet uit. Ik begreep er niks van maar het maakte mij niet uit zolang ik niet gedwongen werd die vlezige dingen te eten.
Inmiddels is mijn leeftijd gevorderd tot die van mijn moeder destijds in Italië en ben ik de smaak van verse tomaat gaan waarderen. Niet dat ik elke dag belegde broodjes met tomaat eet maar de smaak van verse tomaten in een pastagerecht gaat vér boven die van jachtig opengerukte blikjes tomatenpuree.
Nog steeds eet ik geen vleestomaten. Tenminste, niet “los”. Voorzichtig pak ik het Italiaanse vleestomatenpakketje uit de zak. Ze gaan vergezeld van een heerlijk stuk verse kaas, dat ik direct veilig stel in de koelkast. Ik snijd de tomaten in dunne plakken en verdeel ze los over twee ovenplaten. Ik besprenkel de schatten met olijfolie en bestrooi het geheel met uienringen, knoflookpartjes en verse kruiden uit de tuin. Vervolgens mogen ze een dag of wat rondhangen in mijn oven, op zo’n 60-80 graden. Langzaamaan zullen ze drogen, compleet met de kruiden en andere toevoegingen.
Ik maak er kleine porties van om in te vriezen. Zodat ik in de herfst, wanneer ik depressief door de regen waggel en mijn voeten ijsklompjes zijn geworden, me zal herinneren dat er een zakje Italiaanse zomer in de vriezer ligt waarmee ik niet alleen een basissaus heb voor een zomerse pastaschotel maar die me tevens terugbrengt naar een bijzonder plezierig stukje van mijn jeugd. Inclusief de herinnering aan mijn aan vleestomaten verslaafde moeder.
pai di sotto albergo en toren
vangelista3
Eugenio Vangelista
Afbeeldingen zijn afkomstig van http://paisulgarda.magix.net/vangelista.htm