Archief van
Tag: trots

Stelten

Stelten

Het startschot klinkt en met honderden lopers maak ik me los van het startvak. Richting de duinen gaat het, dwars tegen de wind in. Omstanders klappen voor de bontgekleurde stoet passanten.

Veel hardlopers zijn wat ik noem “ingedopt”. Voorzien van draadjes of juist zonder, verzetten ze hun benen, nemen ze hun stappen op basis van de muziek die binnenkomt. Het verbaast me elke keer weer. Want er is zoveel moois te zien, onderweg. Te beluisteren, ook.

Iets verderop passeren we een uitbaterij, waar groepjes mensen ons handenwringend en kleumend tegemoet joelen. Het doet iets met me, ik versnel mijn pasritme en tegelijkertijd ben ik me bewust van mijn paslengte. Rustig aan, niet alles in de eerste drie kilometers weggeven. Vandaag staan er ruim zeven op het programma en het doel is uitlopen plus genieten.

Na drie kilometer passeren we een drinkpost. Geërgerd wordt er door menig loper geroepen dat het nog te vroeg is, voor water. Ik denk dat er volgend jaar waarschijnlijk niets meer staat, voor onderweg. Hoe jammer, dat commentaar. Ga er lekker zelf staan, denk ik in stilte.

Ineens slaan we linksaf, een bospad in. Ik ben blij, nu komt het op mijn oude loopschoenen aan, waarvan de demping op asfalt te wensen overlaat maar die nog zeer geschikt zijn voor op de atletiekbaan of op zachte cross- en bospaden.

Voorzichtig manoeuvreer ik mezelf over het bospad; het is smal maar wat veert het fijn. Ook moet ik opletten op uitstekende boomstronken en dat zijn er nogal wat. Tot mijn verrassing blijken de bomen in het bos nog wat gebladerte te bevatten. Het ruist heerlijk, onder begeleiding van de zee, die een eindje verderop zachtjes mee lijkt te fluisteren. Als vanzelf kom ik in een heerlijk tempo, waarvan het me ook duidelijk is dat ik moet blijven opletten, wil ik mezelf niet voorbijlopen.

Verderop slaan we plots naar rechts. De hel daalt neer in de vorm van een windkracht acht, zo in het smoel. Het is even zuchten. Enerzijds vind ik tegenwind wel fijn, want gratis zuurstof, anderzijds kost het veel kracht om op tempo te blijven. Ik besluit mijn verstand in te schakelen en iets te versnellen om zodoende even later in een rustiger tempo achter twee dames van gelijke snelheid te kunnen blijven. De komende kilometers zulken zij mijn windvangers zijn, al weten ze dat niet. Ik weet ook, dat we al gauw linksaf zullen slaan (ik heb de routekaart al enkele dagen in mijn hoofd opgeslagen zodat mijn intenne die kaart alleen maar hoeft op te roepen) en dat ik die dames daar ga inhalen en achter me laat. Misschien roep ik nog wel iets van dank je wel.

Op het punt waar we linksaf slaan, zijn rijplaten aangebracht voor de modderige paden. Dit doet iets af aan mijn tempo want mijn schoenen veren zonder goede demping niet lekker mee. Aan de andere kant heb ik de wind nu in mijn rug gekregen en schieten we een fijn duinlandschap in, met wat heuvels en dalen.

Nog steeds waneer ik een berg(je) neem, voel ik dat mijn benen wakker worden en hun Franse geheugencellen aanspreken. Het is bijna idioot maar als een volleerd gazelle vlieg ik de heuveltjes op en daal neer als gracieuze ballerina. Ik passeer het 5-km punt en kijk zonder enkele vorm van verwachting op mijn horloge. Van blijdschap slaat mijn hart een slagje over.

Hoewel ik meer kilometers te verteren heb vandaag, is mijn tempo hetzelfde als de straffe 5-km loop van vorige week, waarvan ik een dag heb moeten bijkomen van verbazing en de feestelijkheid. Ik bedoel maar.

Opnieuw slaan we rechts en weer slaat de wind me in het gezicht maar dit keer laat ik me niet uit het veld slaan, zoek een ander groepje op en probeer opnieuw uit de wind te blijven. We draaien een lusje, lopen wat naar beneden en de tweede hel begint. Geen tegenwind, dat niet, maar ik hobbel over een akelig smal paadje, dat bochelt en kronkelt. Bovendien is het vergeven van de omhoogstuwende boomwortels.

Met de hete adem van medelopers in mijn nek, die me gezien de breedte (smalte!) van dit pad niet kunnen inhalen, wordt het een akelig drafje, waarin ik moeite moet doen om niet te struikelen over mijn eigen benen van de ingetreden vermoeidheid. Een of tweemaal hops ik toch opzij, om zodoende mijn achtervolgers los te laten en zodoende lucht voor mezelf te kunnen scheppen.

Het blijkt een goede zet want ik bereik de bosrand en zie mijn mede loopgenoten van de 7,6 (km) rechtsaf slaan, richting de uitgang van het duingebied. Nog één ferme bocht en dan kan ik de finish zien, die nog een flinke kilometer van mij is verwijderd. Ik reken uit wat ik over heb aan reserve en ik haal een paar keer diep adem. Rustig verdeel ik de ademteugen over mijn stappen. In -twee drie vier, uit- twee drie vier. Het geeft letterlijk lucht.

Nog een lang stuk straat te gaan tot de finishbocht maar ik besluit opnieuw te versnellen. Iets met dood en gladiolen, al zijn we niet in Nijmegen. Ik passeer en passant nog een fitte loper (yes) plus een loper waarvan ik denk dat hij beter niet had kunnen starten. In mijn hoofd ontspringt een vrolijk deuntje met dito dansje maar dat moet echt nog even wachten. Een laatste bocht nog, dan doemt de finish op.

Met alles wat er nog inzit, besluit ik mijn innerlijke Keniaanse op te roepen. Als volleerd Olympiër sprint ik over de finish, kijk gauw op mijn horloge, neem nog gauw een reuzenstap of wat en met een schreeuw van voldoening kom ik over de finishlijn.

Ongelooflijk. Als de tijd die ik denk te hebben gezien tenminste klopt. Met een hart dat woest overslaat dat het een lieve lust is, dribbel ik voorzichtig (nooit meteen van hardlopen stoppen, ja trainer) richting de drankpost Het ruist in mijn hoofd en bonkt in mijn oren. Het boeit niet: ik heb mijn duinloop onder de vijftig minuten gehouden.

En hoewel tijd niet belangrijk is en genieten voorop staat, ben ik toch even heel erg trots op mij en mijn Ethiopisch aanvoelende doch oer-Nederlands zijnde miniatuurstelten.

Voltooid voortgezet

Voltooid voortgezet

Wanneer ik langs de smalle vlizotrap naar de zolder klim om even niks te zoeken, vind ik zomaar het zelfgemaakte fotolijstje waarvan de afbeelding is vergeeld. Een piepjonge puber tussen allemaal andere aanstaande pubers, op de open avond van de destijds zo spannende nieuwe middelbare.
De overgang verliep ronduit rommelig. In stoffige kleding begaven we ons naar het theater, waar de afscheidsmusical van de lagere school werd gespeeld. De goede kleding lag op zolder, in afgesloten koffers. Net voor de musical werd de benedenverdieping van het huis gesloopt, om te verbouwen. De vloer, ja. Er moest een nieuwe fundering worden geslagen, de oude was hard op weg richting China.
Tijdens de eerste maanden op het voortgezet verliep het voor onze brugpuber niet gemakkelijk. Zaken als opstaan en naar school vertrekken waren niet eenvoudig, doordat het smeren van het ontbijtbrood, evenals het daadwerkelijk wakker worden, in feite in de schuur plaatsvond. De verbouwing wilde niet erg vlotten. Schoolboeken lagen constant op de verkeerde plek; verondersteld op de slaapkamer te worden opgeborgen lagen ze in de woonschuur, in verband met overhoringen.
Aan het einde van het eerste leerjaar werd er dyslexie vastgesteld. Laatdunkende opmerkingen van de lagere school over onze wandelende springveer dat hij niet kon stilzitten, zich niet kon concentreren, afwezig leek, zonder vorm van onderzoek waardoor, kregen eindelijk een plekje. Het regende kwartjes, die meteen richting dyslexiedame konden worden overgeboekt. Bij het stempel “dyslectisch” werden direct de termen aandacht, zorg en goede begeleiding meegeleverd. Plots begrepen wij, waarom ons kind van dertien nooit op tijd kwam. De klok had hem simpelweg niets te melden.
Leerjaar twee begon. Met een woning die bewoonbaar was maar niet af. Ergens in de late herfst werd mijn zoon plots spoedeisende hulpverlener. Hij vond mijn moeder, opoe, op de grond. Niet aanspreekbaar en buiten bewustzijn. Haar opname in het verpleeghuis werd een tijdperk waarin ons kind de persoon werd, die de lichten in het huis ontstak. Na machteloos toezien op mijn moeders achteruitgang, besloten we haar naar huis te halen. Voorgoed. In de blessuretijd die opoe was gegeven, ontwikkelde haar kleinzoon zich tot eersteklas leerling-verpleegkundige, niet in opleiding.
Mams overleed. Opnieuw moest mijn kind zich een andere rol aanmeten want niet alleen ontstak hij het licht in huis, ook werd hij mede verantwoordelijk voor het welzijn van onze honden in de vooravond.
In het derde leerjaar kregen de boze buien, het wantrouwen en de toenemende vergeetachtigheid van de andere oma een naam. Morbus Alzheimer had zich in korte tijd als een stille sluipmoordenaar in het lichaam van mijn schoonmoeder genesteld. Opnieuw moest mijn puberzoon omschakelen. Van avonturen beleven met oma schakelde hij naar vooral oppassen. Hij moest hiervoor zijn geduldsspier sneller dan normaal ontwikkelen en bovendien moest hij een olifantenhuid kweken.
En nu ik naar beneden klauter vanaf de vlizo, met het houten fotolijstje in mijn hand, ben ik zomaar in de voorzomer van 2015 aangekomen. Mijn kind bevindt zich in zijn eindexamenjaar. Ter afsluiting op zijn VMBO opleiding is hij in februari op reis geweest naar Londen. Hij vertrok als jongen en keerde als meneer terug, met een hoofd vol indrukken en een simkaart vol kleurige afbeeldingen. Ineens moest ik mijn hoofd optillen om hem in de ogen van zijn vader te kunnen aankijken.
Hij heeft zijn keuze gemaakt voor de vervolgopleiding. Mechatronicus gaat hij worden. Mijn zoon heeft voor zijn toekomst gekozen, zoals hij tot nog toe al zijn keuzes heeft gemaakt. Standvastig, op basis van zijn gevoel met het kompas van verstand, losjes in zijn hand.