Tagarchief: Schrijfveer

Proper (schrijfveer)

Er is iets veranderd in mijn bovenkamer. Goed nieuws want meer ruimte in de schrijfruimte. Minder goed nieuws voor het huis; geen tijd voor huishoudelijke zaken anders dan echte noodzakelijkheden.

Terwijl ik de trap opklim om een wasje te verzorgen voor de andere moeder, zie ik zwarte draden bungelen. Nog net kan ik een gil inslikken. Langs de muren zie ik ragfijne draadjes wapperen. Een bundeltje haren van de dames van Tuttenhove verliest zich neerwaarts van de trap. Een diepe zucht ontsnapt zich een weg in de ruimte.

Toch geeft de aanwezigheid van stof en ander pluis geen enkele vorm van alarm, intentie tot of andere aandrang om in beweging te komen, de stofzuiger ter hand te nemen. Morgen is de drukste dag van de week geworden. Na wat doordeweekse omzwervingen ben ik in de schemerte beland, half vijf, zaterdagmiddag. Niemand ziet nog stofwolken of andere narigheid. Thuiswerken in de avond op huishoudelijk gebied betekent verspilling van kostbare schrijftijd.

Met enkele bewegingen heb ik de klaptop uit haar donkere plekje uit de kast bevrijd, plaats haar op tafel en druk op de startknop. In de tijd dat ze nodig heeft om op te starten zet ik de antieke radio aan. Na enkele ogenblikken vult de ruimte zich met zachte concerttonen van de zaterdagmiddagradio, Hilversum vier, begeleid door zacht licht, dat zich door de gaatjes van het radiofront verspreidt.

Ik log in en de mist in mijn hoofd lost op. In tegenstelling tot de stofdraden in mijn huis, is mijn geest glashelder. Proper.

Klapstoelen (schrijfveer)

Een beetje onwennig loop ik vanuit de ruimte, waarin warm strijklicht uit januari via dakkoepels naar beneden sijpelt, richting de donkerte. Mijn ogen moeten nog wennen dus ik probeer om niet al te grote stappen te nemen. Beneden eindigen lijkt me hier niet fijn.

Aan de zijmuren brandt licht dat is gedimd, waardoor de uitstraling van de ruimte warm oogt. Nu mijn ogen gewend zijn aan het donker zie ik pas, hoe steil het hier naar beneden loopt. Er zitten een stuk of tien mensen in de zaal en ik vraag mezelf af, hoe men deze bioscoop draaiend kan houden. Veel vrienden van en mogelijk nog wat subsidie, gok ik. Toch vind ik het een sprookje, het EYE gebouw. Architectonisch is het gebouw aan de oever van het Amsterdamse IJ een plaatje, zowel van buiten als van binnen.

Bij de vierde rij van bovenaf, stoel elf, blijf ik staan. Het zijn klapstoelen, zie ik. Hopelijk zit het een beetje comfortabel want de film die ik heb uitgezocht duurt bijna twee uur. Voorzichtig laat ik me zakken, zak achterover en zink weg. Nu zie ik ook waarom de zaal zo steil naar beneden afloopt. De hoofden van mijn voorgangers reiken tot onder mijn knieën. Dat betekent onbelemmerd zicht op het doek. Met mijn lengte van slechts honderdzestig centimeter, is vrij zicht op een film een aangename verrassing.

Ik vind het nu al een feestje, deze middag. Ook al is de film zelf nog niet eens begonnen. Mijn telefoon zet ik uit. De komende twee uur wil ik helemaal niks, behalve opgaan in (breed)beeld en geluid.