Archief van
Tag: reizen

Wat weet deze plek van mij? (schrijfveer)

Wat weet deze plek van mij? (schrijfveer)

Tussen mijn wimpers door zie ik een klein peutertje, hard hollend. Haar blonde krullen dansen om haar ronde hoofdje, haar gezicht is rood van de inspanning.
Ze hijgt, ze wordt achtervolgd door twee dames, de een wat ouder dan de ander, ook niet meer piepjong en beiden doen hun best, de kleine jongedame in te halen. Helemaal zonder gevaar is het niet, immers, achter de wuivende wilgen ligt immers het botenhuis. En dus ook de sloot. De moeder vervloekt de vader met zijn open tuin.
Net voordat het meisje bijna niet meer kan remmen, wordt ze aan de banden van haar zwarte jurkje vastgegrepen, door de moeder. Gered. Boos opent het peutertje haar vuistje en gooit iets in het water. Met een grote plons en veel kringen verdwijnt het in het water. Haastig wapperen de eendjes een kant op, geschrokken van het voorwerp.
De moeder is boos. Achter de moeder staat de oudere dame. Ze kijkt ronduit ongelukkig. Het is ook wat, als je kleindochter de sleutel van de antieke klok zomaar, hupsakee, in de sloot kiepert. Een reservesleutel is er niet, dus de rest van het leven van de grootmoeder zal de klok een zinloos bestaan krijgen, in het huishouden.
Een scène verderop knipperen mijn oogleden, zien een meisje van een jaar of vijf, in het grind gezeten met de voeten in gele klompjes gestoken. Hetzelfde model als die van haar vader. Het meisje aait een witte krullenhond, dat zich zielsgelukkig om het meisje heen kronkelt. Dolly houdt van kroelen en van aaien. In de tussentijd kwettert het meisje honderduit. De grijze dame van de andere kant van de heg glimlacht.
De volgende dia op mijn netvlies toont een theemiddag, met de moeder, het kind en de oma. Het kind zit op de mini troon, gelijk de houten troon die binnen bij de oma staat maar dan in minivorm. De gele klompjes van het meisje schommelen vlak boven de grond want elke stoel is immers te hoog voor het klein grietje. Met een bons kukelt het meisje van de stoel. Omgevallen. Te hard geschommeld, zegt de oma. De stoel is niet goed, vindt het meisje.
Op een ander moment komt er een duikelende damesacrobaat voorbij. Met een handstand overslag, een flik-flak en wat radslagen, buitelt ze het gras over. Tot ze niet meer kan. Na deze acrobatische toeren wordt het gras geïnspecteerd en worden de graspollen die her en der hebben losgelaten door het gymnastisch geweld, met een vlotte hieldruk weer terug in het gazon gedrukt. Waarschijnlijk valt het niet op. De vader weet beter.
Een moment verder is het warm, benauwd en vochtig. De lucht is doorspekt van de geur van tomaten. Ze kan het niet velen maar ze moet erlangs, ze moet nog even verder kruipen want daar hangen haar blauwe vrienden, die rijkelijk bungelen in het zonlicht. Aan de andere zijde hangen de groene maar die zijn nog zuur. Het meisje mag niet in de kas komen maar ze doet het toch. Met blauwe lippen meldt ze zich terug binnen. Nee, warm eten hoeft niet meer, geen trek, na de suikerbom van verse druiventrossen.
Ik open mijn ogen, rek me behaaglijk uit op de slaapbank buiten, in het late zonlicht dat nog wat over het terras strijkt. Glimlachend kijk ik uit over de tuin, mijn groene vriendin. Zij weet alles van mij, was al voor mijn komst aanwezig, in verschillende vormen en paden. Mijn groene oase, mijn schuilkelder, onkruidhel en hemel tegelijk. Zij is mijn heden en verleden; soms reis ik met haar terug in de tijd en verblijf ik weer voor even in de tuin van mijn vader.

Reiziger

Reiziger

Twee jaar geleden werd de puber zestien. Ter gelegenheid daarvan mocht hij met onze buurtjes op reis naar, jawel, Amerika. We lieten pasfoto’s maken, hij werd opgemeten en kreeg een paspoort. Bij aankomst in de US of A ontving hij uiteraard een serie ferme stempels in het boekje. 
Dit jaar is hij uitgenodigd om diezelfde buurtjes in Italië te komen bezoeken. Het land waarin de wieg van de vader én van de moeder van de buurman heeft gestaan en het land waar diezelfde ouders na hun pensionering weer zijn gaan wonen.  Junior is te gast in een prachtig klein dorpje, bovenop een pittoreske berg in het hart van Toscane, waar het leven nog om mensen (en eten!) draait en niet om wifi. Hier zal onze B een weekje vakantie vieren samen met zijn surrogaatzus en surrogaatouders. De band is na acht jaar te intens geworden om slechts over buren te spreken. 
Die reis houdt in, dat hij vandaag op het vliegtuig naar Pisa is gestapt. Met alle perikelen rondom de werkzaamheden op de Ring A10 en andere horrorverhalen over wachttijden en onbemande incheckbalies hebben we gisteravond besloten om met het openbaar vervoer naar Schiphol te reizen. Een belevenis op zich.
Op het Centraal station van Amsterdam aangekomen (even was er nog discussie over Sloterdijk of tóch CS) bleek dat van de vijftien sporen er minstens tien de richting Schiphol op het bordje hadden staan. Vlotjes de OV kaart ingecheckt en hop, naar perron 13a. Een sprintje getrokken en even later bevonden we ons tussen de rolkoffermaffia en een handjevol rugzakoverleveraars. Het schept een band, dat gestuntel  met  koffers onder elkaar. Nog geen twintig minuten later bevonden we ons in hartje Schiphol, nadat we eerst een flinke file hadden geconstateerd op zowel de A4 en de A9, waarmee ons (mijn)  OV besluit werd gerechtvaardigd. 
Binnen twintig minuten na onze aankomst op station Schiphol hebben we de bagage van junior ingeleverd. Nadat ik hem wat onhandig had omhelst en een fijne reis had gewenst werd hij na het inscannen van zijn boardingpass zelf gefouilleerd en gescand. Even later zag ik dat hij zijn meegebrachte elektronica in de beroemde plastic bakjes van tekst en uitleg stond te voorzien. De security was tevens de grens waar ik mijn kind los moest laten, richting vliegtuig  en Italië. 
Ik heb hem gevraagd of hij me in elk geval twee berichtjes wilde sturen vandaag. Eentje om te laten weten dat hij in het vliegtuig zat en eentje nadat hij was opgepikt op de plek van bestemming. Inmiddels  weet ik dat zowel Johnny de Mol en André Hazes  op Schiphol waren, met een uitgebreide schare fans, ik weet dat een simpel broodje bijna tien euro kost (Mam! Tien euro!) en dat stoel 12f boven de vleugel en de motor zit. 
En ja, hij is opgehaald, zit inmiddels heerlijk te genieten van een échte Italiaanse pizza, met een forketta en een coltello, en hij heeft het warm. Heel warm. Mi caro bambino is een signore geworden.