Archief van
Tag: rauw

Anima sinistra

Anima sinistra

Er bestaan zes woorden, waarmee ik mijn ziel in een klap zou kunnen verlichten, mezelf vrij zou kunnen maken. Slechts zes woordjes, zeven lettergrepen.
En ik krijg het simpelweg mijn strot niet uit.

Soms denk ik aan mijzelf te kunnen ontsnappen. Dan zwemt mijn geest weg, in een zelfgekweekte poel van blauwgroene gedachten, zwevend op een wolkje grijs. Op andere dagen overheerst mijn onderbelichte ziel. Mijn anima sinistra, zwart gesluierd. Monotoon in zichzelf gekeerd, fluwelen zwarte woorden fluisterend. Op die dagen is de wereld enorm, lijk ik er niet in te passen. Een springvloed van grijsgrauwe gedachten spoelt het zand onder mijn voeten vandaan.
In zulk getijde hunker ik naar zonlicht. Een straaltje is voldoende om de zwarte zijde te verdrijven. Een klein bundeltje maar die mijn ziel verwarmt en verlicht. Die me laat weten, dat het goed komt. Dat niet alles aan mij ligt, maar dat ik op sommige onderdelen in het leven helaas ben blijven steken en dat zulks logisch is, gegeven de omstandigheden. Dat ik om verklaarbare redenen niet in staat ben, om de wereld met een open blik en vertrouwen tegemoet te zien maar dat er een plek in mijn ziel bestaat, geplaveid met tegels waaraan scherpe randen van argwaan en wantrouwen.
Zo zwerf ik rond, als levend dwaallicht. Gevangen in een grauwe mist, beklemmend. Soms benauwend, vaak verblindend. Zelfverkozen want ik zou het allemaal zó los kunnen laten en me onderdompelen in het warme licht van de zon. Ik zou slechts de talloze ragfijne draadjes, die mij verbinden met een niet bestaande werkelijkheid, hoeven door te knippen. Daarnaast zou ik slechts zes woordjes hoeven uit te spreken, waarmee ik los zou kunnen raken van mijn zelfgehaakte zwarte kleedje. De wachtwoorden, een unieke code om opnieuw te beginnen. Correctie: om verder te gaan waar ik was gebleven. Op het punt waarop alles nog normaal was. Voor de aardverschuiving begon.
Zes woorden, zeven lettergrepen. Ik zou slechts zachtjes hoeven fluisteren.
En opnieuw lukt het me niet.

Terughalen

Terughalen

Nog een week en dan komt #mams weer deze kant op. Dat wil zeggen, haar as komt thuis. In een niet-hermetisch afgesloten kokertje.  Natuurlijk wordt het nooit meer zoals vroeger. Toch ben ik verheugd want stiekem voelt het toch een beetje als thuiskomen.
Het asbestemmingsformulier had ik weken zo niet maanden geleden al ingevuld. Toch hoorde ik niets meer van het crematorium. Had ik een brief of aankondiging over het hoofd gezien? Om het gepieker voor te zijn, besloot ik het crematorium te bellen. Het blijft een raar telefoontje, zo’n verzoek om je moeder te mogen ophalen. In zo’n niet-hermetisch afgesloten kokertje. De mevrouw aan de andere kant van de lijn was erg vriendelijk. Ja, ik kan #mams op de fiets vervoeren –“neemt u dan wel een grote tas mee?”- en nee, het gebouw is niet moeilijk te vinden. Ik leg uit, dat ik een enorm kratje op het stuur van mijn bloemenfiets heb. Dat is oké.
“Er zijn twee gebouwen op het terrein van het crematorium. Wanneer u voor de vijver staat, is het het linkergebouw. Het andere gebouw is van een andere uitvaart organisatie.”  De mevrouw legt uit dat er vaak verwarring over bestaat. Ik zeg dat ik me dat kan voorstellen.  Tot slot durf ik zachtjes te vragen naar de afmetingen van het kokertje. “Ongeveer vijfenzeventig centimeter, mevrouw,”  zegt de dame. “U krijgt er evenwel een mooie tas bij.”  Tja, voor de tarieven van het het hele uitvaartcircus mag dat ook eigenlijk wel.
Nogmaals vraagt de mevrouw of de opdracht correct is uitgevoerd. Een niet-hermetisch afgesloten kokertje met als bestemming verstrooiing of bewaring in privé-omgeving. Ik antwoord dat het helemaal juist is.
Vervolgens  vertel ik de mevrouw, dat #mams  een prachtig plekje krijgt bij ons in de tuin, in een handgemaakte urn. Dat we deze samen, wat lacherig, hebben uitgezocht op de website van een pottenbakker uit de Zuidoostbeemster Een donkerbruine urn van keramiek gaat het worden, met een ketting van gekleurde blaadjes erlangs geweven en bovenop een grote, geelgouden zonnebloem.  Op die manier kan #mams bij ons blijven en wanneer nodig, verhuist ze gewoon met ons mee, desnoods tot en met het bejaardenhuis aan toe. Na mijn betoog valt het stil. Geschrokken houd ik mijn hand voor mijn mond. Ik leer het ook nooit, met mijn geratel.
“Mevrouw, wat is dit mooi,” hoor ik aan de andere kant van de lijn. “Dit is nou echt wat je noemt een beetje voor altijd.”