Archief van
Tag: opgroeien

Reiziger

Reiziger

Twee jaar geleden werd de puber zestien. Ter gelegenheid daarvan mocht hij met onze buurtjes op reis naar, jawel, Amerika. We lieten pasfoto’s maken, hij werd opgemeten en kreeg een paspoort. Bij aankomst in de US of A ontving hij uiteraard een serie ferme stempels in het boekje. 
Dit jaar is hij uitgenodigd om diezelfde buurtjes in Italië te komen bezoeken. Het land waarin de wieg van de vader én van de moeder van de buurman heeft gestaan en het land waar diezelfde ouders na hun pensionering weer zijn gaan wonen.  Junior is te gast in een prachtig klein dorpje, bovenop een pittoreske berg in het hart van Toscane, waar het leven nog om mensen (en eten!) draait en niet om wifi. Hier zal onze B een weekje vakantie vieren samen met zijn surrogaatzus en surrogaatouders. De band is na acht jaar te intens geworden om slechts over buren te spreken. 
Die reis houdt in, dat hij vandaag op het vliegtuig naar Pisa is gestapt. Met alle perikelen rondom de werkzaamheden op de Ring A10 en andere horrorverhalen over wachttijden en onbemande incheckbalies hebben we gisteravond besloten om met het openbaar vervoer naar Schiphol te reizen. Een belevenis op zich.
Op het Centraal station van Amsterdam aangekomen (even was er nog discussie over Sloterdijk of tóch CS) bleek dat van de vijftien sporen er minstens tien de richting Schiphol op het bordje hadden staan. Vlotjes de OV kaart ingecheckt en hop, naar perron 13a. Een sprintje getrokken en even later bevonden we ons tussen de rolkoffermaffia en een handjevol rugzakoverleveraars. Het schept een band, dat gestuntel  met  koffers onder elkaar. Nog geen twintig minuten later bevonden we ons in hartje Schiphol, nadat we eerst een flinke file hadden geconstateerd op zowel de A4 en de A9, waarmee ons (mijn)  OV besluit werd gerechtvaardigd. 
Binnen twintig minuten na onze aankomst op station Schiphol hebben we de bagage van junior ingeleverd. Nadat ik hem wat onhandig had omhelst en een fijne reis had gewenst werd hij na het inscannen van zijn boardingpass zelf gefouilleerd en gescand. Even later zag ik dat hij zijn meegebrachte elektronica in de beroemde plastic bakjes van tekst en uitleg stond te voorzien. De security was tevens de grens waar ik mijn kind los moest laten, richting vliegtuig  en Italië. 
Ik heb hem gevraagd of hij me in elk geval twee berichtjes wilde sturen vandaag. Eentje om te laten weten dat hij in het vliegtuig zat en eentje nadat hij was opgepikt op de plek van bestemming. Inmiddels  weet ik dat zowel Johnny de Mol en André Hazes  op Schiphol waren, met een uitgebreide schare fans, ik weet dat een simpel broodje bijna tien euro kost (Mam! Tien euro!) en dat stoel 12f boven de vleugel en de motor zit. 
En ja, hij is opgehaald, zit inmiddels heerlijk te genieten van een échte Italiaanse pizza, met een forketta en een coltello, en hij heeft het warm. Heel warm. Mi caro bambino is een signore geworden. 

Achttien

Achttien

Achttien jaar geleden werd op een zonnige avond in mei een baby geboren op OK3 van het Bovenij ziekenhuis. Tegelijkertijd met het doorklieven van de navelstreng werd ook de moeder geboren. Tijd vliegt, wanneer je het leuk hebt.
In de afgelopen achttien jaar heb ik geleerd dat opvoeden een wederkerige bezigheid is. Het is geen eenrichtingsverkeer in de zin dat je je kind uitsluitend iets moet geven of te leren; andersom is het leerproces namelijk ook heel interessant. Hoe jong je kind ook is. Je kind is als een spiegel; zorgdragen voor een mooie glans, waarmee een heldere, transparante kijk op de wereld ontstaat is een uitdaging en must tegelijk.
Vandaag schoot door mijn hoofd dat mijn jeugd zoveel anders verliep. Ik verloor mijn vader al vroeg, mijn wereld was al gauw vertroebeld. Mijn moeder was de liefste van de wereld, maar niet de meest stabiele. In 1988 werd ik meerderjarig, op mijn 18e. In één klap kwam de boze buitenwereld dichtbij, werd ik niet alleen geacht dingen zelf te regelen, ik moest het ook gewoon doen.
Er waren strenge notarissen, bankmedewerkers en er waren bureaucratische verzekeringsmannetjes die vertelden wat ik vooral niet moest doen. Ook moest ik veel brieven naar Groningen schrijven, naar de Informatie Beheer groep, die veel informatie ontving maar het zelden begreep. En de Belastingdienst, niet te vergeten. Wanhopig werd ik ervan. Er waren wel wat steunpunten maar vaak waren deze niet bereikbaar.
Hoeveel anders is het nu. Nog steeds moet je veel regelen en aanvragen. Bijvoorbeeld je zorgverzekering, je zorgtoeslag, je studiefinanciering. Ontzorgen is niet voor niets een werkwoord geworden. Gelukkig zijn de meeste zaken online te regelen en anders is er wel een appje voor. En loopt de boel vast dan is er bijna altijd wel een icoontje met een telefoontje en kun je als student soms tot wel ’s nachts (want mobiel) bellen om je zaken geregeld te krijgen. Een geruststelling.
Vandaag liepen we bij onze bank naar binnen, om de legitimatie van onze meerderjarige te laten verifiëren en een aantal zaken te laten controleren. We waren goed voorbereid, vertelde de bankmedewerker. Met goede adviezen en aanvullende apps (waarin kortingen!) verlieten we het pand, gesterkt in onze overtuiging dat we het tot nog toe niet heel verkeerd hebben gedaan. Althans niet financieel. Een groot compliment, vind ik zelf.
Diep van binnen denk ik dat we het goed gedaan hebben. Tot heden toe heeft zoonlief zijn keuzes weloverwogen gemaakt, op basis van gevoel, met het kompas van verstand losjes in zijn hand. Verder is hij, net als zijn vader en ik, lekker knapperig dwars afgebakken. Mijn leerpunt: zoon heeft meer geduld in het leven dan ik. Daar neem ik graag een voorbeeld aan.
Verder voel ik het moederschap na achttien jaar (en ook eerder) hetzelfde zoals mijn moeder het altijd uitdrukte: “Er is maar een liefste kind op de wereld. En ik heb het.”