Archief van
Tag: ontspanning

Koers

Koers

Soms is alle drukte me teveel. Dan draait mijn interne antenne overuren en vang ik alle prikkels op die je maar kunt bedenken. Gesprekken vanaf een willekeurig terras, sfeerimpressies wanneer ik ergens op visite ben of geroezemoes in het theater. Je kunt het zo gek niet bedenken of het komt allemaal binnen in mijn hoofd, zónder filter want die is stuk. En flink ook.
Terug naar de basis. Naar mij. Mijn gezin. De dingen doen die ik leuk vind. Naar het theater met mijn lief, als verrassing van hem voor mij. Boeken lezen. Hardlopen. Jawel, de loopschoenen zijn weer uit schuilplaats tevoorschijn gekomen. Sterker nog: ik heb nieuwe aangeschaft. Knalroze want in mijn maat, nog de goede ook en in de aanbieding met een forse korting. Haleluja, amen. Wel klein beginnen, rustig aan. Zeg ik dat echt? Jazeker. Langzaam aan, dan breekt het lijntje niet en dan vind ik hardlopen volgende maand ook nog leuk.
Ook ben ik weer in mijn kano gesprongen. Aangezien ik met mijn korte beentjes het roer nauwelijks kon bedienen en het zitje ernstig zat vastgeroest, heeft mijn handige man een nieuwe schroefpen voor het zitje in mijn bootje gemonteerd en dus kan ik het zitje tegenwoordig makkelijk naar voren of naar achteren stellen. Het betekent, dat ik meer kracht kan zetten met mijn benen en dus iets harder kan varen dan vorig jaar. Dat klinkt raar en toch is het zo. Ook werd het roer gesteld waardoor mijn kano weer bestuurbaar is in plaats van dat ik doelloos rondjes met of juist tegen mezelf vaar.
Met het mooie weer van de laatste paar dagen duik ik regelmatig in mijn polyester breinaald, om de stress van de storende antenne in mijn hoofd eruit te varen. Gezellig vertoef ik tussen de meerkoetjes, die op hun nest broeden en woest klapperen wanneer ik zachtjes langs dobber. Beducht ben ik op zwanen, sowieso al geen lieverdjes en in het broedseizoen al helemaal niet. De ganzen vliegen boven mijn hoofd, luid schreeuwend. Een stel eenden landt plotsklaps voor mijn kanopunt en ik moet moeite doen, niet om te vallen van de schrik.
Aangezien mijn handige man de kano ook heeft gepolijst en heeft gecleaned glijd ik als een speer door het water, hetgeen in de praktijk betekent dat mijn breinaald veel instabieler aanvoelt dan verleden jaar. Wanneer er een setje plaatselijke jeugd voorbij raast in platte aluminium bootjes met buitenboordmotor, veroorzaken deze deining in het water en dus een klotspartij. Angstig dobber ik op de golven, met mijn handen om een brugpaal gevouwen, in afwachting van betere vaartijden.
Toen ik bij aankomst in de veilige kanohaven teleurgesteld opmerkte, dat mijn vaarkunsten blijkbaar naar het rijk der fabelen waren verhuisd, vertelde een kanocollega dat de instabiliteit niet door mij werd veroorzaakt maar door de polish, die de kano gladder maakt en dus ook instabieler. Natuurlijk. Het ligt ook helemaal niet aan mij.
Helaas vergeet ik dat regelmatig. Gelukkig zijn er mensen om me heen die in mij geloven, op de momenten dat mijn innerlijke antenne overuren draait en ik het overzicht en het vertrouwen in mezelf kwijt ben.

Kano

Kano

“Ga je nog varen?”, vraagt mijn zoon. Het is woensdagavond, kanoavond. Afgelopen zaterdag heeft mijn kind veertien kilometers gekanood, zeg maar gebikkeld, in Waterland. Veertien keiharde kilometers gevuld met tegenwind, inclusief flinke zijwaarste windstoten op en rond het Noord-Hollands kanaal, dat leek te zijn veranderd in een onbestuurbaar golfslagbad.
Klappertandend van de kou en van de zenuwen moest ik toegeven, dat mijn zoon meer ballen heeft dan ik tijdens de barre tocht. Zeker driemaal heb ik hem bijna zien verzuipen. Daarbij moet ik wel opmerken, dat dat een perceptie was van mijn misleidend moederoog en niets zegt over de vaarkwaliteiten van mijn kind.
Als moeder gedroeg ik me als een soort verklede angsthaas met een loslaatprobleem. Toch moest ik toegeven dat ik als toeschouwer aan de waterkant vrij weinig aan goede daden kon verrichten. Ik besloot me dus maar over te geven en te vertrouwen op de vaarkunst van mijn kind. Hotsend en klotsend bereikte hij de kleine slootjes in de omgeving van de kanoclub, om even later kapotstuk maar voldaan te finishen.
Zoveel vertrouwen had ik niet in mijn eigen kunsten, vanavond, en nog eerlijker gezegd had ik ook niet zo veel zin om met mijn nieuwe (want gegroeide) achterwerk in mijn kano te stappen. Echter: wil ik over een tijdje weer van de meerkoetjes en de kalfjes tussen het riet genieten, dan zal ik toch echt de peddels een dezer dagen weer eens moeten vasthouden.
“Je hebt gelijk,” zei ik tegen mijn kind. “Stilstand is achteruitgang.” Vlug raapte ik mijn spullen bij elkaar, om even later gezamenlijk richting de kanoclub te fietsen. In mijn kano klimmen ging niet gemakkelijk en de eerste honderd meter peddelen ging al helemaal niet vlot.
Eenmaal onder de ringweg door, richting de kleine Waterlandse slootjes, gleed de kanopunt echter weer vertrouwd door het water en was het alsof ik nooit gestopt was met varen.
Op rechts een meerkoet, links dobberde een eenzame eend, begeleid door de golfjes van een frisse NoordOoster.
Wonderlijk, de samenwerking tussen geest en lichaam, wanneer het verzet is gebroken en ze besluiten het eens te worden.