Archief van
Tag: ogen

Dextra (3)

Dextra (3)

Begin deze week besluit ik om poolshoogte te nemen bij de lenzenman. Wanneer ik de winkel binnenstap, kijkt hij me wat meewarig aan, noteert mijn naam en ik zie een herkenning over zijn gezicht flitsen. Mevrouw oculus dextra, met forse cilinder. Zachtjes schudt hij nee met zijn hoofd. Even later toetst hij driftig wat gegevens in op de computer, tuurt en fronst zijn wenkbrauwen.
“Ze moet uit Italië komen, ziet u. Hier staat, dat ze de 19e is verstuurd en dat ze de 23e wordt verwacht.”
Toch ben ik blijer met dit bericht dan met helemaal geen nieuws. De lenzenman drukt me op het hart dat hij me een sms-je stuurt wanneer ze er is.
De volgende dag zet ik mijn bril op. Geen zin in gepluk en gedoe; de laatste dagen loopt het niet lekker met mijn ogen, waarom is me niet helemaal duidelijk. Ze hebben rust nodig, besluit ik. Verder heb ik geen zin om erover te piekeren en dus ga ik de woonkamer schoonmaken.
Enthousiast ga ik aan de slag. Trui uit, sokken uit en op blote voeten want de Noorse bosgod brult zijn midwinterse aria. Anderhalf uur later glimt de vloer en omdat ze nog nat is ga ik op de keukentafel zitten met een kop koffie. Naast mij ligt mijn telefoon. Even facebook checken. Het lichtje knippert, er is een bericht. Van de lenzenboer.
Gauw slurp ik mijn koffie naar binnen, verbrand mijn slokdarm, struikel van tafel, trek mijn sokken aan en mijn jas, gris mijn tas van de stoel en ik sjees op de fiets richting de optiek. Oververhit ondanks de vrieskou meld ik me bij de lenzenman. “Jij bent snel. Ik druk net op verzenden,” lacht hij.
Bij het fonteintje in de winkel mag ik mijn handen wassen en daarna pluk ik voorzichtig de verpakking van de lenzen open. Tot mijn verbazing zijn de lenzen wit doorzichtig. Ik ben gewend aan lichtblauw getint, voor het terugvinden. Dat wordt lastig maar niet onmogelijk, besluit ik.
Een voor een surfen de contactlenzen op een golfje inzetvloeistof richting iris. Voorzichtig knipper ik de vloeistof uit mijn ogen. Even word ik duizelig en ik ga zitten.
“Het zal wel even wennen zijn, want de sterkte is echt heel anders dan dat je gewend bent,” zegt de lenzenman. “Doe rustig aan vandaag, de laatste keer dat ik zelf een andere sterkte kreeg was ik ook even van de leg,” zegt hij troostend.
Even later sta ik op, vouw mijn bril in elkaar en stop hem in mijn tas. Een beetje wankelend loop ik naar de deur richting de winkelpassage. Over twee weken kom ik terug voor controle en als er iets is mag ik natuurlijk altijd binnenlopen. Dat is prettig.
Het eerste uur ben ik draaierig en mopperig want mijn haviksogen, met zicht op vliegtuigen, honderden kilometers hoog in de lucht, ben ik kwijt. Daarentegen valt het me op, dat ik de rest van de dag mijn leesbril niet hoef te pakken. Het kijkt heel rustig omdat mijn ogen niet de hele tijd hoeven accelereren van ver naar dichtbij. Het lijkt wat automatischer te schakelen en voelt heel prettig.
Wanneer ik ’s avonds in bed stap, kan ik er drie tellen later weer uit. Grijnzend kijk ik in de spiegel, wanneer ik mijn plastic kijkers voorzichtig uit mijn ogen vis. Voor alles is dus blijkbaar een eerste keer.

Dextra (2)

Dextra (2)

“Dinsdag of woensdag zijn ze er, hoor,” zegt de opticienne. “Geeft u mij uw mobiele telefoonnummer, ik stuur u een berichtje wanneer ze er zijn.” Mijn telefoonnummer schrijf ik op een briefje -eerst checken want ik bel mezelf nooit- en de mevrouw zet het in de computer.
Het lijkt wat snel, drie, vier dagen na de bestelling van mijn recept. Meestal moet ik langer geduld hebben. Dat komt door de lens van mijn rechteroog. Die is ingewikkeld sterker dan de linker en moet vaak apart besteld worden, meestal uit verre oorden. De optiekdame legt uit dat zij een snelle lijn met de leverancier hebben. Ik besluit me er niet druk om te maken want ik kan er immers geen invloed op uitoefenen. Je suis Lettersmid, geen lenzensmid.
Anderhalve week later bel ik toch maar even, met de lenzenwinkel. “Ah, ja, dat is ook zo. We hebben inmiddels één lens binnen. De andere moet speciaal gemaakt dus dat duurt even.”
Dus toch.
“Begin volgende week verwacht ik hem hoor, je rechter lens,” zegt de lenzenman vrolijk. Volgende week woensdag bel ik ze opnieuw, spreken we af.
Het is wat met mijn oculus dextra met haar cilinder van min drie, die met contactlens kan worden ingekort tot min twee punt vijfenzeventig. Plus min drieënhalf aan dioptrieën. En asrichting honderdvijfenzestig. Ook nog.
“Rot oog, door jou lijk ik wel een schele blinde vink,” roep ik heel lelijk tegen mijn spiegelbeeld. Hopla. Mijn nieuwjaarsbelofte in week twee compleet aan gort.
Mijn pasgeplukte wenkbrauwen schieten omhoog, kijken me vrolijk aan, niet van zin zich te laten inpakken door een humeurige bui aan de andere kant van de spiegel. “Wat nou rot oog. Er is niks mis mee. Het is een bijzonder oog. Het is van jou en het is heel sterk.”
Grinnikend draai ik me van de spiegel af. Op die manier kan ik het natuurlijk ook bekijken. Dat rechteroog is inderdaad heel sterk. Zo sterk, dat je van verdomd goeie huize moet komen, wil je door mijn venster kunnen kijken om te zien.