Archief van
Tag: Odetjes

November

November

image
Een jaar geleden wandelden mams en ik door de schoonheid van het najaar. Allebei vonden we, ondanks het grillige verloop van mams’ ziekte, dat we de allermooiste herfst ooit beleefden, al wisten we niet, dat het ook onze laatste gezamenlijke herfst zou zijn.
Ik wandelde achter de rolstoel want lopen was voor mijn moeder geen optie meer. Ik had haar goed ingepakt. November kan best fris aanvoelen, zeker wanneer je door een -toen nog- onbekende sluipmoordenaar tot zitten bent veroordeeld. Na een rondje om het verpleeghuis te hebben gelopen kwamen we in het park, alwaar we ons vergaapten aan de schoonheid van de vele treurwilgen, die rond het water stonden opgesteld.
“Ik begrijp niet, waarom mensen deze boom een treurwilg noemen,” sprak mams. “Haar takken zijn van buitengewone schoonheid. Van mei tot en met november is zij groen gesluierd. Eigenlijk is ze de blijvende bruid onder het boomvolk .” Samen bewonderden we de prachtige bladerkroon die vanuit de hemel tot in het water leek te reiken.
Een jaar later fiets ik langs dezelfde boom. Dit keer kan de schoonheid me niet bekoren, sterker nog: ik zie enkel treurnis in de vorm van haar lange kleurloze armen, die jammerlijk in het water hangen. Haar blaadjes keren zich afvallig van haar af. Ze lijkt niet alleen haar schoonheid maar ook haar inhoud te hebben verloren. Peinzend bedenk ik, dat deze treurwilg en ik meerdere overeenkomsten hebben, dit najaar.
Ik fiets naar huis en neem me voor om volgend jaar de boom opnieuw te bezoeken. In het voorjaar. Hopelijk hebben zij en ik dan beiden onze glans dan weer een beetje teruggevonden.

Terecht

Terecht

leeuwin
Ze was niet kwijt, noch verloren. De meest dappere, mooie, prachtige, stoere vrouw die ik ken stapte vanmiddag weer fris en fruitig terug mijn leven in. Eigenlijk was ze niet echt zoek. Ik kon haar alleen gewoon even niet vinden.
Ze heeft het goed gehad, mijn Bikkelien. Ergens ver weg heeft ze haar batterij op kunnen laden die ik niet meer kon vinden. Meer nog. Een complete accu heeft ze als jachttrofee mee terug genomen.
Met een dosis versgebakken energie waar het zonlicht vanaf lijkt te spatten neemt ze me bij de hand, huppelt mijn leven in, brullend als een leeuwin. Haar sterke klauwen slaat ze naar me uit zonder me te bezeren. Behoedzaam meent ze me in haar armen. Zachtjes fluistert ze, dat ze me gemist heeft en dat het goed komt. En dat ze me nooit meer verlaat zonder fatsoenlijk afbericht.
Terwijl we even later samen met opgetrokken voetjes op de bank hangen en de wijn vrolijk in onze glazen ronddanst, vertelt ze me over haar avonturen. Een glimlach vouwt zich om mijn mond en met ieder woord dat over haar lippen komt voel ik het leven en de kracht terug in me stromen. Met Bikkelien zo dicht bij me voel ik dat mijn hart zich niet alleen opent maar dat het ook weer opwarmt.
Er stroomt een dynamische, niet te stuiten energie mijn huiskamer in waar de vonken van afspatten waarbij het vuur van mijn kachel verbleekt. Met Bikkelien aan mijn zijde kan ik alles en nog veel meer. Mijn hart maakt een sprongetje en mijn ziel juicht. Ze is terug. En behoudens een vakantie laat ik haar nooit meer gaan.
Want ik houd van haar. En het is wederzijds.