Archief van
Tag: Odetjes

Vaderdag

Vaderdag

Het is de derde zondag in juni, ofwel Vaderdag.  Een dag met dubbel gevoel. Mijn vaders zijn op; allen zijn ze permanent verhuisd naar het rijk der geesten.

Eenendertig jaar geleden overleed mijn vader. Op redelijk jonge leeftijd, al dacht ik daar destijds als zeventienjarige anders over. Helaas weet ik niet meer wat ik hem voor zijn laatste Vaderdag heb gegeven, in 1986. Vreemd hoe selectief geheugen te werk gaat. Het zal waarschijnlijk wel iets zijn geweest om mee te vissen. Mijn vader had namelijk drie huwelijken, waarvan hij de tweede verbintenis met zijn tuin was aangegaan en het derde verbond was stil gesloten met zijn visuitrusting, waaronder de sleutel van het hek van de Zuidpier van IJmuiden.

Na het overlijden van mijn vader heeft mijn schoonvader liefdevol allerlei vaderse taken overgenomen. Helaas heeft hij dat niet lang mogen doen. Vijftien jaar geleden is ook hij overleden, waarmee mijn voorraad vaders opging tot stof, om niet weder te keren.

Terwijl ik een slok van een kop veel te hete koffie neem, denk ik aan de vaders uit mijn leven en hoe kort ik ze maar heb gekend. Misschien zitten ze vandaag gezellig aan een kop koffie, hierboven in het Vaderhuis. Misschien is Vaderdag wel een themadag, in de hemel of in het ergens waar ze zich thans bevinden.  

Ik zou er wat voor over hebben om ze te bezoeken. Niet voor eeuwig natuurlijk maar gewoon, voor één keertje, heel eventjes maar. Een dagtrip, om bij te praten en ze te vertellen dat het hierbeneden goed met me gaat, dat ik ze mis. Ik zou ze beiden graag mijn boek als Vaderdag cadeau hebben willen geven.

Uiteraard is zo’n uitstapje onuitvoerbaar. Het zou een vreemde en bovendien lastige reis worden. Reizen per OV-chipkaart richting hiernamaals is onuitvoerbaar, zo niet onbetaalbaar. Bovendien zou het slechts een enkele reis zijn. Een dagretourtje kennen ze hierboven namelijk niet.

Belofte

Belofte

Voorzichtig schenk ik mijn flûte bij met Prosecco. Het is nieuwjaarsdag en ik heb wat te vieren.
Nee, dit jaar doe ik niet aan goede voornemens. Het woord voornemen alleen al vind ik te plechtig om uit te voeren en meestal eindigt zo’n voornemen in een probeersel. Probéren om minder te eten, probéren meer te sporten en probéren om meer geduld te hebben. Proberen wordt al gauw een poging en halverwege de maand januari strandt de poging en daarmee het voornemen glansrijk en daar zijn die dingen nou juist niet voor bedoeld.
Geen voornemens meer voor mij; anno tweeduizendzestien doe ik aan beloftes. Dat oogt niet alleen vriendelijker maar ook zijn ze lastiger te omzeilen. Een belofte maakt immers schuld.
Dit jaar heb ik mezelf beloofd om te stoppen met een hele slechte gewoonte. Nee, het gaat niet over roken. Deze maand is het twee jaar geleden dat ik mijn laatste sigaret uitmaakte en nog steeds weet ik heel zeker dat ik nooit meer zal roken. Het voelt overigens waanzinnig goed om dat zo stellig uit te kunnen spreken.
Ik heb mezelf beloofd om nooit meer op mij te mopperen. Daaronder mede verstaan mezelf af te zeiken, af te kraken en mezelf onderuit te halen. Het is mooi geweest, ik verdien meer dan mijn eigen onderlaag. Ik ga mezelf meer complimenten geven over eigenschappen en competenties waar ik goed in ben en bovendien wil ik me (verder) ontwikkelen op vlakken die ik onder de knie heb én op gebieden die ik lastig vind.
Tot nu toe vind ik het een prachtbelofte.
Meer nog: ik vind het een cadeau.