Archief van
Tag: Moeder

Wetenschap

Wetenschap

Op woensdag houd ik Ontwikkelwenswoensdag. Ooit was het mijn mantelzorgwensdag maar sinds het overlijden van alle moeders hier in huis is dat veranderd. Ontwikkelwenswoensdag houdt in, dat ik het internet afstroop, op zoek naar informatie. Niet zomaar informatie: ter lering en ontwikkeling. Hiermee stel ik mijn persoonlijk wetenschappelijk (online) opleidingspalet samen.

Meestal struin ik LinkedIn af. Vaak vind ik er een schat aan informatie met Webinars, interessante artikelen en White papers. Een Webinar is eigenlijk een online informatieklas die je volgt via je computer of laptop. En een Whitepaper is een combinatie van een soort online schoolbord, gecombineerd met digitale aantekeningen, waarmee je veel informatie krijgt die evenwel gedoseerd binnenkomt. Soms betreft het onderwerpen waarvoor ik in de jaren ’80 minstens nog een maand in de klas zou moeten vertoeven; tegenwoordig leer ik in een avond of een middag bij. Samen met mensen die net als ik op zoek zijn naar informatie en kennis over zaken die ons boeien. Persoonlijke ontwikkeling bijvoorbeeld, zingeving, wetenschap of faalkunde. Bijster interessant en ik kan er geen genoeg van krijgen.

Deze vorm van leren gaat me beter af dan in klassikale vorm want daar houd ik niet van. Meer nog: met mijn intenne ben ik er niet geschikt voor; noch voor gemaakt. Vaak gaat er in de klas van alles mis. Er is drukte, inclusief een tekort aan gehoor en een teveel aan prikkels. Ik leef dus op bij de gratie van het bestaan van digitale informatievoorziening die gedeeld wordt via het wee-wee-wee.

Naast mijn informatiebron op het internet bezit ik een Museumjaarkaart. Ooit cadeau gevraagd aan mijn mannen, in 2015. Aangeschaft op een bijzondere dag en plek, namelijk op mijn daadwerkelijke verjaardag, in de Amsterdamse Hermitage. Sindsdien laat ik de kaart jaarlijks verlengen en bezoek ik tot volle tevredenheid museums. In 2019 heb ik hieraan een nieuwe dimensie gegeven: onder het mom “bezoek eens een museum waar je nog nooit bent geweest” kwam ik vier weken geleden in Leeuwarden terecht (Fries Museum). Gisteravond, op Ontwikkelwenswoensdag, kwam er een moeilijkheidsgraad bij: Google jezelf nou eens naar een museum waarvan je nog nooit hebt gehoord.

Ik kwam uit bij de Embassy of the free mind, gevestigd in het Huis met de Hoofden, op de Amsterdamse Keizersgracht. (Voor de liefhebber: nummer 123). Ik las dat ik 2.000 jaar verzamelde wijsheid zou vinden, in elke mogelijke vorm, geïnspireerd door de afbeeldingen en teksten uit de collectie van de Bibliotheca Philosophica Hermetica. Deze bibliotheek en het Huis met de Hoofden zijn onlosmakelijk verbonden met de stad Amsterdam en haar geschiedenis, de vrijheid van meningsuiting, tolerantie en vrijheid van drukpers. De symboliek van de naam ‘Huis met de Hoofden’ paste dan weer bij de grote denkers waarmee ik kennis zou maken in deze Embassy. Op ontwikkelreis met Hermes, Pythagoras en Spinoza tegelijkertijd. Ik wist dat het een walhalla zou worden, voor mijn geest die altijd op zoek is naar kennis.

Met een jubelend hoofd was het voor de ziel tegelijkertijd ook een intense beleving. Diepgelukkig ronddwalen met een blije geest die dankbaar gevoed wordt, in een vreemd pand en me toch direct thuis voelen. Een intenne die niet strak stond van de ruis maar die rustig en gedoseerd stromen informatie door liet komen. Nog vreemder: ik voelde een intense verbondenheid met mijn moeder. Ik voelde ogenblikkelijk dat zij deze plek meer dan geweldig zou hebben gevonden. Ze hield van de vrije geest, was altijd op zoek naar antwoorden, naar kennis en wetenswaardigheden over plaatsen en personen. Die leergierigheid en mijn onderzoekende geest heb ik van mijn moeder meegekregen en dat geeft zelfs na haar overlijden nog een intense verbinding.

Ik liep een kamer in waar een interactieve voorstelling werd getoond met teksten die me raakten. Over kennis, over de wijsheid die in vele mensen schuilt en niet alleen in de geleerden. Wijsheid zit niet in diploma’s maar in de vrije geest. Hoe belangrijk het is om kennis en wijsheid te delen, opdat de eigen wijsheid daarmee nog eigenwijzer wordt.

Na de voorstelling draaide ik me om, zodat ik de rest van de kamer kon bekijken. In het midden van de kamer stond een enorme ronde tafel, van hout en door de tijd gebutst. Erop stonden verschillende glazen vazen, gevuld met water waarin nog niet ontloken lelies waren gestoken, tezamen met uitbundig bloeiende zonnebloemen. Mijn moeders bloemen. In april.

Toeval bestaat niet.

Voor de liefhebbers van kennis en wijsheid: zie hier de informatie

Soep

Soep

Bij mijn moeder stond eeuwig een pannetje op het vuur. Meestal met soep, soms was het een allegaartje van bij elkaar geraapte kliekjes, waarvan soep werd gemaakt. Want soep kon volgens mijn Brabants gewortelde moeder altijd.

Ik weet nog, dat mijn moeder na het overlijden van mijn vader, heel lang, misschien wel enkele jaren, heeft geleefd op soep. “Ik hoef het niet te kauwen en het glijdt zo makkelijk naar binnen,” zei mijn moeder wanneer iemand vroeg of ze ook nog gewoon at. Voor mij heeft ze altijd gekookt maar ik weet dat ze zelf nauwelijks een hap wegkreeg. En met soep kreeg ze in elk geval nog wat vitamines naar binnen.

Mijn moeder had haar liefde voor soep van haar moeder meegekregen, de schippersvrouw. Op het lange binnenvaartschip, met de keuken in het ruim, stond eeuwig een pannetje met een of ander iets op het gietijzeren, kolengestookte fornuis te pruttelen. Aangezien ze meestal kolen op het schip vervoerden, was er voldoende brandstof voor eigen gebruik. En mijn oma had of kreeg eeuwig eters over de vloer, of dat nou op het schip was, of tijdens een tussenstop in een haven onderweg.

Later, toen oma in het bejaardenhuis ging wonen, stond er eeuwig een pannetje op de elektrische tweepitter. Meestal was het een culinair allegaartje van de maaltijd van de dag ervoor. Niet dat oma hoefde te koken; het eten werd gewoon door de verzorging gebracht. Maar oma had meestal geen trek (ouderdom) en dus maakte ze er meestal de dag erop iets anders van. Naar eigen smaak. Ik gaf haar gelijk, ze was immers eeuwig gewend zelf te koken. In haar optiek wist ze niet beter dan de buitenwereld immer trek had. We lieten het zo, wanneer we op bezoek kwamen aten we dankbaar het speciaal voor ons gekookte prutje op.

Blijkbaar wil Moeder natuur mij iets leren, of overbrengen. Langzaamaan begeef ik me richting de vijftig. Daar horen bepaalde standaard hormonale toestanden bij (eeuwig kapotte interne thermostaat, kort, héél kort lontje) en blijkbaar groei ik dus ook richting mijn moeder. Net als zij deed, voel ik me regelmatig niet thuis in deze wereld en kruip ik fijn naar binnen, laat de rolluiken neer. Meestal prevel ik een zelfgemaakt gebedje tegen de wereld, dat ik uitplug en even niet meer meedoe. Heerlijk vind ik dat. Ongegeneerd kan ik uren binnen in mezelf verblijven, ordinair cocoonen zonder iemand anders of een stukje buitenwereld binnendringt.

Daarnaast betrap ik mezelf erop, dat ik, op de dagen dat ik vrij ben, er meestal….precies. Een pannetje op het vuur staat, op mijn hypermoderne vijfpitter. Ooit was het nog wel eens stoofvlees, jong geleerd van de kampioene stoofvlees braden, mijn grootmoeder van vaderszijde. Tegenwoordig pruttelt er soep. Van restjes en van prutjes. Het is iets met herhalen van patronen. Omdat het zo makkelijk, gedachteloos wegglijdt en ik net als mijn moeder ook niet altijd zin heb om te kauwen. Soep is warm voor als ik het toch een enkele keer koud heb.

Tot slot is soep eenvoudig. Je kunt er van alles en nog wat ingooien. Het is zó klaar. En sinds mijn prévijftigste ben ik vooral van dat laatste een enorme fan geworden.