Een gevoel van ruimte (schrijfveer)

Het zijn rare gedachten, die in mijn hoofd rondtollen en ik vraag me af of ik ze ooit kan uitspreken. Ik gok van niet. Daarom schrijf ik ze maar op.

Een gevoel van ruimte is ontstaan na het overlijden van mijn moeder. Hoezeer ik ook van haar heb gehouden en hoezeer ik haar ook mis, haar vertrek heeft mijn leven niet alleen verlies gebracht maar ook lucht.

Nee, mijn moeder was niet lastig en niet vervelend. In het geheel niet. Mijn moeder, zelf geen uitgebreide scholing of opleiding genoten, bezat van nature een brede kijk op zaken en de mogelijkheid om problemen en situaties kubusmatig, dat wil zeggen langs alle zijden, te bekijken. Tot slot bezat ze een groot talent voor muziek en was haar grote liefde het begrip ontwikkeling en dan in de meest brede vorm.

De ruimte die ik beschrijf ervaar ik als figuurlijk. Zonder mijn moeder ben ik het kind niet meer. Vlak na het overlijden van mijn moeder voelde het verwezen als onwennig, al was ik geen jong kind meer en geruime tijd volwassen geweest. Doordat mijn moeder gedurende mijn leven tevens mijn buurvrouw is geweest ben ik tot het besef gekomen dat ik nooit echt ben uitgevlogen vanuit het ouderlijk nest. Zodoende werd mijn kinderrol jaarlijks verlengd met enkele drama’s in meerdere bedrijven.

Ik mis mijn moeder verschrikkelijk, betrap mezelf regelmatig op het feit dat ik de tussendeur in ons ruime huis wil openen om haar iets te vertellen. Soms wil ik mijn moeder opbellen. Bij groot nieuws bijvoorbeeld, zoals het heuglijke feit dat mijn kind nog niet zo lang geleden voor zijn rijbewijs is geslaagd en nu regelmatig fijne ritjes rijdt, wil ik het liefst met haar delen en dat gaat niet meer. Dat doet pijn maar het is niet meer schrijnend, zoals een verse schaafwond kan zijn.

Wat meetelt in de zegening van mijn verdriet is, dat ik steeds meer schrijnende verhalen hoor over vaders en moeder van vrienden, collega’s en andere bekenden. Ouders die tot dan toe altijd gezond waren, zijn ineens overvallen door ziekte en soms zelfs door overlijden. De wanhoop over alle regels in de zorg onder de verzorgers, meestal de kinderen, is groot. Elk jaar immers veranderen de routes in het zorglandschap, worden regels en de kleine lettertjes vervangen door nog ingewikkelder passages, meestal opgesteld door twee Kamers in Den Haag, in samenwerking met een handje zorgverzekeraars.

Ik prijs me ondanks mijn verlies gelukkig met het feit dat ik me nooit meer zorgen hoef te maken over het welzijn van mijn moeder. Waar ze ook is, ik ga ervan uit dat ze het goed heeft ergens op een wolkje en dat ze -waar dan ook- zicht houdt op wat ik met mijn gezin beleef en meemaak.

En dat geeft mij een gevoel van ruimte.

Advertenties

SchrikkelZeepaard

Ergens in de jaren ’70 nam mijn moeder me mee naar Artis. Met de tram, destijds vanuit Amsterdam Noord nogal een onderneming want slechts één buslijn. Om het uur. Op het programma stonden de krokodillen (huu!), de nijlpaarden en de zeekoeien en uiteraard zouden we een rondje apenrots doen. Als toetje zouden we het aquarium bezoeken. Voor de zeepaarden.

De rit naar het station duurde veel te lang en natuurlijk reed lijn 9 net voor onze neus weg. Een kwartier wachten en vervolgens met de volgende tram naar Artis. Mijn handjes gleden over de gladde stangen van de zitbanken in de tram wanneer deze een scherpe bocht nam, nijdig klingelend.
Eenmaal uit de tram moesten we nog tien minuutjes lopen en even later stonden we voor het grote stalen hek met de griezelige roofvogels er bovenop.

De apen, de zeekoeien (wie heeft ooit bedacht dat die beesten zeekoeien moesten heten?) en de nijlpaarden konden me eerlijk gezegd gestolen worden en de apen ook. Maar met wat geduld werd het dan toch middag en dus werd het tijd voor het aquarium. Destijds was er nog geen wandelroute onder water en geen nagebouwde gracht -inclusief fiets-. Via een trap klommen we naar boven en kwamen we bij het aquarium, dat deels was voorzien van een houten lambrisering. Hierin woonden de zeepaarden, volgens mijn moeder.

Waar ik ook keek, geen trappelende hoeven of paardenbenen met zwemvliezen. Mijn moeder wees naar een nogal klein aquarium. Ongelovig keek ik door het glas. Een paard zou daar nooit inpassen. Plots zag ik enkele onooglijk kleine wezentjes zwemmen, nou ja zwemmen, het leek meer op zweven. De beestjes leken op garnaaltjes maar dan met een krulstaart.
Diep teleurgesteld keek ik op naar mijn moeder, die tot mijn verbazing lachte. “Kind, zo keek ik ook, toen ik kennismaakte met zeepaardjes,” lachte ze. “Later zul je misschien horen, hoe bijzonder een zeepaardje eigenlijk is.”

Twee jaar geleden nam ik zitting in de ondernemingsraad van het ziekenhuis waar ik werk. Twee keer per jaar gaan we op cursus en tijdens een trainingssessie maakte ik opnieuw kennis met het zeepaardje. Tijdens een gezamenlijke oefening mochten we een dierenkaart trekken. Mijn hand bleef hangen boven twee afbeeldingen: een van een hond (uiteraard) en van een zeepaardje.
Opnieuw trof me de graterigheid van het beestje met zijn puilogen. En toch ging er een bepaalde aantrekkingskracht van het diertje uit. Bijna leek hij sierlijk en gracieus, alsof het zei: “kijk mij eens.” Een slogan die niet eens bij mijn persoonlijkheid in de buurt komt.

Op de achterkant van het kaartje werden de eigenschappen van het zeepaardje omschreven. Het mannetje dat kindertjes krijgt, in plaats van het vrouwtje. Het vermogen om sierlijk door het leven te gaan. De lelijke maar zo handige krulstaart, bedoeld als symbool van onverzettelijkheid, om zich in tijden van woeste onderwaterstormen van de zee, vast te zetten aan waterplanten. Een minuscuul diertje met grootse bijzonderheden.

Ik kon de eigenschappen voor mezelf niet zo goed plaatsen maar mijn collega’s konden dat wel. Het werd een bijzondere trainingssessie, waarin we leerden, om onze individuele waarden in groepsverband te benoemen, zodat we deze konden meenemen en gebruiken in zowel OR-werk als in ons privéleven.

Het zeepaard bleef sindsdien in mijn gedachten. Het haalde ook het uitstapje van mams en mij naar het aquarium weer naar boven, plus mijn moeders liefde voor het zeepaardje. Lange tijd heb ik gezocht naar een beeltenis van het diertje. Geen gemakkelijke opgave maar toch is het gelukt. Onlangs heb ik een tattoo van een zeepaardje op mijn pols laten zetten. Op 29 februari, de dag die mams en ik verschrikkeldag noemden want een dag uitstel voor de lente.

Verschrikkeldag werd daarmee dit jaar een feestdag waarin ook het weer meewerkte. Na wat speurwerk is de tattoo gezet in hartje Amsterdam, in de rosse buurt, dichtbij de Sint Nicolaaskerk. Een plek die bijzonder is voor mij en dat ook was voor mijn moeder. Ze is prachtig geworden, mijn schrikkelzeepaard. Twee lijntjes en een stip geven een blijvende herinnering aan mijn moeder en aan het feit dat ik bijzonder ben, ook al geloof ik dat zelf niet altijd.

zeepaard