Het omzien van 2017

In 2017 verloor ik de zin en vond hem ook weer terug, ergens in een losgeraakt hoekje van het opgekropen zeil, in het kamertje van Lettersmid. De zin is gebleven. Met sommige zinnen had ik net iets meer. Een samenvatting uit mijn zinnen uit het afgelopen jaar leek me daarom passend ter afsluiting van een mooi jaar. Zonder zin immers geen leven.

Mijn oude laptop van 8 jaar was zuurstofafhankelijk geworden; zonder batterij kon ze niet leven. Dus zat ik eeuwig aan het stopcontact gezekerd. Een nieuwe laptop, pardon tweedehands van Junior, bracht verandering in mijn benarde schriftelijke positie.

De opleiding doktersassistente leerde mij omgangskunde; de poli zelf leerde mij om op de juiste manier van mensen te houden, om mensen te respecteren en in hun waarde te laten en het feit dat ik mensen alleen kan helpen, wanneer ze dat zelf toestaan.

Op mijn nieuwe werkplek help ik de bijzondere combinatie van mens en computer graag uit hun soms benauwde omhelzing, zodat ze samen beter worden.

Verlies kent een zekere houdbaarheidsdatum die nimmer wordt uitgesproken of opgeschreven en toch is ze er wel degelijk, onmiskenbaar stilgezwegen, omgeven door zachte dwang en goed bedoelde adviezen. Tijd verzwaart verdriet. Omdat wat niet was ook nooit meer misschien kan zijn.

Hoewel ik mijn antenne steeds beter kan bedienen heb ik de Mount Everest der twijfel nog altijd niet kunnen bedwingen.

Twijfel is een allergische reactie op het sprankje hoop die ik soms heb wanneer er ook maar een flardje van een plan of idee ergens in mijn hoofd voorbij dwarrelt.

Mijn planten overleven niet, dus koop ik regelmatig nieuw, waarna ik schuldbewust boete doe in een Amsterdamse schuilkerk, ergens in de Kalverstraat. Mocht ik ooit zoekraken: zij kennen mij en weten hoe ik eruit zie.

Gevoel en verstand zijn verschillende zaken en die hebben soms de gewoonte een foute verkering te kweken en op die manier hand in hand door mijn hoofd te scharrelen.

Een drukker ben ik niet en toch houd ik van letters zetten. Dat wil zeggen in de goede volgorde of juist lekker door elkaar gehusseld. Ik houd vooral van woorden bouwen die eigenlijk niet bestaan en toch te mooi zijn om ze niet te gebruiken.

Ruim achttien jaar geleden werd op een zonnige avond in mei een baby geboren op OK3 van het BovenIJ ziekenhuis. Tegelijkertijd met het doorklieven van de navelstreng kwam ook de moeder ter wereld.

Wanneer je een deur sluit, gaat ergens anders een raam open. Maar zo lang je die ene deur niet goed hebt afgesloten, blijft hij gapend op een kiertje staan, klapperend bij tocht en wind, een mogelijke nieuwe deur of raam tegelijkertijd blokkerend. De zaak goed afsluiten blijft daarmee ook in 2018 ook nog een punt van aandacht.

En toch bén ik het schrijven niet. Soms kán ik het een beetje. Dat is het verschil tussen iets doen en iets zijn en dat verschil is soms slechts een honderdste van een millimeter.

Ergens in dat rare brein van mij is ooit een kubus ingebouwd waar aan kan worden gedraaid. Daarna krijgt u antwoord. Of ik vind iets.

Vertederd kijk ik naar de bewegingen van het kleutergrut, dat lenig in bakfietsen klautert en kwetterend naar huis wordt vervoerd. Ze doen me denken aan kleine blije vogeltjes, licht ven veren en gewicht, niet gehinderd door enige menselijke negativiteit en nog vrij van jammerlijk gezever.

Ik vind het heerlijk om naar opera te luisteren. Vooral wanneer uitgebreid sta te koken. Daarmee bedoel ik niet uitgebreid qua ingrediënten of aantal gangen maar ik bedoel het koken met een uitgebreide, stevige opera op de achtergrond waarbij ik flink kan zwaaien met mijn pollepel, ter vergroting van het dramatisch effect.

Ik beschik niet over kennis omtrent opera; noch heb ik verstand van componisten. Ik vind het echter buitengewoon om te ervaren dat sommige operastukken slechts via een enkel geluid in staat zijn om een emotie bij mij teweeg te brengen die ik niet kan duiden maar die ontegenzeggelijk bij mij binnenkomt. En bij me blijft.

Eigenlijk wil ik ook niet varen in mijn eigen kano maar ik wil een echte breinaald proberen. Lekker instabiel, net zoals mijn humeur. Ik kan er geen genoeg van krijgen.

Leren is geen eenrichtingsverkeer. Leren is als een rotonde, met verschillende (aanrijd)routes, waar iedereen zijn kennis meebrengt, deelt, en wanneer zijn of haar weg is afgelegd, weer afslaat. Op weg naar nieuwe leerroutes.

Een mens groeit in zijn leven door bij te leren in wat hij denkt dat van belang is. Dat betekent dat ik mijn eigen opleiding ga uitvinden. Het mooie is: ik hoef me nergens in te schrijven of in te stromen, ik hoef geen subsidie in de vorm van studiefinanciering aan te vragen en ik hoef niet op kamers.

Glimlachend kijk ik uit over de tuin, mijn groene vriendin. Zij weet alles van mij, was al voor mijn komst aanwezig, in verschillende vormen en paden. Mijn groene oase, mijn schuilkelder, onkruidhel en hemel tegelijk. Zij is mijn heden en verleden; soms reis ik met haar terug in de tijd en verblijf ik weer voor even in de tuin van mijn vader.

Het is mijn oude telefoon, die ik op marktplaats heb gezet. Dat apparaat met haar turkooizen omslagjurkje heeft dingen uit mijn leven gezien. Gehoord. En ze vervolgens netjes opgeslagen.

Tweeling zijn is meer dan symbiose en gelijkenis alleen. Het is een dubbelzijdige, driedimensionale vorm van leven, verbonden door talloze ragfijne onzichtbare draadjes, waarvan eenlingen het bestaan niet zien en nooit zullen kennen.

In het vroege najaar nestelt zich een vleugje melancholie in mijn bloed, gesterkt door het hoopvolle gegeven dat er rond september meestal een nazomer volgt die nog wat licht meebrengt en de donkerte daarmee vertraagt. Het is een zelfgekweekte illusie van het uitstellen van de gevreesde herfst.

Achter me fluit de afwasmachine haar in vino vitro.
Met de komst van mijn bureau kan ik mijn administratie, die al een paar jaar verkeerd in de servieskast ligt, keurig in de laatjes opbergen. Daarnaast kan ik eindelijk de stukjes antiek servieswerk van tantes, oma’s en andere erfstukjes die nu nog her en der op rare plekken verkeren, netjes opbergen waar ze thuishoren. Achter glas, glimmend in de zon.

Ergens in 2016, bij het omschakelen van het ene naar het andere ziekenhuissysteem werden er bepaalde cellen in mijn brein uit de slaapstand gewapperd. Het waren de functionele automatiseringscellen, die verband houden met bruggen bouwen en tolken binnen de wereld van toetsenborden, schermen en systemen.

Ik word altijd heel gelukkig van ronddwalen in een kringloopwinkel.
Het doet me denken aan ons oude huis, van heel vroeger. Waar de meubels van oma stonden, met een speciale geur die we misschien nu juist wel muffig noemen, maar die me –waar ik het ook ruik- ogenblikkelijk terug brengt naar mijn kindertijd. Anders gezegd: in een kringloopwinkel kan ik tijdreizen.

Zeven jaar trouw zijn aan mijn bèta hersenhelft heb ik onlangs zomaar weggegooid. Het deed me toch wel wat. Toch kijk ik ook naar de aanstaande verandering uit. Mijn eigen livegang met een nieuw systeem.

Op naar 2018. Een nieuw jaar met nieuwe zelfgebakken woordgebakjes, letterzetters en andere overpeinzingen, ergens uit het buitengewoon rondgehaakte hokje in mijn hoofd waarin mijn woorden wonen.

Advertenties