Archief van
Tag: kunst

Broek

Broek

Deze week wilde ik appen met mijn moeder. Dat was om meerdere reden bijzonder want ten eerste beschikt de telefoon van mijn moeder slechts over een SOS-knop en ten tweede kan ik mijn moeder nooit meer bereiken. Ze heeft het aards bestaan vijf jaar geleden verruild voor het hemelse.

Ik dwaalde door een van mijn favoriete gebouwen in Amsterdam, de Hermitage, de voormalige Amstelhof. Waar ik ooit samen met mijn moeder bij ome Han met zijn demente suiker op visite ging en waar we belandden bij een dwalende Sylvain Poons, toen nog een bekende Nederlander. Toen ik mezelf in de tegenwoordige tijd voorzichtig naar de tentoonstelling “Classic beauty’s” wilde loodsen, werd ik ingehaald door een groep vrouwen. In den beginne vielen ze mij niet op, tot ik de gemene deler ontdekte.

Geverfd haar in alle kleuren behalve grijs, terwijl de natuurlijk getinte matjes her en der vanaf de schedel vals oplichtten. Ten tweede was daar het gemeenschappelijk gebruik van de felrode lipstick. Lieve vrouwen van welke leeftijd dan ook, er komt een tijd dat je die lipstick moet laten liggen. Beter nog: moet weggooien. Ritueel voor mijn part, maar vanaf een zekere leeftijd ziet het er niet meer uit als op je vijfentwintigste, al geloof je zelf oprecht van wel. Tot slot droegen de meisjes (dat riepen ze tenminste steeds naar elkaar) allemaal een elastische broek-met-vouw, vergezeld van Ecco’s. Met veters. Plus een soort vest erop. Ineens begon het me te dagen. Mijn moeder haatte het dragen van een broek. Liever droeg ze jurken en rokken, met schoenen die altijd pasten bij de riem en bij de tas. Mijn moeder deed aan ensembleren. Ze had oprecht een gruwelijke hekel aan elastische broeken en aan veterschoenen. Het deed mijn moeder denken aan gevallen nonnen op poezenschoenen.

Toen ik destijds voorzichtig opperde dat er ook heus andere broeken te koop waren, bewoog mijn moeders gezicht zich lieftallig richting één van haar honderdvijftig glimlachen en zei: “niet voor mij.” Toch moest ze er rond haar 68e aan geloven; vanwege een niet helemaal goed gelukte heupoperatie was het aantrekken van een panty vrijwel onmogelijk geworden en dus stapte mijn moeder alsnog over op de broek. Het werd een model wat we nu jeggings noemen, een combinatie van een spijkerbroek en een legging. Het liet zich uitstekend combineren met een mooi tuniek of vest. Daarnaast bezat mijn moeder verschillende blouses, die zich uitstekend met deze broeken lieten combineren. Uiteraard werden er geen Ecco’s aangeschaft maar fietsschoenen. Zonder kliksysteem of gympachtige sportschoenen, het waren veelal laarsjes met een mooi klein hakje dat over de trapper paste, zodat mijn moeder tijdens het fietsen goed de grip kon houden. (“Nee kind, die schoenen niet, daar kan ik niet mee fietsen”)

Tot een kleine drie jaar geleden droeg ik ook immer broeken. Jeans in alle soorten en maten. Na het stoppen met roken ontwikkelde ik echter een voorliefde voor het goede leven en vonden de kilo’s zich een weg naar mij. Dat betekende dat ik me niet meer lekker voelde in een broek, waarin ik een champignontaille leek te hebben ontwikkeld. Een logische stap naar de jurk volgde. Mijn silhouet werd volwassen en ik ook.

Anno 2018 ren ik rondjes en verlies ik de kilo’s weer wat uit het zicht (waarbij ik bid dat ze nóóit meer terugkomen) en toch vind ik mezelf nog steeds geen broekenvrouw. Telkens wanneer ik een broek pas, word ik opnieuw ongelukkig en ontwikkel ik een depressie. Terwijl ik, als ik een willekeurige jurk uit welke winkel ook over mijn hoofd gooi, mezelf direct tot een alternatieve Marilyn Monroe verklaar. Mijn middelbaar figuur lijkt een stilzwijgend prachtig verbond met de jurk te hebben gesloten, waarbij ik ervoor waak, dat de tas altijd matcht met mijn schoenen. Net zoals bij mijn moeder, vroeger.

Halverwege de Classic Beauty’s kwam ik tot de ontdekking dat ik de audiotour was vergeten. Nu houd ik niet van geblaat achtergrondinformatie tijdens een tentoonstelling maar er hingen ook bordjes met muzieksymbolen waaraan kon worden gekoppeld. Kunst kijken, begeleid door Bach en tijdgenoten daarentegen vind ik dus geweldig. Even later liep ik genietend langs de groep broeken-met-vouw met Ecco’s, in mijn jurk waaronder schoenen die bij mijn tas pasten.

De verbondenheid met mijn moeder voelde inniger dan ooit. Ik pakte mijn telefoon.
En stopte hem niet veel later stilzwijgend, glimlachend, terug in mijn tas.

Napoleon

Napoleon

Over mijn verjaardagscadeau dit jaar kon ik kort zijn. Een museumkaart. Ik wilde, dat hij geldig werd vanaf mijn echte verjaardag en hij moest van een bijzondere plek afkomstig zijn. Dus op 11 maart, een prachtige voorjaarsdag, fietste ik in vijftig tinten goud, over de grachten van mijn Amsterdam, op weg naar de Hermitage.
Vroeger heette het de Amstelhof en diende het als thuis voor ouderen die de weg een beetje kwijt waren en die niet veel geld te besteden hadden om elders te gaan wonen. Tenminste, zo zei mijn moeder dat. Een oude vriend van haar woonde er ook, dement geworden van de suikerziekte die hij al zijn hele leven behandelde met een combinatie van insuline en alcohol. Op weg naar buiten werden mams en ik achterna gezeten door een groep bejaarden die er ook wel heel graag uit wilden. Godzijdank zat er een codeslot op de deur: vier keer nul. Nadien ben ik nooit meer met mijn moeder meegegaan.
Op 11 maart deed alleen de kerkgang aan de voorzijde van de Hermitage nog wat denken aan het voormalig ouderenhuis. Het zonlicht speelde met de ramen en met mij. Eventjes liep ik er opnieuw met mijn moeder. De museumkaart werd daarmee een uitje voor twee.
Afgelopen week ging bezocht ik de Hermitage opnieuw in verband met de expositie van Alexander, Napoleon en Joséphine. De geschiedenis van de kleine keizer en zijn Josephine is mij bekend, ze is vrij tragisch. Aangezien mijn moeder een hartstochtelijke liefde voor geschiedenis had en daarbij die van Napoleon in het bijzonder, fungeerde mams vroeger als mijn privé geschiedenisdocent. We hebben Napoleon nog uitgebreid geëvalueerd op mijn moeder sterfbed. Napoleon, de grote kleine keizer van een meter vijfenveertig, hoorde in mijn moeders galerij der groten, tussen Henry de achtste, Mozart en Bill Clinton.
Aan de garderobedame vroeg ik of ik mocht fotograferen, anders zou ik mijn telefoon in mijn tas achterlaten. “U mag fotograferen maar uitsluitend zonder flits,” zei het meisje. Met telefoon liep ik richting tentoonstelling om even later weer terug te keren bij het garderobemeisje want kaartje met barcode in mijn tas laten zitten.
Een van de eerste stukken betrof een schilderij van Napoleon, die ten strijde trekt. Met wapperende haren. Nu ken ik vele beeltenissen van Napoleon, waaronder die met Romeins/Griekse krullen, schilderijen met een lauwerkrans op zijn hoofd en natuurlijk verschillende afbeeldingen met de eeuwige dwarse steek van de keizer op zijn hoofd. Maar niet eerder zag ik Napoleon met wapperende manen. Ik besloot het schilderij te fotograferen.
Tweemaal drukte ik op het knopje. Nerveus bekeek ik mijn telefoon want net nieuw en dus was ik niet zeker van mijn handelingen. Had hij nou geflitst of niet? Verder was er niemand in de ruimte te ontdekken met een telefoon in de hand. Op zich vreemd want tegenwoordig kun je geen muziekvoorstelling of iets ander cultureels bezoeken of er staan minstens een voorraad toeristen met een telefoon plus selfiestick voor je neus.
Even later wist ik waarom. “U mag hier niet fotograferen,” hoorde ik, gevolgd door een hand op mijn schouder. Ik bevroor maar antwoordde dapper, dat ik mijn geplande handeling tevoren aan de garderobejuf had gevraagd en dat zij had gezegd dat het mocht, mits geen flits.
“Dat gaan we na,” zei de beveiligingsman. “Uiteraard,” zei ik. “Het kan ook de kassajuffrouw zijn geweest. Ik weet het niet meer zeker.”
“U heeft gelijk mevrouw,” zei de bewaker toen hij terugliep, “verkeerde informatie, wij bieden u onze verontschuldigingen aan.”
“Geeft niks hoor,” zei ik, terwijl ik het zweet van mijn voorhoofd voelde lopen. “Ik berg mijn telefoon op, nee, ik zet hem uit want stel je voor dat ik ineens gebeld wordt, dan sta ik toch weer met die telefoon in mijn hand en ik wil niet worden weggestuurd.”
De meneer lachte vriendelijk. “Kijkt u rustig verder, ik zie aan u dat u geschrokken bent en dat was nou ook weer niet de bedoeling. We moeten alleen streng zijn, want je weet maar nooit.”
Diep onder de indruk liep ik verder. Of ik alles in me heb opgenomen van de tentoonstelling? Geen idee. Een ding weet ik wel: mijn Napoleon met de wapperende manen neemt niemand me meer af.
napoleon