Archief van
Tag: genieten

Puccini

Puccini

Terwijl de klanken van Puccini door mijn woon- pardon keukenruimte klinken zit ik achter de laptop te glimmen. Het zonlicht van de late namiddag glinstert door het keukenraam.
Het is alsof er ergens in mijn hoofd een cultureel achterstandsvakje wakker is geworden en om aandacht schreeuwt. Een inhaalslag woedt in de vorm van museumbezoek, het luisteren van bepaalde stromingen klassieke muziek waaronder opera, plus het schrijven van gedichten die ik hier niet publiceer want nog niet rijp.
Puccini wilde niet zomaar in mijn keuken ten gehore komen want onze geluidsinstallatie stottert en hapert. Ze is niet kapot maar het antieke kastje waarin de installatie zich bevindt, staat wat uit het lood. Blijkbaar kan de gevoelige laserstraal van de CD speler daar niet goed tegen. Bij de zoveelste hapering van de gillende mevrouw herinnerde ik me plots de CD-speler van mams, waarop ze o.a. de hoornconcerten van Mozart afspeelde en waarbij ze heerlijk vals (sorry mams!) kon meefluiten. Het ultieme bewijs dat ze ervan genoot.
Het ontdekken van een reserve speler, lees erfstuk, was fijn. Het zoeken naar datzelfde apparaat was stap twee en niet eenvoudig. Een van de kamers boven dient als minimuseum van mams waarin haar kastje uit 1956 staat met haar spulletjes. Sommige lades en deurtjes bevatten de inhoud zoals ten tijde van haar overlijden. Flauw misschien maar ik kan die spulletjes niet schiften of scheiden. Later, misschien.
De CD-speler bevond zich echter niet in het kastje. De omgeving van het kastje werd afgezocht, zonder resultaat. De schuur, garage, buitenkamer werden aan een zoektocht onderworpen, zonder dat de speler boven water kwam. De kasten beneden werden binnenstebuiten gekeerd. Pas ‘s avonds laat ging er een lichtje in mijn eigen bovenkamer branden en vond ik het spelertje in de –je verzint het niet- TV-kast boven.
Stekker aangesloten, CD in het laatje gestopt en zonder stotteren of sputteren kwam daar Puccini in mijn keuken tot leven. En nu zit ik toch alweer een uurtje of wat, in gezelschap van een geschiedenisboek, in mijn oude Leidse onder schemertijd te genieten van Tosca.
Mijn moeder is overleden maar nooit echt verdwenen. Toeval bestaat niet. Ze cheft dit soort dingen op momenten wanneer ik het niet verwacht. Liefde, tot óver het graf.

Equi'libre

Equi'libre

Het gebeurde vanmorgen zomaar weer. Even nadat ik een grote zucht des levens had geslaakt, fladderde er een bontgekleurde vlinder om mijn hoofd, om zich even later op de uitbundig bloeiende witte lobelia te nestelen.
Dat klinkt gek in oktober. Toch is het zo; in de bloembak die de schutting overgroent, bevindt zich een meer dan uitbundig bloeiende lobelia. De vlinder, een Atalanta, leek aarzelend op mij te wachten en toen ik me op het bankje voor het schuttingbloemperk liet zakken, kwam ze in beweging.
Opnieuw fladderde ze een rondje om mijn hoofd, landde op het puntje van de bank naast mij en bleef zitten. Een ogenblik later fladderde ze weg, richting de vijver. Toen ik verbaasd opstond om de tuin te verder te inspecteren op dood blad, verstopping en andere herfstige narigheid, was de vlinder in geen velden of wegen te bekennen. Geen wonder want het was behoorlijk fris met een waaierig windje plus een lichte bui.
Om mijn hoofd fladdert een setje koolwitjes. Wanneer ik mijn kinderhand uitstrek, landt een van de twee sierlijk op de rug ervan. Voorzichtig wapper ik met mijn vingers om de vlinder te laten wegvliegen want eigenlijk vind ik het best eng. Elders in de tuin wiegen Atalanta’s op de pioenrozen, die achterin de tuin staan, bedwelmd door de zoete geur. Het koolwitje heeft mijn vinger vastgeklemd met haar pootjes en wil niet vertrekken. Ik gil het uit, weg met haar! Vlieg, in vredesnaam, vlieg! In paniek fladdert het koolwitje zenuwachtig omhoog, stopt acuut met bewegen en valt op de grond. Ik raap haar op, dit was ook niet de bedoeling. Voorzichtig zet ik haar op het schildersverdriet, dat als een roze slingerrand om het garageperk lijkt te zijn geweven.
Ik schrik wakker uit mijn overpeinzing en ik ken het antwoord op de vraag die zich al een tijdje in mijn hoofd heeft geparkeerd, als ongenode gast. Het is niet te bevatten hoe prachtig de tuin is geworden. Er is niks wezenlijks veranderd behalve dat ik er veel meer tijd, liefde en aandacht heb ingestoken dan andere jaren. Anno tweeduizendveertien. Het jaar waarin ik blijkbaar van mijn tuin ging houden. En zij van mij. Wederzijds respect.
Het is evenwicht. Balans. Weegschaal in beweging. Met hier en daar een levend teken van buitenaf. Het is goed.
Heel goed.