Oploskoffie (2) – schrijfveer

Echte oplos koffie komt niet van uitvaarten maar komt van mijn moeder.

Maandagmorgen half acht. Bijna klaar om naar mijn werk te vertrekken. Mijn kind, nog zeer verdwaald in de wereld van Spongebob, kus ik gedag en zeg dat ik zo dadelijk nadat ik bij opoe, mijn moeder, ben geweest, nog even bij hem terugkom. Hij knikt wat verdwaasd.

Ik stap de tussendeur door en daarmee ook een stukje in de tijd. Mijn moeder zit er klaar voor, afstandsbediening in de hand. De geur van verse Dee-Ee bereikt mijn neus en ik huppel naar de keuken en schenk mezelf een verse kop koffie in, die ik afmaak met een wolkje Friesche Vlag. De enige twee merkartikelen in huis.

Gezamenlijk kijken we naar het RTL-nieuws. Bush treedt af; Obama treedt aan. We vinden het allebei geweldig, steken de loftrompet af en zeker ook voor mevrouw Obama. Wat een mooi stel. Een paar jaar later kijken we zwijgend naar het aftreden van de Paus en niet veel later de bekendmaking van de abdicatie van de Koningin, in 2013. Hoewel mijn moeder een Rooms Katholieke inborst heeft, houdt ze zich verre van kerk en haar gewadenieren, zoals ze de bisschoppen placht te noemen. Toch vindt ze het jammer dat zowel de Paus als de Koningin ermee mogen uitscheiden en zij nog niet.

Mijn moeder en ik kunnen tijdens onze ontbijtnieuwssessies voor veel dingen een beter plan bedenken dan wat ze in Den Haag hebben verzonnen. Gewoon die acht rijbanen open gooien van de Coen tunnel. Want dan is mijn lief ook eens op tijd ’s avonds thuis. Geef de armen eten en dat zonder enkele verwachting terug want anders is het immers geen geven. En de OV-chipkaart gaat hem niet worden. Lang leve de strippenkaart, waarmee grijs rijden een mogelijkheid blijft voor de creatieve mens met weinig centen. En hoe moeten alle oudere mensen (die veelal vaak gebruik maken van OV) zo’n ding opladen?

Gisteren zat ik wederom een keer voor het RTL-nieuws, om half acht in de ochtend. Doorspekt van verschillende bomaanslagen per minuut en verse omkoopschandalen maar zonder Dee-Ee. Passende gedachten over de huidige wereldproblematiek bleven uit.
Ik mis mijn oploskoffie.

Advertenties

Puzzeltocht

In 1987 overleed mijn vader. Een week voor ik zeventien werd. Voor de lezer die de dramatiek nog even wil teruglezen, staan hier de stukken: Een nacht in maart (1) plus Een nacht in maart (2)

Helaas heb ik niet de kans gekregen om als (semi) volwassene met hem om te gaan. Geen mogelijkheden waren er, om wereldse of levensvraagstukken met hem door te nemen. Zijn kijk op de wereld kon ik niet vergelijken met die van mij. Op je zestiende lukt dat niet, ben je daar nog niet klaar voor, vind je de mening van je ouders op zijn minst een beetje raar. Hij kon me niet adviseren bij de kleuren verf in mijn huis, ooit de zijne.

Nu ik de leeftijd van mijn vader heb bereikt waarop hij vader werd en ging trouwen, denk ik nog meer terug aan hem. Regelmatig maak ik een geestelijke puzzeltocht. Dan vraag ik me af, hoe hij het vaderschap beleefde. Of hij zich, net als ik nu, zorgen maakte over zijn opgroeiend kind. Destijds veranderde mijn komst zijn leven op slag. Tot zijn eenenveertigste was zijn leven namelijk een groot vrijgezellenfeest geweest.

Op zaterdagavond biljarten in het Wapen van Landsmeer. Samen met de Neus. Een bijnaam voor ene Gerrit, ook wel rooie genoemd. Mijn vader schijnt zelf ook een bijnaam gehad te hebben, helaas ken ik die niet. Op zondagmiddag ging vader steevast met vrienden naar Robinson. Een beetje ouwehoeren, nog een biljartje leggen. Daarna een tosti eten en een pilsje toe, bij café Ottenhof, om de hoek. Er hingen stukken van Anton Heijboer aan de wand, uit een periode dat hij zijn drankrekening nog niet kon betalen.

Vanmorgen stopte er een setje van vier fietsers voor de deur. Op hun stuur een wit vel met route en wat vragen, tenminste dat denk ik want ze waren driftig gebarend aan het overleggen met elkaar. Eerst dacht ik dat ze de weg kwijtwaren, maar dat bleek niet het geval, toen er nog een setje fietsers voor de deur stopte en zich bij het eerste setje voegde. Nieuwsgierig opende ik het slaapkamerraam aan de straatzijde, waar ik net de was had opgehangen.

“Nee joh, dit is de winkel van Wolff. De bloemenwinkel. Ze hebben het toch over die dakkapelletjes met die punt? Hiernaast zijn het platte kapelletjes.”
“En de sigarenman dan? Die zat hier toch ook? Plus de drogisterij en een drukkerij? Er zat zelfs een groenteboer. En een viswinkel. Heb je nu allemaal niet meer. Zit allemaal in winkelcentra.”
“Wat je zegt klopt, alleen die viswinkel zat dáár en de groenteboer op de Stoombootweg.”
“Geloof me nou, dit is de oude bloemenwinkel van Wolff.”

Glimlachend knik ik.
“Zie je nou? Die dame boven staat te knikken,” klinkt het van beneden.
“Ik ben de kleindochter van de bloemenman,” zeg ik, wat beschaamd over mijn meeluisteren. “Ik ben hier altijd blijven wonen.”
“Wat ontzettend leuk,” schettert een van de vrouwen. “Dan ben jij de dochter van Willem, zegt een andere vrouw.” Ik knik. “Die kwam altijd in de Robinson,” hoor ik een man uit het groepje zeggen. Dat klopt, de verhalen ken ik, de inhoud niet.

“Krijg nou wat,” zegt een van de mannen. “Het is gewoon een vraag.” Hij schraapt zijn keel. “Hoe luidde de bijnaam van de jonge Wolff?”
Een nieuwe discussie barst los in het groepje. Ik hap naar adem. Mijn vaders bijnaam als vraag in een dorpse puzzeltocht. Ik grinnik en spits mijn oren, in de hoop iets op vangen. Het blijft echter stil in het groepje beneden mij. Een vrouw, ik schat haar achter in de vijftig, kijkt opnieuw omhoog. “Kunt u ons verlossen met het antwoord?”

“Helaas niet,” zeg ik. “Mijn vader kwam inderdaad in Robinson, de Drie Zwanen en het Wapen van Landsmeer. Zijn bijnaam zal vast iets met een feestje of een drankje zijn geweest maar ik weet het niet,” ratel ik verder. “Maar mocht u nou vandaag aan de bijnaam geraken, gooit u dan alstublieft een briefje in mijn bus. Dan is mijn puzzeltocht naar zijn bijnaam ook opgelost.”

Ik word bedankt voor de medewerking, de complimenten voor het huis vliegen me om de oren en straatnaam en nummer worden genoteerd op het puzzelvelletje. Het zal mij benieuwen. Diep in mijn hart moet ik vreselijk lachen en ben best een beetje trots op die vader van mij. Het feestvarken uit het dorp. Met zevenentwintig jaar na zijn overlijden een puzzelvraag naar zijn bijnaam.

“Je was me er wel eentje hoor, vader,” zeg ik grinnikend.
Ik lach naar de blauwe lucht, sluit het raam.