Octubre

Ieder jaar verbaas ik me over de naadloze overgang van het ene naar het andere seizoen. Zo half augustus merk ik tot mijn schrik dat de zon al zoveel lager staat en een ander, dieper gaand licht lijkt te verspreiden. Het voelt intenser en liefdevoller dan het felle licht uit de maanden juni en juli.

Een vleugje melancholie nestelt zich in mijn bloed, gesterkt door het hoopvolle gegeven dat er rond september meestal een nazomer volgt die nog wat licht meebrengt en de donkerte daarmee vertraagt. Het is een zelfgekweekte illusie van het uitstellen van de gevreesde herfst.

Zo vlak na mijn thuiskomst uit het zonovergoten Spanje valt me op, dat de donkerte bijna een uur eerder intreedt dan begin oktober. Zo snel gaat dat en ieder jaar verwondert het me weer hoe de natuur haar werk doet, haar eigen cyclus volgt. Ineens overvalt me de gedachte dat het jaar over twee maanden alweer ten einde komt. Ik heb het doodeenvoudig niet in de gaten gehad. Ook valt me op, dat ik het nog zo fijn vind buiten. Het voelt zo prettig. Het is wat waaierig maar het geurt zo heerlijk naar aarde en gebladerte. En wat een kleurenpracht krijg ik cadeau, als ik uit het raam kijk.

De herfst breng me nog een ander cadeau, namelijk de schemering. Ik ervaar het als pure magie. Een staat van zijn, ergens tussen licht en donker, dag en avond. In oktober, november meer aanwezig dan in elke andere nog wat donkere maand. Immers, na de jaarwisseling zijn we al weer gericht op het voorjaar en willen we de voortgang van het seizoen liefst vooruit kijken.

De maanden oktober en november mogen wat mij betreft eigenlijk wel wat langer duren. Gewoon, vanwege het vreugdevol beleven van de schemering. Het is cliché maar ik ontsteek de kaarsen, plus de Noorse bosgod, onze houtkachel. Erbovenop plaats ik een ketel gevuld met water, waarmee vocht in de ruimte wordt gebracht. In de ketel giet ik wat druppels vanille-extract.

Uit de antieke Philips buizenradio van de oma van lief klinkt klassieke muziek. Een concert van Bach vult de ruimte.
Pure magie.

Advertenties

Kano

“Ga je nog varen?”, vraagt mijn zoon. Het is woensdagavond, kanoavond. Afgelopen zaterdag heeft mijn kind veertien kilometers gekanood, zeg maar gebikkeld, in Waterland. Veertien keiharde kilometers gevuld met tegenwind, inclusief flinke zijwaarste windstoten op en rond het Noord-Hollands kanaal, dat leek te zijn veranderd in een onbestuurbaar golfslagbad.

Klappertandend van de kou en van de zenuwen moest ik toegeven, dat mijn zoon meer ballen heeft dan ik tijdens de barre tocht. Zeker driemaal heb ik hem bijna zien verzuipen. Daarbij moet ik wel opmerken, dat dat een perceptie was van mijn misleidend moederoog en niets zegt over de vaarkwaliteiten van mijn kind.

Als moeder gedroeg ik me als een soort verklede angsthaas met een loslaatprobleem. Toch moest ik toegeven dat ik als toeschouwer aan de waterkant vrij weinig aan goede daden kon verrichten. Ik besloot me dus maar over te geven en te vertrouwen op de vaarkunst van mijn kind. Hotsend en klotsend bereikte hij de kleine slootjes in de omgeving van de kanoclub, om even later kapotstuk maar voldaan te finishen.

Zoveel vertrouwen had ik niet in mijn eigen kunsten, vanavond, en nog eerlijker gezegd had ik ook niet zo veel zin om met mijn nieuwe (want gegroeide) achterwerk in mijn kano te stappen. Echter: wil ik over een tijdje weer van de meerkoetjes en de kalfjes tussen het riet genieten, dan zal ik toch echt de peddels een dezer dagen weer eens moeten vasthouden.

“Je hebt gelijk,” zei ik tegen mijn kind. “Stilstand is achteruitgang.” Vlug raapte ik mijn spullen bij elkaar, om even later gezamenlijk richting de kanoclub te fietsen. In mijn kano klimmen ging niet gemakkelijk en de eerste honderd meter peddelen ging al helemaal niet vlot.

Eenmaal onder de ringweg door, richting de kleine Waterlandse slootjes, gleed de kanopunt echter weer vertrouwd door het water en was het alsof ik nooit gestopt was met varen.

Op rechts een meerkoet, links dobberde een eenzame eend, begeleid door de golfjes van een frisse NoordOoster.

Wonderlijk, de samenwerking tussen geest en lichaam, wanneer het verzet is gebroken en ze besluiten het eens te worden.