26. Over de vloer: Anders

Binnenkort wordt alles Anders. Hij is nieuw en toch wordt hij veertig,in 2012. Anders heeft al een leven achter de rug dus het zal wel even wennen worden.

Onze eerste kennismaking verliep vlotjes. In verband met de komst van Anders zal Lars, onze 940, ons gaan verlaten. Lars kregen we zes jaar geleden, als puberjongen. Hij was snel en bovendien was hij cool in alle opzichten. Vooral tijdens warme vakanties want airco. Het was liefde op het eerste gezicht, in juli 2005. Bovendien kon hij de kar trekken, in ons geval onze caravan, genaamd Saar. Als Zweedse pooljongen met wat kilometers op de teller draai je daar je hand immers niet voor om. Onze Saar is verkocht, met oog op de verbouwingsbezuinigingen. Daarmee is Lars werkloos geworden en met zijn bijna ruim zestienhonderd kilogrammen schoon aan de haak is hij een bijvangst geworden voor de belastingdienst. Je zou Lars een Griekse nachtmerrie kunnen noemen.

Om de balans in de portemonnee te herstellen zijn we op pad gegaan voor een andere auto. Het werd Anders. Een blauwgroene klassieke Volvo 164 uit 1972 met honderdduizenden kilometers op zijn teller, frisse koplampen op zijn snoet en een prachtige puur mechanische inhoud onder zijn motorkap. Belangrijke details: ik pas erin, ik kan er in rijden en hij is betaalbaar. De wegenbelasting gaat op de schop en na de zomervakantie krijgt Anders een LPG-installatie in zijn buik om ook het tanken leuk te houden.

Net als bij Lars was de kennismaking met Anders liefde op het eerste gezicht. Zijn blauwgroene lijf glom buitengewoon bijzonder en toen we de motor startten, begonnen de harten van Lief en mij simultaan sneller te kloppen. Een nieuwe liefde was geboren. Zoon vond het in eerste instantie niets, maar na een proefrondje was ook hij overtuigd. “Gaaf geluidje mam, wanneer je gas geeft,” klonk het vanaf de gordelloze achterbank.

Terwijl de papieren getekend worden zie ik het gezicht van mijn kind plots betrekken. Van binnen weet ik waarom. Met Lars hebben we avonturen beleefd. In Nederland, maar ook daarbuiten. We hebben delen van Europa onveilig gemaakt. Mèt en zonder TomTom. Onze oude drie chihuahua’s zijn in 2006, 2007 en in 2008 door Lars naar de dierenarts gebracht en kregen in Lars ook weer hun laatste rit naar huis terug. Onze huidige hondjes, de majesteiten van Tuttenhove, zijn op zeer jonge leeftijd door Lars opgehaald en thuisgebracht.

Nu ik het gezicht van mijn zoon bekijk, zie ik mijn eigen gezicht van dertig jaar geleden. Mijn vader ging destijds onze kanariegele Volkswagen Passat inwisselen voor een nieuwer exemplaar, met deuren achterin. Het had een feest moeten zijn dat helaas werd verpest door een intens verdrietige huilbui van mijn kant ten kantore van de autohandelaar. Toen pas bleek namelijk, dat we de oude auto zouden achterlaten. “Het is maar een auto” zei mijn vader. Het beeld van de kanariegele Passat die eenzaam voor de deur van de dealer achterbleef, heeft erg lang op mijn netvlies gestaan.
Auto’s zijn nooit zo maar. Het zijn reisgenoten, kameraden.

De tranen prikken achter mijn ogen, ik voel het precies zo als mijn kind. Ik knijp in zijn hand terwijl ik zeg dat het goed is, dat hij zijn verdriet laat zien. Eenmaal thuis aangekomen ruimen we Lars samen leeg. Tot het weekend staat hij nog op het pad en krijgt hij af en toe een aai over zijn motorkap.
Geen haast. Soms is het beter om een tandje terug te schakelen.

Advertenties

23. Over de vloer: Niet

De kachel in de woonschuur wil niet aan en de batterij van mijn telefoon is na een kwartiertje twitteren leeg. Ik kan wel huilen. Niets werkt vandaag zoals het moet, zelfs eigen lijf en leden niet.

Het wil niet en het gaat niet, met alles en met niks. Het wil niet met de pennenlikkers bij de hypotheekverzekeringsmaatschappij, die mij bijna een maand aan het lijntje hebben gehouden in verband met een werkvoorraad. Het werkte niet met de overwerkte hypotheekacceptant, die de stukken echt metéén naar de notaris zou sturen waarbij achteraf bleek dat hij dat een aantal dagen later had gedaan. Nu ik te bibberen zit in de avond heb ik een conflict met de gaskachel, waarvan ik het ontstekingsknopje niet ingedrukt krijg om lijf en groeve te verwarmen. Tot slot heb ik ruzie gekregen met het niet aanwezige handdoekenhaakje in de schuur, waardoor de theedoeken op de grond nat liggen te blijven.

Klaar ben ik met mijn vulpen, die niet meer schrijft maar alleen nog ondefinieerbare inktvlekken produceert. Een voordeel is, dat ik nu wel mijn eigen psychologenkwartier maak. Kijken met vlekken. Ik heb het zelfs gehad met de honden, die telkens aanslaan, wanneer er iemand door de tuinpoort binnenkomt. En dat zijn er veel. Bezoek dat onaangekondigd komt gluren of het nu echt zo erg is als ik beweer. Ja dus. En mijn verstand zegt dat de belangstelling best goed bedoeld is, maar vanavond wil ik het even niet. Dit keer even geen ramptoeristen, alsjeblieft.

Ik erger me aan de laptop van mijn zoon. De klapdoos ligt klaar en te glimmen op het bureau. Kan ik? Zal ik? Mijn schrijflust wint. Ik moet schrijven, ik zal. Ik moet de buitenwereld laten weten hoe het gaat. Hoe het echt gaat. Op het moment dat ik verbeten op het toetsenbord zit te rammen werkt het niet. Tergend langzaam, een voor een, verschijnen de letters op het scherm. Tot overmaat van ramp werkt de spellingscontrole niet.

Gevloek en getier helpt niet. Vandaag is duidelijk niet mijn dag, gaat het gewoon even niet. Nog steeds is het koud in de schuur en intussen heb ik een lamme vinger gekregen van het indrukken van het ontstekingsknopje van de kachel, dat zich niet gewonnen geeft. Eerder vandaag ben ik aan mijn derde spijkerbroek begonnen met oog op gipsvlekken. Het lijkt hier verdorie wel kerst. Witte Pinksteren. Ook ben ik afgesloten van de buitenwereld, doordat de woonschuur volgebouwd is met ijzer en ik daardoor geen bereik heb met zowel vaste telefoon als mobiele telefoon. Het gaat niet, het wil niet en ik word er gek van. De fut ontbreekt om mijn grotgenoten op te peppen en helpen naar zaken te zoeken die kwijt zijn. Ik ben ook een beetje kwijt, geloof ik.

Wanneer ik op blote voeten het kale beton betreed, op zoek naar de trap, die nog immer aan het dak is vastgespijkerd, voel ik me een zwerfster. Mijn alter ego, de stoere betonbarbie, is verdwenen, opgelost in een wolk van gips.