Archief van
Tag: dromen

Draadjesvlees

Draadjesvlees

Op houten klompen, ooit geel maar door het grind versleten tot een vaalgrijze kleur, ren ik door de tuin naar binnen. Het is november, herfstig en kil. Voordat ik de bijkeuken in kan klauteren moet ik eerst een grote opstap nemen. Eenmaal binnen schop ik mijn houten plaaggeesten uit. Dat gaat niet gemakkelijk met die geitenwollen sokken. Mijn kindervoeten zwellen erin op tot maat reus, zodat mijn klompen eigenlijk te klein zijn.
Heel voorzichtig stap ik verder de bijkeuken in. Naast de deur staat de gevreesde blauwe tank gevuld met water, waarin mijn kwelgeesten rondzwemmen, vaders palingen. De gladjakkers willen nog wel eens onaangekondigd uit die bak springen om griezelig over de vloer te glibberen. Vader vangt ze in zelfgemaakte fuiken en eens in de zoveel tijd eten we die kronkelige krengen. Gerookt smaken ze echter prima, nog warm, vanuit het olievat dat achter in de tuin verborgen staat.
De enige persoon in huis behalve mijn vader die onze huispalingen waardeert, is mijn grootmoeder. Ze is niet te beroerd om zo af en toe een verdwaalde glibberaar op te pakken. Dat gaat vooral op geleide van luid gegil van mij en van mijn moeder. Oma is ook de buurvrouw; gezamenlijk bewonen we een plakhuis, een twee-onder-een-kap. Via de bijkeuken kan ik via een sluiproute wegglippen van mijn ouders naar oma. Super wanneer mijn ouders spruitjes willen eten en ik niet. Gelukkig mag ik altijd een toetje doen bij oma.
In de bijkeuken hangt de geur van peut. Gelukkig, de oliekachel brandt. Daar zal ik zo meteen eerst mijn natte sokken boven hangen, dan zijn ze straks niet alleen droog maar ook lekker warm. Ik ruik trouwens meer, dan alleen petroleum. Wanneer ik door het raampje naar binnen kijk in oma’s keuken, maakt mijn hart een sprongetje. Het petroleumstelletje brandt zachtjes. Er bovenop staat de God van alle pannen: oma’s juspan. Ik weet niet wat mijn moeder heeft gekookt vanavond maar ik eet draadjesvlees.
Ik open de deur van oma’s keuken en tegelijkertijd passeer ik een tijdzone. Oma’s keukenkasten hebben houten handvatten waaraan een klos is bevestigd. Wanneer je daar aan draait, gaat het deurtje open of juist dicht. Soms knerpt en piept het een beetje. Bij de deur naar de trap hangt een zwart schijfje. Wanneer je eraan draait hoor je “knip” of “knap” en gaat het licht aan, of uit. Ik ruik vers gesneden snijbonen. Oma heeft een apparaatje voor die groene stelten. Zo’n molentje, waar je met een slingertje aan kunt draaien. Handig hoor want aan de onderkant van het molentje vallen die snijbonen er dan in keurige reepjes uit.
Zachtjes klop ik op de kamerdeur en na wat gemorrel met de deurklink stap ik binnen. Oma zit in de voorkamer, in een groen fluwelen kuipstoeltje, bij het raam. Ze heeft haar jasschort nog aan. Met de bloemetjes, die ik zo mooi vind. Binnen geeft de haard zachte vlammetjes. Naast oma staat de theepot, die al van de muts is ontdaan. Voorzichtig stap ik over de rails van de glas-in-lood deuren, die de achterkamer van de voorkamer scheiden. Oma schenkt een kopje thee voor me in, met suiker en natuurlijk een wolkje melk. Thuis vind ik dat niet lekker. Ik zink weg in de oorfeautuil waarin ik in mijn eentje nog verstoppertje kan spelen. “Daar ben je dan, Detteke”, zegt oma. “Jij had het vast al geroken?”
Ergens vanuit het huis klinkt een zoemend geluid. Het zwelt aan tot een luidruchtig digitaal gepiep. Half wakker schiet ik overeind uit mijn oude Leidse en veeg geschrokken wat water uit mijn mondhoeken. Ik loop naar de keuken, tegenwoordig een lange wandeling over het beton. De kookwekker zet ik uit. Nieuwsgierig inspecteer ik de vlam van mijn petroleumstelletje.
Zachtjes rammelt de deksel van mijn juspan haar eigen deuntje.

"Niks moet…

"Niks moet…

…Niksen mag.”
Zo’n zondag waarop niets hoeft maar alles mag. Een beetje uitslapen, wat lezen, een film kijken, wat huishoudelijke klusjes. Of gewoon een uurtje he-le-maal-niks-doen. In het begin vond ik het maar moeilijk. Want terwijl ik niks deed, ontstond er stof in de bovenkamers, niet zijnde in mijn hoofd. De innerlijke stofzuiger criticus met zijn wijzend vingertje kreeg me regelmatig uit de stoel om toch iets te gaan ondernemen. Wanneer ik de volgende keer in mijn stoel kroop voor dat uurtje niks doen, was ik te uitgeput om ervan te genieten.
Heel soms krijgt dat stofzuig-wasopvouw-badkamerschoonmaak-stemmetje in mijn hoofd me nog wel eens zo gek om overeind te schieten maar meestal kan ik het best goed, een beetje niksen af en toe, al zeg ik het zelf. Gewoon een dagdeel niets doen. Een boek lezen. Voor me uit staren over de vijver. Kikkers en salamanders tellen. Gedachtes door mijn hoofd laten stromen en ze ook weer laten passeren. Soms zit er een parel van een gedachte tussen, waar ik dan weer een mooi blog over kan schrijven op Lettersmid. Voor mij is niksen daardoor heel waardevol geworden. Zinvol.
Regelmatig niksen is voor mij heel belangrijk, doordat ik er productiever van wordt.
Hoe is dat voor jou, even niksen?
Lieve groet,
Odette

Bron: www.hippekaartjeswinkel.nl
Bron: www.hippekaartjeswinkel.nl