Archief van
Tag: communicatie

Verbinding

Verbinding

Zondag 21 juni, 2036. Een beetje zenuwachtig ga ik voor het doorzichtige beeldscherm zitten. Ik bestudeer mijn handen op haakjes en losse velletjes. Mijn vingertoppen, strammig en gerimpeld, controleer ik op restanten vettigheid. Zulks verstoort de communicatie, aldus mijn contactengel.
Wat nou als mijn vader niet reageert? En wat als de verbinding wegvalt? Per slot van rekening is het allemaal nog maar net geïnstalleerd, nadat de mensheid een klein decennium geleden ontdekte dat er naast de zon nog een andere, een onuitputtelijke, energiebron bestond. Groen, dus zeer gewenst.
Die bron kon echter niet meteen worden ingezet, aangezien ze zo krachtig en teer tegelijk was, dat er vele jaren van research nodig waren voordat deze nieuwe energie een mogelijkheid werd voor de inzet van nieuwe vormen van communicatie tussen het hier en nu en het straks. Het nieuwe later. Verbinding met de verre eeuwigheid, zoals we die tien jaar geleden nog noemden.
Destijds, in juli 2016, vertrok er een bijzonder mens richting het land van het licht. Hij nam zijn kennis over communicatie in zijn algemeenheid en zijn liefde voor de interactie tussen mensen met zich mee, samen met zijn vaardigheden over het opzetten van netwerken en community’s.
Vlak voor zijn vertrek vroeg ik aan hem, of hij bij aankomst, mits er mogelijkheden waren, liefst direct een community of communicatieplatform zou willen bouwen die zou lijken op wat we in 2016 social media noemden. Een verbinding via licht, waarmee mogelijk communicatie tussen hier, nu en later zou kunnen ontstaan. Hij kon er vlak voor zijn overlijden nog vreselijk om lachen maar niks beloven.
De zon schijnt over de velden die zijn overgebleven na de grote verbouwing van de ringweg A10 in 2020, die inmiddels zesbaans in beide richtingen is geworden. Mij maakt het niet uit; sinds kort ben ik met pensioen dus hoef ik niet meer elke dag met mijn heilige koe over de snelweg. Het geeft rust, hoewel het in mijn hoofd nog altijd spookt.
Dat kan ook niet anders op Vaderdag; wanneer vlak voor je zeventiende verjaardag je vader plots zonder vooraankondiging uit je leven wordt weggerukt is dat iets om een leven lang bij stil te staan, te voelen.
De zon bestrijkt mijn beeldscherm; volgens mijn contactengel zou ik nu mijn duim links onder op het scherm moeten leggen om contact te maken. Voorzichtig strek ik mijn kromgetrokken duim en plaats deze op het scherm, dat flauw opflakkert. Even later dooft het. Teleurgesteld trek ik mijn hand terug.
Even later voel ik een vers moment mijn hoofd binnenkomen en leg opnieuw de duim van mijn rechterhand linksonder op het beeldscherm en laat mijn vingers voor zover mogelijk, netjes uitwaaieren over het beeldscherm, zonder het te raken.
Het beeldscherm licht op, kleuren vermengen zich van diep paars tot lila, naar helder wit. Om de contouren van mijn hand verschijnt een lichtblauw randje, dat meebeweegt wanneer ik mijn hand losjes over het scherm beweeg.
Vrijwel direct voel ik warmte door mijn hand stromen, die opwaarts stuwt richting mijn arm en via mijn schouder in mijn borstholte belandt. Mijn hart loopt over en even later voel ik de energetische liefde door mijn lichaam stromen. Het voelt vredig en ondanks dat de energie lijkt te kolken, voelt het uitermate rustig, sereen bijna.
De lifetravel exchange device aan de rechterzijde van mijn touchpad, bedoeld om kennis en ervaring op te slaan gedurende het leven en dat op elk apparaat is aan te sluiten voor het uitwisselen van internationale ervaringen met anderen, vertalingen inbegrepen, knippert voortdurend als teken dat er verbinding is.
Het beeldscherm, onveranderd blauwachtig wit, toont beelden uit mijn hier en nu, vermengd met beelden uit een nu nog onbekende film waarin heel bekende personen uit mijn vroeger.
Op mijn gezicht verschijnt een glimlach. Het is Marco dus gelukt. Dat kan ook niet anders, nu hij zich tussen collega-verbindingsofficieren bevindt als Steve Jobs en Sir Albert Einstein.

Wensdag

Wensdag

De maand februari komt eraan. Dat was voorheen een fijne maand want eenmaal vier weken doorgewalst werd het lente. Dit jaar vind ik het niet zo geweldig. Over afzienbare tijd is het een jaar geleden, dat mams op haar verzoek mocht overgaan. En terwijl ik dit schrijf, gaat het niet zo goed met mijn andere moeder. Mijn schoonmoeder.
Al bijna achtentwintig jaar mijn andere moeder. Destijds waren we niet zo enthousiast maar dat kwam van twee kanten. Laten we zeggen, dat het wennen was. Een meisje van zestien als nieuwe schoondochter krijgen, terwijl je een gezin hebt met volwassen kinderen die zelf ook al kinderen hebben. Al twee keer grootmoeder zijn, met een derde onderweg. Ik was twaalf jaar jonger dan de oudste zoon en veertien jaar ouder dan het oudste kleinkind.
Daarnaast kwam ik uit een nest met twee oudere ouders die zeer voorzichtig met mij waren, het enig kind. Ik werd nogal beschermd opgevoed. Het nestje waar mijn lief uit tevoorschijn kwam kende niet alleen meerdere personen maar ook meer reuring. Het was wennen, op en aan alle fronten. Maar het kwam goed. Niet voor niets hebben lief en ik tijdens de Eerste Grote Verbouwing (1991-1994) tot ieders tevredenheid bij mijn schoonouders ingewoond.
Ik wil en kan niet teveel uitweiden over de gezondheidstoestand van mijn schoonmoeder. De rek is eruit en haar reuma eist een hoge tol. Er is veel pijn en niet uitsluitend vanuit de reumagroep. Ook daar kan ik niet teveel over vertellen. Mijn terughoudendheid om erover te schrijven heeft met allerlei redenen te maken, waarvan privacy de belangrijkste is. Met name die van mijn schoonmoeder.
Bij mams lag dat anders, zij was immers van mij en zodoende mocht ik haar met iedereen delen. In het leven van mijn andere moeder ligt dat anders. Ik zal niet beweren, dat ik moet opletten met wat ik schrijf maar een zekere vrijheid in het neerpennen van mijn zorgbelevenissen met mijn andere moeder, heb ik niet.
Inmiddels zijn er meerdere raakvlakken en vergelijkingen te trekken in de zorg met mijn moeder destijds, dat het af en toe niet alleen bikkelen en afzien is, maar ook pijnlijk om te zien dat sommige instanties geen lering trekken uit hun fouten. Na een jaar kan ik simpelweg concluderen dat er niets veranderd is in de zorg.
Communicatie met thuiszorg, artsen en verpleegkundigen is onverminderd bureaucratisch en nog immer doorspekt van een zekere arrogantie.
Laat ik het verhaal van mijn andere moeder daarom voorlopig maar simpel houden. Soms is het huilen geblazen. Voor ons allebei, omdat we schrikken van het tempo waarin de reuma zich laat gelden. Op andere dagen gaat het gelukkig weer wat beter.
Het mantelzorgen op de woensdag is overigens niet alleen maar treurig, want huilen met reuma, pijn in je handen die een mok koffie vasthouden en tegelijkertijd ook je neus even willen snuiten gaat niet en dus valt er ook regelmatig wat te lachen.
Na de koffie pak ik meestal de was in, smeer nog een boterhammetje met kaas of jam en kijk haar huisje rond op zoek naar overige klusjes. Meestal vertrek ik daarna op mijn bloemenfiets, die ooit de hare was. (Kind! Die wàstassen in dat kràtje. Gáát dat?)
Beiden verkeren we in de wetenschap, dat ik nooit echt ver weg ben en het altijd weer gauw woensdag wordt.
Onze mantelzorgwensdag.