Archief van
Tag: bloemen

Groenhof

Groenhof

Er is iets veranderd in mijn leven en ik begrijp het nog niet helemaal. Ergens ben ik het leuk gaan vinden. Gefröbel en gepriegel in de achtertuin. Tot mijn knieën baggerend in de modder. Gravend, wroetend. Mopperend. Soms een uitroep latend van schrik, ergernis, of blijdschap. Deze zomer zijn tuin en ik elkaar beter gaan begrijpen. Onze liefde, evenals de vele struiken en planten, bloeit.

20140915_193902
Vooraan, bij de vijver waarin statige goudwindes in en uit de waterval springen, huizen de keramieken bloempotten. Gevuld met gekleurd spul, petunia’s naast paarsroze margrietachtigen. Dat is overigens nog wel even een dingetje: hoewel ik het vak Latijn tijdens de opleiding medisch secretaresse en doktersassistente glansrijk beheerste, lukt dat met de plantennamen niet. Mea culpa.
Ergens achter in het groene paradijs, bovenop de plek waar ooit een boom woonde maar die werd ge-je-weet-welt, heb ik een speciekuip gevuld met lavendel, salie en verschillende kleuren en soorten hang petunia’s. Na enkele malen begieteren is er een ware bloemenwaterval ontstaan.
20140824_191422
Ooit vond ik een half dode verdwaalde lelie, gooide haar in de sloot. Een briljante actie want inmiddels bezit ik een goudgeel bloeiend schuilhoekje in het water, naast de steiger, ten behoeve van asielzoekende gevleugelde passanten zoals meerkoetjes en eendjes.
Het zevenblad en het pispotkruid aan de slootzijde hebben de handdoek in de ring gegooid, even na de maand juli, toen duidelijk werd dat ik niet voor een blad te vangen was. Tweemaal de grond flink omgespit en vervolgens heb ik  elke week ieder klein sprietje letterlijk de nek omgedraaid. Het betekende een totale depressie voor het zevenblad plus het einde van groep pispot. Resultaat:  niet alleen een groene maar ook een mentale overwinning.
20140915_194411
Ik kan de paden op. Want weer zichtbaar. Rond de boom. De je-weet-wel-stronk. Tussen de kruipgoedjes door, die de transplantatie van vochtige vijvergrond naar nattige bosgrond hebben overleefd. Mijn vriendinnen Hortensia, her en der lukraak neergezet en met af en toe een beetje mest (Dank lieve Vleugelvrouwe!) groeien zich dankbaar omhoog.
20140915_194432
De schutting, eens een grensgeval, is begroeid met klimop, wilde wingerd, kamperfoelie en passieflora. De spiegel, die we aan het begin van het seizoen tussen het jonge groen hebben opgehangen, is inmiddels aardig overwoekerd, weerspiegelt onze groei.
20140915_193747
Iedere dag is een kleurig feestje. Ik geniet van en ben dankbaar voor hetgeen de aarde, de lucht en het licht mij geven. Los van eigen inspanning. Het zonlicht speelt met mijn tuinbewoners, geeft hen telkens een ander gezicht.
Het leven in en om de tuin biedt een eindeloos perspectief. Het is ook therapeutisch: tuinieren geeft lucht in drukke tijden. Prettig om stress kwijt te raken door het poeren met mijn blote vingers in de grond.
Even aarden. Héérlijk.
 
20140915_194123

Puzzeltocht

Puzzeltocht

In 1987 overleed mijn vader. Een week voor ik zeventien werd. Voor de lezer die de dramatiek nog even wil teruglezen, staan hier de stukken: Een nacht in maart (1) plus Een nacht in maart (2)
Helaas heb ik niet de kans gekregen om als (semi) volwassene met hem om te gaan. Geen mogelijkheden waren er, om wereldse of levensvraagstukken met hem door te nemen. Zijn kijk op de wereld kon ik niet vergelijken met die van mij. Op je zestiende lukt dat niet, ben je daar nog niet klaar voor, vind je de mening van je ouders op zijn minst een beetje raar. Hij kon me niet adviseren bij de kleuren verf in mijn huis, ooit de zijne.
Nu ik de leeftijd van mijn vader heb bereikt waarop hij vader werd en ging trouwen, denk ik nog meer terug aan hem. Regelmatig maak ik een geestelijke puzzeltocht. Dan vraag ik me af, hoe hij het vaderschap beleefde. Of hij zich, net als ik nu, zorgen maakte over zijn opgroeiend kind. Destijds veranderde mijn komst zijn leven op slag. Tot zijn eenenveertigste was zijn leven namelijk een groot vrijgezellenfeest geweest.
Op zaterdagavond biljarten in het Wapen van Landsmeer. Samen met de Neus. Een bijnaam voor ene Gerrit, ook wel rooie genoemd. Mijn vader schijnt zelf ook een bijnaam gehad te hebben, helaas ken ik die niet. Op zondagmiddag ging vader steevast met vrienden naar Robinson. Een beetje ouwehoeren, nog een biljartje leggen. Daarna een tosti eten en een pilsje toe, bij café Ottenhof, om de hoek. Er hingen stukken van Anton Heijboer aan de wand, uit een periode dat hij zijn drankrekening nog niet kon betalen.
Vanmorgen stopte er een setje van vier fietsers voor de deur. Op hun stuur een wit vel met route en wat vragen, tenminste dat denk ik want ze waren driftig gebarend aan het overleggen met elkaar. Eerst dacht ik dat ze de weg kwijtwaren, maar dat bleek niet het geval, toen er nog een setje fietsers voor de deur stopte en zich bij het eerste setje voegde. Nieuwsgierig opende ik het slaapkamerraam aan de straatzijde, waar ik net de was had opgehangen.
“Nee joh, dit is de winkel van Wolff. De bloemenwinkel. Ze hebben het toch over die dakkapelletjes met die punt? Hiernaast zijn het platte kapelletjes.”
“En de sigarenman dan? Die zat hier toch ook? Plus de drogisterij en een drukkerij? Er zat zelfs een groenteboer. En een viswinkel. Heb je nu allemaal niet meer. Zit allemaal in winkelcentra.”
“Wat je zegt klopt, alleen die viswinkel zat dáár en de groenteboer op de Stoombootweg.”
“Geloof me nou, dit is de oude bloemenwinkel van Wolff.”
Glimlachend knik ik.
“Zie je nou? Die dame boven staat te knikken,” klinkt het van beneden.
“Ik ben de kleindochter van de bloemenman,” zeg ik, wat beschaamd over mijn meeluisteren. “Ik ben hier altijd blijven wonen.”
“Wat ontzettend leuk,” schettert een van de vrouwen. “Dan ben jij de dochter van Willem, zegt een andere vrouw.” Ik knik. “Die kwam altijd in de Robinson,” hoor ik een man uit het groepje zeggen. Dat klopt, de verhalen ken ik, de inhoud niet.
“Krijg nou wat,” zegt een van de mannen. “Het is gewoon een vraag.” Hij schraapt zijn keel. “Hoe luidde de bijnaam van de jonge Wolff?”
Een nieuwe discussie barst los in het groepje. Ik hap naar adem. Mijn vaders bijnaam als vraag in een dorpse puzzeltocht. Ik grinnik en spits mijn oren, in de hoop iets op vangen. Het blijft echter stil in het groepje beneden mij. Een vrouw, ik schat haar achter in de vijftig, kijkt opnieuw omhoog. “Kunt u ons verlossen met het antwoord?”
“Helaas niet,” zeg ik. “Mijn vader kwam inderdaad in Robinson, de Drie Zwanen en het Wapen van Landsmeer. Zijn bijnaam zal vast iets met een feestje of een drankje zijn geweest maar ik weet het niet,” ratel ik verder. “Maar mocht u nou vandaag aan de bijnaam geraken, gooit u dan alstublieft een briefje in mijn bus. Dan is mijn puzzeltocht naar zijn bijnaam ook opgelost.”
Ik word bedankt voor de medewerking, de complimenten voor het huis vliegen me om de oren en straatnaam en nummer worden genoteerd op het puzzelvelletje. Het zal mij benieuwen. Diep in mijn hart moet ik vreselijk lachen en ben best een beetje trots op die vader van mij. Het feestvarken uit het dorp. Met zevenentwintig jaar na zijn overlijden een puzzelvraag naar zijn bijnaam.
“Je was me er wel eentje hoor, vader,” zeg ik grinnikend.
Ik lach naar de blauwe lucht, sluit het raam.