Ander(se) kijk

Ander(se) kijk

Er is druk gevaren in Leeuwarden, door junior en zijn klasgenoten. Een van de kornuiten moet terug naar huis, naar een adres wat bij geen van de bootsmannen van de solarcompagnie op de route ligt. Natuurlijk brengen wij, trotse en verbrande ouders na een dag volop genieten van de solarboot avonturen op het Friesche water, die klasgenoot naar huis.

Wanneer we via kleine straatjes en steegjes van Leeuwarden teruglopen, richting de Blokhuispoort en we via de Zuidergrachtswal aankomen bij de Kanaalstraat, slaat niet alleen ons hart een slag over bij het weerzien met onze Anders, onze Volvo uit 1972. Ook de klasgenoot raakt niet uitgekeken, noch uitgepraat over ons mechanische wonder op wielen. Het is dat hij zijn rijbewijs nog niet heeft, anders had hij de pedalen mogen uitproberen. Ja, echt. Tot dan toe had de aanstaande werktuigbouwkundige het nut van een rijbewijs nog niet ingezien; dat verandert wanneer hij ontdekt dat je met een rijbewijs dus ook een klassieke auto kunt besturen. Het blijkt genoeg stimulans om tijdens de terugreis naar Haarlem tussen het enthousiast kwetteren over de piefjes en de palletjes van het binnenwerk van onze Anders direct ook meteen een naam en telefoonnummer van een rijschoolhouder te Googlen.
Wanneer we ooit van onze Anders af willen, mogen – nee móeten – we Kevin bellen.

———————

We gaan met Anders naar IJmuiden; hij heeft een fijn ritje naar een mooie zonsondergang verdiend. Ter plaatse zullen we een andere Volvo bekijken, want de eerdere deal met onze Björn gaat niet door. De verkoper van de V70, al gelukkig met zijn potentiële koper, raakt helemaal enthousiast wanneer blijkt dat hij zijn auto aan een echte Volvofiel gaat verkopen. Onderweg naar IJmuiden krijgen we meerdere lichtsignalen. Niks mis; ze gaan vergezeld van dikke duimen omhoog. Dat is óók rijden met een klassieker. Het stemt ons vrolijk en een beetje trots, gezien alle ellende die we met het mechanische kind hebben beleefd. Wanneer we aankomen bij de verkoper is het een leuke verrassing voor hem dat we ook echt met de 164 zijn gekomen. We maken kennis met de V70 die we na een fijne proefrit omdopen tot onze Thor. Bij ons vertrek – de aankoop van Thor is inmiddels mondeling een feit – is ook de verkoper van de V70 ernstig verliefd op Anders.

———————–

Voorzichtig schuifelt hij voorbij, een scheutige puber in zijn broek af die – modieus – afzakt. Een grijze waas bedekt zijn bovenlip. Om zijn schouder hangt een rugzak en op zijn buik bungelt een fototoestel. Aan zijn rechterhand huppelt een jongere versie van zichzelf, getuige de hoeveelheid krullen die op beide hoofden dansen in de wind. Niet veel later volgen nog een meneer, een oudere kopie van beide jongens, alsmede een mevrouw met een miniatuurversie van zichzelf, die de jongens aansporen om vooral door te lopen.

Opgewonden hoor ik het kleine jongetje iets in onbegrijpelijke taal kwetteren. De besnorde puber knikt. Met een ernstig gezicht plaatst hij zijn broertje (dat begrijp ik inmiddels) bovenop de plantenbak in mijn voortuin, gebaart dat hij moet blijven zitten. De jongeman loopt vervolgens een klein stukje de weg op, zijn fototoestel in de aanslag. Met een brede grijns wordt Anders op de foto gezet. Liefdevol aait hij met zijn wijsvinger heel voorzichtig over de motorkap. Breed lachend sla ik het stel vanuit mijn woonkamer gade. Beide jongens zien mij, steken luid hun duim op en vervolgen hun weg, jolig verder kwetterend.

Expansie

Expansie

Vanmorgen ben ik naar de andere kant van het IJ gereisd. Op zich is dat niet bijzonder, ik kom er vaker en al zeker op de maandagmorgen. Meestal reis ik per fiets, vervolgens pak ik de pont over het IJ, zodat ik op het voordek lekker met mijn (ultrakorte) haar in de wind sta, om de zoute zilte lucht van het water op te snuiven.

Vandaag wilde ik echter graag per metro reizen. Want hij is er; hij rijdt en in Amsterdam weet je nooit hoe lang zoiets duurt. Onze gewraakte metro, van Noord naar Zuid, die van weet ik hoeveel miljarden waardoor de rest van het OV in Amsterdam voorgoed onderuit geschoffeld is om de kosten te drukken. Die metrolijn, waarover de Noorderlingen inmiddels in een onderlinge oorlog zijn verwikkeld. Het ligt allemaal ook moeilijk. De helft van de buslijnen is verdwenen en voor sommige wijken is het overstappen geblazen, wil je überhaupt bij die metro in de buurt kunnen komen.

Na mijn ochtendyoghurt besloot ik dan ook dat ik klaar was met het lezen óver de metro; ik wilde hem ervaren. De Albert Cuypmarkt werd mijn doel; halte De Pijp. Volgens vele Noorderlingen is ook dat geen goed idee want die Cuypmarkt is vreselijk; de Dappermarkt is veel leuker. (Dat is overigens ook een ingewikkelde discussie). De Dapper ligt echter mijlenver van de Noord-Zuidlijn vandaan en was voor vandaag dus zeer beslist geen optie.

Met mijn eigen vertrouwde bus kon ik naar het metrostation rijden. Op zich fijn dat ik niet hoefde te zoeken naar welke bus en op welke tijd. Op elke bushalte bevindt zich overigens tegenwoordig een QR-plaatje; wanneer je dat inscant op je telefoon (wel even zo’n appje downloaden) krijg je in no time bericht hoe laat je bus arriveert. Daarnaast beschikken enkele haltes over matrixborden, waarin de komst of vertraging van je vervoermiddel wordt aangekondigd.

Mijn busrit zelf verliep voorspoedig, in zeven minuten bevond ik me reeds op het metrostation. Uitgecheckt van de bus en weer ingecheckt achter de metropoortjes. Eenmaal met de roltrap richting het perron werd vriendelijk omgeroepen dat deze metro naar Zuid elke 6 minuten vertrekt. Onze metro, uit Noord! En ook elke zes minuten weer terug! Zo kun je als Noorderling geen heimwee kweken, in Zuid.

De metro begon te rijden, verliet het bijzondere architectonisch gebouw van waaruit zonlicht in meerdere kleuren naar binnen schijnt en vervolgens gleed er een bekend landschap aan me voorbij. Een stukje van de Buiksloterdijk kon ik zien, evenals de in aanbouw zijnde wijk Elzenhagen-Zuid. Na een ademteug waren we op station Noorderpark aanbeland. Vandaar af dook de trein onder de grond.

Ineens raakte ik zomaar ontroerd, kon ik nog net een snik inhouden. Want ik vond en ik vind het wat. Het is ook wat, dat deze Noorderling na eenentwintig jaar bakkeleien en bouwen, op weg is naar Zuid. Er is zoveel te doen geweest over deze Noord-Zuid lijn, zowel in Amsterdam als er ver buiten. Er is zoveel geschreven, zoveel gezegd of juist niet gezegd. Het was een strijd dat de metro er (niet) kwam en vervolgens moest er nog een strijd werden geleverd tussen de metersdikke boor en de ondergrond van Amsterdam, die zich verweerde en akelig verzakte. Ondanks alle ellende en overschrijdingen kan ik nu vandaag zomaar naar Zuid. Naar de Pijp, in ieder geval.

Tien minuten na vertrek uit Noord beklim ik de meterslange roltrap van Station De Pijp. Eenmaal bovengronds, rol ik zó de Cuyp op. Dat is nog eens je bestemming bereiken. Vertwijfeld kijk ik om me heen; er zijn nagenoeg geen auto’s, of vrachtverkeer te bekennen. Wel zie ik veel wandelaars en fietsers plus een enkele tramlijn 24, die wat verdwaast tinkelt in afwezigheid van zusterlijn 16, op weg naar het Weteringcircuit. Op de hoek van de straat ontdek ik nieuwe sierlijke zwarte wegwijzers, bedrukt met gouden letters, richting Museumplein en Ceintuurbaan.

Ik besluit het vandaag bij de markt te houden. Als Noorderling verwonder ik me graag in kleine etappes.