Adjö

Adjö

Lieve Björn,

Hoe noem je een afscheid van iets of iemand, een “attribuut” dat nooit officieel van jou geweest is, je niet echt heeft toebehoord? Wat geeft je voor naam aan een afscheid dat nooit een echt begin heeft gekend? Het zweeft door  mijn hoofd, zeurt in mijn buik en het ergste is, ik heb er geen verklaring voor. Er is iets van me weggenomen, ik ben iets kwijtgeraakt en ik voel me leeg.

Wat had ik graag jouw mensenmoeder geworden, voor je gezorgd, je gepoetst en je willen schoonhouden. Zoveel ritjes zouden we zijn gaan maken, waaronder een vakantie. Het leek zo fijn. Drie weken geleden werd ik tot over mijn oren verliefd op je, op een manier die bijna obsessief leek. Het verbaasde me; opnieuw in mijn leven was ik in blijde verwachting. Een paar kleine klusjes moesten er nog aan je gebeuren, wilde je met ons mee naar huis komen.

Een van de klusjes lijkt niet goed te komen. Pas nu blijkt dat een van je assen niet stabiel wil blijven. Iets met de vierwielaandrijving; daar hebben technische mensen – die daarvoor hebben geleerd- allemaal ingewikkelde termen voor bedacht. Iets met een differentieel, maar voor hetzelfde geld kan het ook een defecte tussenbak zijn, of een schakeling tussen tweewielrijden en vierwieldrive die niet werkt. Het feit dat je op winterbanden staat met een verschil in onderling profiel van bijna een halve centimeter ten opzicht van elkaar draagt niet bij aan de feestvreugde. Omdat we niet precies weten wat het mankement is en waar het zit, wordt het te ingewikkeld en te kostbaar om je definitief in ons gezin op te nemen.

Het doet me meer leed dan me lief is en waarom dat zo is kan ik niet goed onder woorden brengen. We kenden elkaar immers nog helemaal niet, hadden geen geschiedenis. Geen geluid of gebaar werd nog uitgewisseld. Het enige wat ik over onze kortstondige relatie kan  zeggen was dat er een klik was, die ontstond vanuit een knipoog met een van je sprankelende koplampen. Je zat koninklijk, zoefde liefdevol over het asfalt, maar blijkbaar deed je dat met een andere as dan de huidige.  Nu brom je wat, je trilt en je rommelt een beetje. Waar de geluiden precies vandaan komen weten we niet en ook lijk je wat aan de weg te plakken. Volgens de personen die we hebben laten meekijken, die er aantoonbaar verstand van hebben,  is het niet goed. Aangezien ons andere Zweedse kind, het oldtimerkind, ons al genoeg kopzorgen heeft gegeven (en nog gaat geven), durven we het niet met je aan.

Het spijt me dus, lieve Björn, na drie weken wachten mag je niet met ons mee naar huis. We hadden je graag verder opgevoed en met je op avontuur gegaan maar met een as die niet goed wil rijden wordt het een avontuur waarvan we het verloop niet kennen en wat mogelijk uitloopt op een mechanisch dan wel financieel fiasco. Met schade of verdriet. Ondanks onze  verliefdheid moeten we als mensenouders wel verstandig blijven. Wij kunnen ons geld, net als ieder andere vader en moeder, slechts een keer uitgeven. Deze rationele keus gaat echter gepaard met gevoelens van verdriet en gemis van iets dat niet was en nooit meer zal zijn. Hopelijk geeft je dat troost.

Opnieuw zul je moeten afwachten, met je gouden snoet tussen de verschillende andere, grijze grauwe, fantasieloze modellen geparkeerd, in de hoop dat je opgemerkt wordt. Lief autokind, ik gun je een betere mensenmoeder en een mensenvader als wij voor je konden zijn. Hopelijk ontmoet je binnenkort een ferm setje Volvofielen, die misschien wel zelf persoonlijk in je buik kunnen graven en met plezier onder je chassis zullen duiken om je zodoende te repareren, zodat je as weer gaat spinnen, in plaats van bokken. Je hebt immers recht op een goed leven, je kunt immers nog zo lang mee.

Adjö Björn, du mår bra  *)

Liefs, je tijdelijke adoptiemensenmoeder.

*) Adieu Björn, het gaat je goed
Koperkleurig, mat

Koperkleurig, mat

Na zestien jaar fietsen op tweede- en derdehands fietsen heb ik mezelf een nieuwe fiets beloofd. Sinds jaar en dag kan ik via het werk gebruikmaken van het Fietsenplan. Steeds kwam het er niet van, schoof ik het papierwerk vooruit en reed ik door op mijn oude fiets. Totdat de rem het onlangs begaf en bleef hangen.

Toen ik na een stevige hardlooptraining terug naar huis wilde fietsen, werd dat met de geblokkeerde remmen een pittig toetje. Zelfs het fietsen in de laagste versnelling leek nog het meest op een bergetappe. Doodmoe, trillend, grauw en grijs kwam ik thuis, dook na een tweede douchepartij mijn bed in en wist zeker dat ik klaar was met mijn oude Gazelle fiets.

Het toeval wilde dat er niet veel dagen later een fietsshow werd gehouden op het werk. Ter promotie van het fietsen naar het werk én ere van het Fietsenplan. Op slag werd ik verliefd op een rode Gazellefiets met blauwe velgen. De papieren voor het Fietsplan kreeg ik mee; de zaterdag erop volgend zou ik proeffietsen bij de plaatselijke fietsenman.

Het duurde natuurlijk een eeuwigheid voor het zaterdag werd. Toen het eindelijk zover was bleek ik te zijn overvallen door een zomerse griep, wat zich uitte in vermoeidheid, lamlendigheid, een fikse keelpijn en als bonus een irritante kriebel, zodat ik elke derde ademhaling moest hoesten. Desondanks ging ik met naar de fietsenhandelaar; mijn rode  fiets stond immers op mij te wachten.

Tot mijn spijt en desillusie bleek dat de fiets verschrikkelijk vervelend reed. Althans, voor mij. Ik zat met wijd gespreide armen vanwege het extra brede stuur, mijn lijf krom voorovergebogen, de voeten rechtstandig onder het lijf gezet en daarmee kwam ik amper vooruit.  In eerste instantie dacht ik dat het aan mijn grieperige conditie lag. De fietsenman kwam me tegemoet, vertelde dat het ook echt aan het model kon liggen. Hij vroeg me wat ik normaal gesproken fietste en ik vertelde hem,  dat ik meer een opoefiets type ben, rechtop zittend en de trappers iets voor het lichaam, zodat mijn been een mooie ronde slag maakt. En dat ik af en toe wissel met een Gazelle fiets uit de vorige eeuw, met zeven versnellingen.

Na het schatten van mijn lichaam- en beenlengte pakte de fietsenman een andere fiets uit het schap, met de mededeling dat dit model mogelijk meer comfortabel zou aanvoelen. Dat klopte ook, de fiets toerde direct feestelijk. Het trapte fijn, het stuurde prettig en de versnellingen schakelden soepel. De fiets leek ook wel wat op een opoefiets, kleur zwart en dat was meteen ook het minpunt, wat mij betreft want model opoe wilde ik nu juist niet meer.  Uit de folder bleek echter, dat de fiets ook in het koperkleurig, mat, kon worden geleverd. Op slag was ik verkocht, de kleur van onze koperkleurige Volvo zit immers al een beetje in mijn kleurgenen verankert.  Weet ik veel of mijn fiets ooit achter op de trekhaak van Björn terechtkomt, maar àls het gebeurt, past het zaakje tenminste bij elkaar.

De fiets moest nog wel worden besteld en via internet moesten zowel de fietsenman als ikzelf wat formulieren invullen. Een halve week later werd de fiets geleverd, heb ik de Griep des Doods met koorts overleefd en trap ik mezelf heerlijk licht de wereld door. Of de fiets ook echt bij onze Björn past moet helaas nog blijken; onze Volvokind is nog niet geleverd. Hij heeft een kapotte as, die vervangen moet worden en de meneer van de garage heeft beloofd geen half werk te zullen leveren maar garant te zullen staan voor kwaliteit en veiligheid, zoals het model auto zelf.

In huize Lettersmid wachten we dus geduldig af tot onze Björn geleverd wordt. Tot die tijd staat er in elk geval ‘s morgens één koperkleurig vervoermiddel glimmend op mij te wachten.

 

Bron afbeelding: BSP fietsen, https://www.bsp-fietsen.nl/fietsen/moederfietsen/la-dolce-vita/