25. Over de vloer: Uitgekookt

Soms is het verbouwingsleven zomaar ineens heel erg leuk. Het ei is gelegd en het inzicht is gekomen. Het is maar net de manier waarop je het bekijkt. Als geboren pessimist heb ik van jongs af aan geleerd om te kijken naar de onmogelijkheden. Terwijl het zoveel leuker is om te kijken naar wat wèl kan.

Na vierentwintig keukenontwerpen te hebben gemaakt èn achtergelaten op de 3D keukenplanner van de Zweedse gehaktballengigant was ik er klaar mee. Had ik nèt alle kastjes die ik graag wilde hebben in het keukenpatroon geplakt, dan vond ik de frontjes weer niet leuk. Wanneer ik dan eindelijk het goede frontje had gezien, dan paste de boel weer niet bij de bestaande huisraad. Nu we een raam in de keuken krijgen, wilde ik daar toch echt de spoelbak hebben. Dat gaf problemen met de overige kastenboel.

Het leven was niet gemakkelijk, tot ik besloot een keukenboer in te schakelen. Een echte, eentje die ervoor heeft gestudeerd en het nog kan plaatsen ook. Samen met mijn verkreukelde papiertje van de Zweedse gehaktballentent legde ik mijn wensen en noodzakeligheden op tafel. “Ach mevrouw, het is maar net hoe u het bekijkt,” zei de keukenmeneer droog. “Als u zo’n kastje nu een kwartslag draait of de hele zaak omdraait en uitgaat van de mogelijkheden, krijg je ineens een heel ander plaatje.”

Drie kwartier en twee kopjes koffie later werd het inderdaad een ander plaatje. Daar stond, op papier èn op het beeldscherm, een keuken mijn kookpaleis te zijn. Opgewonden bekeek ik mijn aanstaande domein waarin grote, brede ladenkasten waren ingetekend. Natuurlijk was de zaak praktisch ingericht en gesorteerd op gebruik. Want het spoelgedeelte en het kookgedeelte moet je uit elkààr halen.

In gedachten zag ik mezelf vers brood bakken en heerlijk geurende stoofschotels bereiden. Mijn bordjes lagen keurig opgestapeld in hoge kasten met een houten klepdeurtje. Natuurlijk kon ik overal bij. De pannen stonden blinkend in de pannenlade, onder de kookplaat. Natuurlijk was er ook een grote oven. Een XXL-pizza behoorde daarmee ineens ook tot de mogelijkheden. Vrolijk zag ik mezelf -ondanks de aanwezigheid van een vaatwasser- afwassen, met mijn snufferd voor het raam.

Helaas duurde mijn dagdroom niet lang. Deze keuken past namelijk óók niet. Dit keer ligt het niet aan de maten of de kleur, want die zijn perfect. Het is mijn budget dat protesteert. Mijn keukenpaleis past simpelweg niet uit mijn portemonnee. Gelukkig mag ik het plaatje houden.

Advertenties

23. Over de vloer: Niet

De kachel in de woonschuur wil niet aan en de batterij van mijn telefoon is na een kwartiertje twitteren leeg. Ik kan wel huilen. Niets werkt vandaag zoals het moet, zelfs eigen lijf en leden niet.

Het wil niet en het gaat niet, met alles en met niks. Het wil niet met de pennenlikkers bij de hypotheekverzekeringsmaatschappij, die mij bijna een maand aan het lijntje hebben gehouden in verband met een werkvoorraad. Het werkte niet met de overwerkte hypotheekacceptant, die de stukken echt metéén naar de notaris zou sturen waarbij achteraf bleek dat hij dat een aantal dagen later had gedaan. Nu ik te bibberen zit in de avond heb ik een conflict met de gaskachel, waarvan ik het ontstekingsknopje niet ingedrukt krijg om lijf en groeve te verwarmen. Tot slot heb ik ruzie gekregen met het niet aanwezige handdoekenhaakje in de schuur, waardoor de theedoeken op de grond nat liggen te blijven.

Klaar ben ik met mijn vulpen, die niet meer schrijft maar alleen nog ondefinieerbare inktvlekken produceert. Een voordeel is, dat ik nu wel mijn eigen psychologenkwartier maak. Kijken met vlekken. Ik heb het zelfs gehad met de honden, die telkens aanslaan, wanneer er iemand door de tuinpoort binnenkomt. En dat zijn er veel. Bezoek dat onaangekondigd komt gluren of het nu echt zo erg is als ik beweer. Ja dus. En mijn verstand zegt dat de belangstelling best goed bedoeld is, maar vanavond wil ik het even niet. Dit keer even geen ramptoeristen, alsjeblieft.

Ik erger me aan de laptop van mijn zoon. De klapdoos ligt klaar en te glimmen op het bureau. Kan ik? Zal ik? Mijn schrijflust wint. Ik moet schrijven, ik zal. Ik moet de buitenwereld laten weten hoe het gaat. Hoe het echt gaat. Op het moment dat ik verbeten op het toetsenbord zit te rammen werkt het niet. Tergend langzaam, een voor een, verschijnen de letters op het scherm. Tot overmaat van ramp werkt de spellingscontrole niet.

Gevloek en getier helpt niet. Vandaag is duidelijk niet mijn dag, gaat het gewoon even niet. Nog steeds is het koud in de schuur en intussen heb ik een lamme vinger gekregen van het indrukken van het ontstekingsknopje van de kachel, dat zich niet gewonnen geeft. Eerder vandaag ben ik aan mijn derde spijkerbroek begonnen met oog op gipsvlekken. Het lijkt hier verdorie wel kerst. Witte Pinksteren. Ook ben ik afgesloten van de buitenwereld, doordat de woonschuur volgebouwd is met ijzer en ik daardoor geen bereik heb met zowel vaste telefoon als mobiele telefoon. Het gaat niet, het wil niet en ik word er gek van. De fut ontbreekt om mijn grotgenoten op te peppen en helpen naar zaken te zoeken die kwijt zijn. Ik ben ook een beetje kwijt, geloof ik.

Wanneer ik op blote voeten het kale beton betreed, op zoek naar de trap, die nog immer aan het dak is vastgespijkerd, voel ik me een zwerfster. Mijn alter ego, de stoere betonbarbie, is verdwenen, opgelost in een wolk van gips.