Archief van
Categorie: Schrijfveren

Twijferaar

Twijferaar

Na amper een week knutselen en redigeren slaat de twijfel toe. Moet ik mijn boekenproject wel echt doorzetten? Waarom wil ik het zo graag, een boek publiceren? Voor de roem en de bekend? Nou nee, niet bepaald. Hoe meer ik naar de vorm, de stijl en de inhoud van mijn boekje kijk, hoe meer ik de kriebels krijg om haar gewoon weer terug te zetten op haar oude plekje waar ze al die tijd gelegen heeft, namelijk op de plank.
De flaptekst heb ik al meerdere keren herschreven en nog vind ik het niets. “Kijk naar je publiek, leef je in naar wat zij zouden willen lezen.” Een understatement. Ten eerste staat mijn intenne al sinds mensenheugenis op inleven afgesteld en ten tweede heb ik geen idee wat u, mijn lezer, zou willen lezen. Ik zit niet in uw hoofd en dat is maar goed ook.
Eigenlijk, zo moet ik u schielijk bekennen, doe ik maar wat.
Dat gegeven valt nu keihard door de mand. Ja, ik schrijf maar wat. Ik probeer iets, schik en schuif met grammatica, stijl en letters, orden tegelijkertijd mijn bovenkamer, maak ruzie met de eeuwig haperende spatiebalk op de laptop en verder knoei ik eigenlijk gewoon maar een eindje heen. Omdat ik niet anders kan. Het is schrijven, schrappen, opruimen, nakijken en daarna log ik in op mijn digitale kamertje om mijn stukje te posten. Regelmatig krijg ik reacties, soms ook in het geheel niet en dat hoeft ook niet. Ik wil alleen maar aangeven dat het posten van korte stukje dus min of meer mijn ding is geworden. In spreektaal.
Eigenlijk is het best verdrietig te noemen. Wanneer ik de dingen in mijn leven groter probeer te maken en er ook maar een minuscuul flardje van een plan of idee ergens in mijn hoofd voorbij dwarrelt, volgt even later onherroepelijk de allergische reactie die twijfel heet, gevoed door mijn eeuwige onzekerheid.
Daarvan ga ik bibberen, stotteren en vervolgens schiet ik terug mijn stille hokje in. Waar alles is zoals het wezen moet en waar het allemaal nog een beetje klopt. Inclusief mijn fladderende hart.

Oploskoffie (schrijfveer)

Oploskoffie (schrijfveer)

De kapel in het stadsziekenhuis baadt in zonlicht. Een perfecte dag om afscheid te nemen, al voelt het niet zo.
Mensen arriveren, stemmig gekleed, meest in zwart. Bloemen zijn welkom, deze zijn dan ook in grote getale meegebracht. Er zwerven twee geestelijken rond. Een in gewaad, de ander in stemmig colbert met witte boord. Ik ben geneigd de laatste meer te vertrouwen dan de eerste, aangezien de geestelijk in gewaad weinig menselijks meer om zich heen lijkt te dragen.
Zachte orgelklanken leiden mij weg, voeren mij terug naar mijn eigen dierbaren, eerder al van deze aardbol vertrokken, al werden zij niet begeleid onder cello en harp.
Terwijl de overpeinzing klinkt, omgeven door verschillende lezingen en gezang, treedt de zon binnen aan de zijde waar ik het niet verwacht. Plots baadt de ruimte zich in een zee van licht. De kist, geflankeerd door twee witte ballonnen, licht op, lijkt zich met haar komende reis te verzoenen, te schikken in haar lot, hetgeen zich ondergronds gaat bevinden.
Twee gezangen en een muziek stuk later verlaat de kist de serene stedelijke ruimte, gedragen door zes personen die krachtig voortstappen en geen ballast lijken te voelen.
U zijt de glorie, warempel en jazeker.
Even later volgt het zwarte goud, begeleid door zoet, al dan geen kleffe handjes, kussen en vele uitgebreide historische verhandelingen. Problemen die eerder nog groot leken, lijken zich tijdens de gedeelde smart op te lossen in de ruimte, die gevuld is met menselijke stemmen, gelach en een enkele snik. De grafredelijke koffie met cake.
Oploskoffie. De tijdelijke remedie tegen aardse problemen.