Twijferaar

Na amper een week knutselen en redigeren slaat de twijfel toe. Moet ik mijn boekenproject wel echt doorzetten? Waarom wil ik het zo graag, een boek publiceren? Voor de roem en de bekend? Nou nee, niet bepaald. Hoe meer ik naar de vorm, de stijl en de inhoud van mijn boekje kijk, hoe meer ik de kriebels krijg om haar gewoon weer terug te zetten op haar oude plekje waar ze al die tijd gelegen heeft, namelijk op de plank.

De flaptekst heb ik al meerdere keren herschreven en nog vind ik het niets. “Kijk naar je publiek, leef je in naar wat zij zouden willen lezen.” Een understatement. Ten eerste staat mijn intenne al sinds mensenheugenis op inleven afgesteld en ten tweede heb ik geen idee wat u, mijn lezer, zou willen lezen. Ik zit niet in uw hoofd en dat is maar goed ook.
Eigenlijk, zo moet ik u schielijk bekennen, doe ik maar wat.

Dat gegeven valt nu keihard door de mand. Ja, ik schrijf maar wat. Ik probeer iets, schik en schuif met grammatica, stijl en letters, orden tegelijkertijd mijn bovenkamer, maak ruzie met de eeuwig haperende spatiebalk op de laptop en verder knoei ik eigenlijk gewoon maar een eindje heen. Omdat ik niet anders kan. Het is schrijven, schrappen, opruimen, nakijken en daarna log ik in op mijn digitale kamertje om mijn stukje te posten. Regelmatig krijg ik reacties, soms ook in het geheel niet en dat hoeft ook niet. Ik wil alleen maar aangeven dat het posten van korte stukje dus min of meer mijn ding is geworden. In spreektaal.

Eigenlijk is het best verdrietig te noemen. Wanneer ik de dingen in mijn leven groter probeer te maken en er ook maar een minuscuul flardje van een plan of idee ergens in mijn hoofd voorbij dwarrelt, volgt even later onherroepelijk de allergische reactie die twijfel heet, gevoed door mijn eeuwige onzekerheid.

Daarvan ga ik bibberen, stotteren en vervolgens schiet ik terug mijn stille hokje in. Waar alles is zoals het wezen moet en waar het allemaal nog een beetje klopt. Inclusief mijn fladderende hart.

Advertenties

Een gevoel van ruimte (schrijfveer)

Het zijn rare gedachten, die in mijn hoofd rondtollen en ik vraag me af of ik ze ooit kan uitspreken. Ik gok van niet. Daarom schrijf ik ze maar op.

Een gevoel van ruimte is ontstaan na het overlijden van mijn moeder. Hoezeer ik ook van haar heb gehouden en hoezeer ik haar ook mis, haar vertrek heeft mijn leven niet alleen verlies gebracht maar ook lucht.

Nee, mijn moeder was niet lastig en niet vervelend. In het geheel niet. Mijn moeder, zelf geen uitgebreide scholing of opleiding genoten, bezat van nature een brede kijk op zaken en de mogelijkheid om problemen en situaties kubusmatig, dat wil zeggen langs alle zijden, te bekijken. Tot slot bezat ze een groot talent voor muziek en was haar grote liefde het begrip ontwikkeling en dan in de meest brede vorm.

De ruimte die ik beschrijf ervaar ik als figuurlijk. Zonder mijn moeder ben ik het kind niet meer. Vlak na het overlijden van mijn moeder voelde het verwezen als onwennig, al was ik geen jong kind meer en geruime tijd volwassen geweest. Doordat mijn moeder gedurende mijn leven tevens mijn buurvrouw is geweest ben ik tot het besef gekomen dat ik nooit echt ben uitgevlogen vanuit het ouderlijk nest. Zodoende werd mijn kinderrol jaarlijks verlengd met enkele drama’s in meerdere bedrijven.

Ik mis mijn moeder verschrikkelijk, betrap mezelf regelmatig op het feit dat ik de tussendeur in ons ruime huis wil openen om haar iets te vertellen. Soms wil ik mijn moeder opbellen. Bij groot nieuws bijvoorbeeld, zoals het heuglijke feit dat mijn kind nog niet zo lang geleden voor zijn rijbewijs is geslaagd en nu regelmatig fijne ritjes rijdt, wil ik het liefst met haar delen en dat gaat niet meer. Dat doet pijn maar het is niet meer schrijnend, zoals een verse schaafwond kan zijn.

Wat meetelt in de zegening van mijn verdriet is, dat ik steeds meer schrijnende verhalen hoor over vaders en moeder van vrienden, collega’s en andere bekenden. Ouders die tot dan toe altijd gezond waren, zijn ineens overvallen door ziekte en soms zelfs door overlijden. De wanhoop over alle regels in de zorg onder de verzorgers, meestal de kinderen, is groot. Elk jaar immers veranderen de routes in het zorglandschap, worden regels en de kleine lettertjes vervangen door nog ingewikkelder passages, meestal opgesteld door twee Kamers in Den Haag, in samenwerking met een handje zorgverzekeraars.

Ik prijs me ondanks mijn verlies gelukkig met het feit dat ik me nooit meer zorgen hoef te maken over het welzijn van mijn moeder. Waar ze ook is, ik ga ervan uit dat ze het goed heeft ergens op een wolkje en dat ze -waar dan ook- zicht houdt op wat ik met mijn gezin beleef en meemaak.

En dat geeft mij een gevoel van ruimte.