In beweging

Acht weken geleden nam ik een besluit. Het roer moest om. Nu de teller op bijna vijftig staat en de zwaartekracht het van me dreigt te winnen, leek het me verstandig meer te gaan bewegen. Ergens las ik dat er op 11 maart een plaatselijk loopje zou gaan plaatsvinden. Vanuit de schoenenlade keken mijn hardroze hardloopgympen me wat mismoedig aan, nagelnieuw en nog onbeschadigd.

De weken erop liep ik drie keer per week; weer of geen weer. De eerste keren kwam ik amper de straat uitgehold en draaiden mijn longen overuren. Na een week of twee kreeg ik de smaak te pakken en merkte ik dat ik niet meer zo heel erg hard hoefde te hijgen. De derde week rende ik de straat uit, de dijk op. Zonder te hoeven stoppen. Dat hoefde pas na de hoek, niet veel later maar, ik was dan toch mooi die dijk opgekomen.

Ook op de momenten dat ik eigenlijk geen zin had om te hardlopen, ging ik toch. En de grap is, dat de zin dan onderweg toch opkwam en ik met een goed gevoel en licht gemoed weer thuiskwam.

Twee weken geleden maakte ik me wat zorgen, omdat 11 maart in zicht was gekomen en de vijf kilometer nog lang niet. Ik bleef steken bij 3 kilometer. Uiteraard maakte ik me zorgen over hoe het verder moest. Waren acht weken genoeg?

De afgelopen week liep ik dan toch ineens vier en een halve kilometer. Ik besloot tijd en afstand los te laten en het gebeuren in ontspanning op me af te laten komen. (Moeiluk!)

Vandaag, op 11 maart, mijn verjaardag, liep ik de vijf kilometer. Ik had twee missies: niet wandelen onderweg en liever niet als laatste eindigen. Een snelle tijd ging hem niet worden, dat wist ik. Ik hoopte op 40 minuten. Het is allemaal gelukt; niet gewandeld, geen laatste geworden en mijn tijd was rond de 38 minuten.

Ik vind het nu al een superverjaardag geworden. Geen taart want dit jaar vier ik het niet. Het is altijd een gedoe en een verplichting, ook al is het gezellig maar als feestvarken spreek je niemand. Dit jaar doe ik het anders: ik doe vandaag alleen maar dingen die ik leuk vind. Het werd dus eerst rennen en zo meteen vertrek ik naar een mini popconcert ergens in de buur. Als toetje ga ik met mijn mannen uit eten.

Mijn leven, mijn dag. Daarmee geloof ik oprecht, dat het leven rond je vijftigste echt alleen maar leuker wordt.

Advertenties

Eeuwig

Ergens in de geschiedenis besloten een stevige Friezin uit Kootstertille en een Noord-Hollandse kippenboer om voor altijd bij elkaar te blijven. Samen kregen ze aan het eind van de negentiende eeuw een dochter. Over één ding waren ze het eens: zij zou het beter krijgen.

Het stel kocht eind jaren twintig van de vorige eeuw een huisje voor haar. Sterker nog: ze kochten er twee want de dochter had inmiddels haar zinnen gezet op een leuke bomenfluisteraar uit de Beemster. Samen besloten ze boomvruchten en bloemenpracht te verkopen, in de buurt. Het eerste huis werd woning; het tweede deel werd winkel.

De dochter kreeg op haar beurt een zoon, die de groene vingers van zijn vader erfde en het zakelijk instinct van zijn moeder.

Vlak na het begin van de Tweede Wereldoorlog verloor de dochter zomaar ineens haar vader. Toen deze oorlog – waarin de dochter haar zoon regelmatig had moeten verstoppen voor razzia’s – was geëindigd mocht de vrede in huis maar een paar jaar duren. Ineens verloor de dochter haar grootse Friese moeder.

Niet veel later ging het ineens niet meer zo goed met de gezondheid van de boomfluisteraar uit de Beemster. De man die ooit hartstochtelijk met kwastjes in de weer was geweest voor het bestuiven van fruitbomen, was ineens een kasplantje geworden.

In de tussentijd kreeg de zoon van de dochter kennis aan een stadse dame. Voordat deze ook maar echt kennis met haar schoonvader had kunnen maken, overleed hij vrij plotseling. De bloemenwinkel werd een woonhuis. In het voorjaar na het overlijden van de boomfluisteraar uit de Beemster werd zijn kleinkind geboren. De dochter van de kippenboer en de Friese vrouw werd weduwe, grootmoeder én buurvrouw.

Op een dag in wat weer een zorgeloos bestaan was geworden bleef haar zoon met de groene vingers zomaar ineens dood. Gebroken van verdriet en ziekte volgde de dochter van de kippenboer hem niet veel later, in hetzelfde graf waar eerder al de zoon en de boomfluisteraar uit de Beemster waren gelegd.

Inmiddels wandelt de achterkleindochter regelmatig over de begraafplaats waar de personen uit deze akte zich -met uitzondering van de stadse dame- hebben verzameld. Meestal wandelt ze gewoon een rondje. Eerst langs haar vader, de hovenier, en langs oma. Opa, de boomfluisteraar uit de Beemster, ligt er ook maar die kent ze niet, hij is immers een half jaar gestorven voor ze werd geboren.

Iets verder, bij de waterplaats, ligt een grijs geworden graf op een zonnig hoekje. De achterkleindochter loopt er regelmatig met de nodige eerbied voorbij. De letters zijn wat verschoten maar nog goed te lezen. Het graf van de kippenboer en zijn Friezin. Het stel dat elkaar ergens in de jaren twintig van de vorig eeuw leerden kennen en besloten bij elkaar te blijven. Ze kregen een dochter en waren van mening dat zij het beter moest krijgen dan zij.

Er lag een bordje van de gemeente op het graf van mijn overgrootouders, met het verzoek aan de rechthebbenden om telefonisch contact op te nemen. Na enkele dagen van nagelbijten (bang dat er geruimd zou moeten worden) heb ik gebeld, niet wetende wie rechthebbende zou zijn. Ruimen van het graf was geenszins het geval; ging erom dat de gemeente rechthebbenden kan uitnodigen tot het bijwonen van herdenkingen. Sinds deze week ben ik pleegmoeder geworden van het graf, waarbij de gemeente heeft bevestigt dat het om een eeuwig graf gaat, voor zolang eeuwig kan duren uiteraard. Hetzelfde geldt voor het graf van mijn vader en zijn ouders.
Het geeft mij rust.