Archief van
Auteur: Odette Wolff

Klein groot mens met dito vreugdes. Overtuigd twijfelaar.
Instructie

Instructie

“Ik houd het graag dichtbij mezelf,” zegt mijn leerling tijdens een HiX-instructie.

HiX is het ziekenhuisinformatiesysteem waarin ik trainingen geef, als versgebakken applicatiebeheerder.

Mijn hart juicht, mijn intenne checkt even of ze deze informatie goed heeft opgevangen.

“Er zijn immers al zoveel anderen en dat past niet bij me,” legt mijn leerling uit.

Ze is vijfentwintig jaar en volgt met succes een Hbo-opleiding waar er maar één van bestaat, ergens in het hart van Nederland, waarvoor ze vroeg moet opstaan, waar ze veel voor doet en waarvoor ze veel moet laten. Met huiswerk en opdrachten. Van binnen ben ik een beetje jaloers op de kracht en het zelfbewustzijn dat ze uitstraalt. Als ik destijds…..

Direct erna realiseer ik me dat de begrippen “toen en vroeger” allang geschiedenis zijn geworden en achter mij liggen. In de opleidingsruimte zucht de airco zachtjes haar deuntje in tegenwoordige tijd. Ik bedank mijn leerling voor haar wijsheid en inzicht én het feit dat ze dit samen met haar gedachten hierover met me heeft durven en willen delen. Ik voel me vereerd en dat zeg ik haar ook.

Ik vind de jeugd van tegenwoordig niet altijd lastig. De tijd is lastig en de wereld is dat ook. Jongeren van nu hebben het soms moeilijk, moeten zich staande houden, veel doen en vooral tegelijk, waaronder het altijd maar bereikbaar moeten zijn of “aanstaan”. De sociale druk is hoog.

De jongeren die ik ontmoet vind ik verrassend verfrissend en in tegenstelling tot wat ik hoor of lees in de media spreek ik vaak jongeren die juist zeer omgevingsgevoelig zijn, maatschappelijk bewust zijn. Begaan met de medemens en met het klimaat. Zonder vooroordelen maar met oplossingen voor hedendaagse problemen die de moeite van het onderzoeken de moeite waard zijn. Ik vind het een verademing om te ervaren hoe hun geest in staat is om het principe omdenken 3.0 direct toe te passen.

Het is een feest om deze jonge mensen op te leiden, waarbij ik mezelf aan het einde van de dag vaak de vraag stel wie van ons nu het meest geleerd heeft.

Blootsvoets

Blootsvoets

Afgelopen week was het avondvierdaagse. Dat weet ik tegenwoordig nooit meer zomaar, omdat mijn spruit inmiddels de leeftijd van het avondvierdaagse lopen ver is gepasseerd. Ik moet het hebben van de plotselinge aanwezigheid van vele kinderstemmen op straat. Geroezemoes, gelach, gejuich.

Zelf liep ik blootsvoets door mijn tuin, gedachteloos te zwerven door de vele hoekjes. Hoewel niet overal, op grind lopen, waar tegenwoordig de hortensia enclave is aangelegd, is blootsvoets niet aan te raden. Grind is al pijnlijk; daarnaast hebben zich in het grind diverse takjes verzameld uit omliggende bomen, gesnoeid én gewaaid.

Plots klonken er kinderstemmen. En niet zomaar, er klonk een klas. Wel vier. Een beetje gek voor een doordeweekse dinsdag. Met mijn nieuwsgierige geest besloot ik, nog steeds op blote voeten, een kijkje te nemen. Voorzichtig strompelend (grind op het pad en warme stoep) begaf ik me naar de hoek van de straat, waar een kleurig lint van kinderen voorbijtrok. Met liedjes, snoep, citroenen, zakdoek en een vlag.

Ontroerd bekeek ik het uitgelaten gezelschap. Het leek zo lang geleden dat ik als kind met onze school door een wijk wandelde, in plaats van alleen maar de recreatievelden vanwege veiligheid enzo. Wel viel me op dat er dit jaar meer kinderen dan ouders liepen. Eindelijk. Je moet van zo’n avondvierdaagse ook helemaal geen ouderfestijn maken. Dat vinden kinderen helemaal niet leuk. En het positief ontwortelen, anders gezegd het leren loslaten van je kind, verloopt stukken beter wanneer je je kind als ouder ook regelmatig gewoon eens met rust laat in zijn wereld.

In mijn Avondvierdaagse tijd bestond het ook niet. Dat oudergedoe, de bemoeienis. Je ging gewoon lopen met een groep van wel twintig/dertig kinderen, met één juf of meester en één of twee hulpouders. Meer niet, meer was niet nodig. Een ferme blik was genoeg. Nu zal het verkeer ongetwijfeld minder gevaarlijk zijn geweest in je jaren ’80 maar ook destijds liepen we in het aan de wijk grenzende natuurgebied. Slechts één avond in de wandelweek liepen we door de bewoonde wereld. Altijd ging de route door de immer groene Molenwijk en het lieflijke Tuindorp Oostzaan, in Noord. Paralel aan de Meteorenweg heb je daar een prachtige groenstrook gelegen (het is eigenlijk best klein nu ik het opschrijf) en ik weet nu nog dat het voelde alsof ik mijlenver van huis was, dwalend in een echt stadsbos.

Halverwege elke avondvierdaagse avond – als niemand keek nog wat eerder – gingen de schoenen uit (blaren, wrijfplekken) en liep ik blootsvoets verder. Niet alleen bij mij, veel kinderen hadden last van blaren, gewend als we waren om vanaf mei op slippers te lopen in plaats van op dichte schoenen. Blootsvoets voltooiden we de avondvierdaagse. Het kon, we werden niet gehinderd door panikerende ouders die jammerden dat zulks toch echt niet kon. Anno 2019 noemen we blootsvoets lopen overigens anders, namelijk contact maken met de aarde. In 1980 liepen we gewoon fijn op onze blote kakken.

Helemaal achteraan de bonte stoet van dinsdagavond loopt een meisje. Een meisje van een jaar of elf met kort haar, haar benen in een korte broek gestoken. Ze ziet er een beetje jongensachtig uit. In haar hand houdt ze de nog immer beroemde citroen-in-zakdoek. Ze loopt ontspannen, met verende tred, op haar blote voeten. Ze kijkt mijn kant op, ik steek mijn duimen op en wijs naar mijn blote voeten. Breed grijnzend steekt ze eveneens haar duimen op en maakt een “shhhht” gebaar en wijst achter zich. In de oranje gloed van het lage zonlicht ontwaar ik een achteropgelopen moeder of misschien is het de juf. Ze strompelt op gouden birckenstocks. Met de vlag in haar hand, als slotstuk.

Ontroerd struikel ik over het grindpad weer terug naar huis. Sommige dingen veranderen nooit en dat is helemaal goed, het is zoals het mag zijn.