Archief van
Auteur: Odette

Hardgelopen

Hardgelopen

De tien kilometer zijn een feit. Gisteren heb ik tijdens de #30vanamsterdamnoord mijn eerste 10km sinds 13 jaar gelopen.

Hoewel tijd niet belangrijk is, is dat het stiekem toch wel. Alleen lopers die uit zichzelf al heerlijk lichtvoetig over het asfalt zweven, zeggen dat tijd niet uitmaakt. Dan maakt het ook inderdaad niet uit.

Echter, met een looptijd tussen 6:50-7:30 per kilometer is iedere (kilo)meter die je sneller dan verwacht aflegt, een cadeautje. Met strik. Daar krijg je vleugels van, waarmee het heel eventjes lijkt alsof je zelf 贸贸k ineens boven het asfalt zweeft in plaats van dat je erover heen ploft.

De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat na een kilometer of 8 mijn licht uitging. Te snel gestart, beginnersfoutje. Vervolgens de Afstand Die Nog Moet verkeerd inschatten. Nog verder moeten terwijl mijn lijf zo ontzettend had gerekend op het wonder achter die ene bocht. Die laatste paar meters naar beneden, in de bocht naar de atletiekbaan, richting finish.

Het was dus nog een stukje verder; godzijdank had ik een loop-engel bij me. Eentje van de humor en de vrolijkheid, die de hele reis naast me draafde, op mijn tempo (slakkengang 馃槵). Hij had overigens daags ervoor 50 kilometer (馃槺) gerend, dat terzijde. Hij praatte me erdoorheen, leidde me af. Toen ik tijdens de laatste 100m voor de finish mijn rug rechtte en alle energie uit me perste om alsnog als een zandhaas over de finish te komen was hij degene die het hardst voor me juichte. Het ontroerde me.

Ook dat is sport. Bijna doodgaan, dan toch nog fit en bruisend over de finish komen, bijna tollend op de benen en dansend tegelijk. Met je sportmaatje die het je zo vreselijk gunt om je doel te halen en daar zelf ook keihard aan meewerkt. Het is onbetaalbaar.

Die tijd? Dat werd een keurige 1:09:15. Dat wil zeggen keurig binnen de limiet die 铆k er voor mezelf aan had gesteld (1:15) 茅n waarbinnen ik hem geh贸贸pt (gedr贸贸md) had te lopen (1:10)

Daarmee is tijd dus wel heel belangrijk. Geloof me. Mijn grijns is voorlopig nog even niet van mijn smoel af te krijgen.

Hardloper

Hardloper

De theorie:
Mijn korte haar wappert in de wind, ik vlieg over de atletiekbaan. Mijn neus herkent de geur van aarde en reeds gevallen bladeren. Verse zuurstofrijke lucht stroomt richting mijn longen, de bronchioli en de alveoli werken dolgelukkig en in euforie tezamen, zodat ik om de zoveel passen een flinke teug zuurstof tot me kan nemen. Langzaam zakt de zon; tijdens het begin van de training piept ze nog over de populierenkruinen, na acht uur 鈥檚 avonds zie ik een kleine oranje bol zachtjes door het gebladerte schijnen. Ik weet dat ze er nog is, vergezeld van een klein stukje maan die voorzichtig haar halve hoofdje laat zien. Ik geniet; tijd en afstand zijn onbelangrijk, het gevoel dat ik leef, dat ik iets kan, dat mijn benen zich als vanzelf over de baan bewegen is veel beter. Het idee dat ik nog kan versnellen na ruim zeven kilometer in mijn benen is onbeschrijflijk. In januari, toen ik mezelf 5 kilometer cadeau deed voor mijn verjaardag in maart, had ik niet kunnen bedenken dat ik nog veel verder zou kunnen komen. Genietend werk ik mijn training af. Fijn dat ik zover ben dat ik een hele training voluit kan meedoen zonder uit te vallen. Binnenkort loop ik tien kilometer. Ik voel me onoverwinnelijk en glorieus.

De praktijk:
Mijn haar piekt aan alle kanten. Ik moet morgen hoognodig weer eens naar de kapper, voor mijn kruinen en onvrijwillige antennes weer alle kanten op staan die ik niet wil. Hoezo herfstgeuren? Mijn neus zit dicht, ik ruik niks en ademen is een kwelling. Ik hijg maar wat om me heen, godsamme, na negen maanden hardlopen had ik toch wel iets meer conditie mogen hebben. Als ik dit had geweten was ik er niet eens aan begonnen. Het restje zon wat nog over is schijnt hinderlijk precies in mijn oogbol; ik ben vermoeid en ik struikel, ik kan nog net voorkomen dat ik languit ga, hier op de baan. Het is nog steeds bloedheet ook. Wanneer houdt die zomer eens op? De belofte van verse zuurstof in de lucht is weer eens ver te zoeken. Zuchtend en zwaar ademend draaf ik door; het zweet loopt over mijn rug tot in de bilnaad. Bah. Ik vind het zo vies. In mijn hoofd spelen zich verschillende scenario鈥檚 af, die verschillen van het netjes completeren van deze training, waarvan ik nu al weet dat ik hem niet ga voltooien, omdat mijn lijf protesteert en mijn geest nog harder. Ook problemen van de volgende werkdag verschijnen nu al op mijn netvlies. Hoezo hoofd leegmaken? Mijn brein draait overuren, niet te stoppen. Vanuit een ooghoek zie ik dat enkele van mijn teamgenoten zijn gestopt. Ze lijken wat met elkaar te praten. Dat is mooi, dan schei ik er ook mee uit. Opgelucht draai ik een laatste rondje en haak af.

Volgende week gaat het vast beter; binnenkort loop ik de tien kilometer. Denk ik.