Op koers

2010

Mijn kind gaat varen. Met een complete bemanning in de vorm van verschillende vrienden en vriendinnen. Er wordt een kleine koelbox ingepakt met eten en drinken. De fluistermotor gaat achter de boot. Voorwaarde is, dat zoonlief zijn mobiele telefoon op een uur varen afstelt. Waar hij na dat uur belandt, kan hij aanleggen om iets te eten of te drinken. En te chillen, uiteraard. Op die manier heeft hij ruim de tijd om terug te kunnen varen met een nog redelijk volle accu.

Als overbezorgde moederkloek loop ik die ochtend rond met een steen in mijn maag. Ik zie verschillende doemscenario’s voorbijschieten, die variëren van fluistermotorleed tot een lekkend en zelfs zinkend schip. Naast de rampen in mijn hoofd, beseft mijn verstandige kant heel goed dat ik de aanstaande kapitein moet loslaten, hem de ruimte moet bieden om zijn eigen weg, of liever gezegd zijn eigen vaart, te laten kiezen. Met of zonder fluistermotor want van een rondje roeien met de riemen die je hebt is nog nooit iemand dood gegaan.

Vlak voor vertrek geef ik natuurlijk nog wel wat ouderlijke raad en adviezen mee. Blijf rechts varen, niet te hard en niet inhalen. Geen gekkigheid onderweg en blijft allemaal bij elkaar. De kapitein stapt in, vergezeld van zijn scheepsmaten. De zonnebrillen gaan op en vooruit, papa is de beroerdste niet, hij stuurt het bootje voor het gemak nog even door de smalle sloot die aan onze achtertuin grenst. Dwars door de waterlelies en akelig precies onder het bruggetje door. Dat stukje varen is vanwege onderwater gelegen stenen en brokstukken nogal lastig, ook voor papa. Wanneer ze terugkomen, is het de bedoeling dat een van de matrozen uitstapt om ons te waarschuwen, zodat ze ook weer schadevrij onder het bruggetje terug kunnen varen.

Tweeënhalf uur later keren ze terug. Met verhalen doorspekt van schipperslatijn. De ogen van mijn zoon, de kapitein, schitteren van alle zaken die hij onderweg heeft gezien. Het varen is zo goed gegaan, dat hij van ons ook het laatste stuk naar huis mag varen. Behendig vaart hij het bootje keurig onder de brug door, langs de lelies, terug naar onze tuin. Hij heeft de dag van zijn leven gehad, zo zegt hij ’s avonds als hij naar bed gaat. Hij en ik zijn vandaag een ervaring en overwinning rijker. Het loslaten is begonnen, meer dan ooit. Onze B is kapitein geworden, met het recht op eigen koers. Wij ouders vervullen slechts de functie van loods, zo af en toe.

2018
In april van dit jaar heeft mijn inmiddels bijna 19-jarige held zijn vaarbewijs 1 gehaald. Mogelijk – als alles van het project rond komt – mag B. deze zomer een van de solarboten van het ROC van Amsterdam besturen op de Middellandse Zee, rond Monaco, tijdens de Monaco Solar & Electrical Boat Challenge .

Bron teaser 2018: You Tube

Advertenties

Lopen

Na mijn verjaardag in maart, kwam ik toch een klein beetje in een hardloop wak terecht. Ik had geen doel meer, in mijn hardloopleven. Immers: ik had de vijf kilometer schadevrij gelopen, binnen de tijd en ik was niet als laatste geëindigd.

De klad kwam erin en gelukkig herkende ik dit keer de voortekenen op tijd. Drie keer in de week rennen werd twee keer, de derde keer had ik geen zin of geen tijd. Het gebeurt altijd wanneer ik op een half uurtje rennen achter elkaar ben beland; ik krijg last van pijntjes of andere kwalen en meestal haak ik dan ook weer net zo dapper af dan dat ik ben begonnen. Dit keer besloot ik echter de hernieuwing van mijn hardloop carrière te vieren met een lidmaatschap van een atletiekvereniging, om zodoende mijn loopkwaliteiten zowel te verbeteren als wel niet voortijdig te laten eindigen.

Inmiddels ben ik nu zo’n twee weken liefdevol opgenomen in een groepje dat op de dinsdagavond en de donderdagavond traint. Pittig traint, kan ik wel zeggen. Het is een groepje dat niet mikt op het hogere trainingssegment, maar een groep die vooral de techniek en de kwaliteit van lopen voorop heeft staan, net als het plezier erin. Er wordt dan ook veel gelachen.

Meermalen wordt me liefdevol op het hart gedrukt toch vooral niet te hard te gaan dan wel van stapel te lopen. Regelmatig roept de groep de trainer tot de orde om vooral rustig aan te doen met mij. Iets met Keulen, Aken en bouwen. Hardlopers zijn doodlopers en het moet wel leuk blijven. Hoewel ik mijn grenzen beter ken dan tien jaar geleden en ze in deze levensfase beter bewaak dan ooit, geeft deze snelheidscontrole in de groep mij moed en vertrouwen.

Intussen blijf ik lekker bij mezelf en werk ik me tegelijkertijd tweemaal per week flink uit mijn comfortzone. Inwendig kreun en vloek ik, tijdens de oefeningen die ik onder luid enthousiast gebrul van de trainer en onder protest van vele spiergroepen uit mijn lijf geduldig uitvoer. Mijn geest roept regelmatig vertwijfeld waar ik in vredesnaam aan ben begonnen.

Toch geeft het resultaat. Op verschillende gebieden want mijn “rustige duurloopjes” op de zaterdagochtend, die ik rustig wil uitvoeren maar die na een stief kwartiertje uitlopen op gehol en gevlieg, verraden dat de snelheid verbetert. Daarnaast telt mijn weegschaal inmiddels wat ferme pondjes minder.
Voorlopig loop ik dus lekker door. Omdat (ik) het kan.