35. Over de vloer: Petit-Peut

Zondagmorgen, tien uur. Voor me liggen zestien hardhouten latjes geduldig te wachten. Het zijn deklatten voor op de schuiframen. Ze zijn van hardhout en nogal ruw en splinterig. Normaal normaal gesproken ligt de schragentafel vol met versgezaagde planken. Vandaag niet. Lief heeft een vrije dag en is vanmorgen al heel vroeg met Anders vertrokken. Naar de Volvobeurs. De schragentafel is van mij.

Het versjouwen van de latjes is geen simpel karweitje. Een latje is per definitie niet zwaar, maar wel wanneer je ze alle zestien tegelijk wilt verplaatsen. Zuchtend pak ik de latjes in setjes van acht en leg ze netjes naast elkaar, op de schragentafel. Op die manier hoef ik niet te bukken en met schilderen straks kan ik er aan alle kanten bij. Ik pak een stuk schuurpapier, trek mijn handschoenen aan tegen het splinterwerk en begin aan de titanenklus.

Eerst moeten de latjes geschuurd worden. Daarbij moet ik opletten, dat ik de zaagsplinters netjes en voorzichtig verwijder en de randjes op de latjes mooi rond schuur. Ze worden per slot van rekening binnenkort op een zichtbare plek in huis geschroefd, op de ramen, dus het moet een beetje netjes.

Het valt niet mee. Al na negen latjes afschuren zijn zowel de zin als mijn humeur ver te zoeken. Mijn pols is pijnlijk, evenals mijn nek. Om over mijn onderrug nog maar te zwijgen. Toch moet ik door, vandaag wil ik de geur van verf in mijn neus hebben om nog enigszins het gevoel te hebben dat we ergens komen met dat huis. Ruim vijf maanden zijn we onderweg.

Ik had zo gehoopt volgende week een cranberryschotel in mijn nieuwe oven te kunnen schuiven in de herfstvakantie. Die droom ligt aan duigen, het gaat niet lukken. Het viel tegen, daar werd ik verdrietig van. Ik heb er om gerouwd en nu moet ik verder. De deadline is dapper verzet, naar de Kerst. Dus heb ik mijn zinnen gezet op een grote kalkoenschotel in die enorme oven, rond 25 december. Niet dat ik kalkoen lekker vind maar het staat zo Kersterig en dus wil ik het.

Zonder latjes kan ik de kozijnen niet schilderen. Wanneer er niet geschilderd kan, kom ik niet verder en heb ik geen uitzicht op die Kerstkalkoen. Zuchtend pak ik mijn schuurpapiertje weer op. Na anderhalf uur, zestien latjes en twee sigaretten tussendoor als pauzemoment breekt het glorieuze ogenblik aan, waarop ik het blik grondverf mag opentrekken.

Met een houten spatel roer ik de verf goed door, zodat het spul zo meteen goed over het hout verdeeld wordt. Met een rolletje van wollig rolletje verf ik eerst de onderkant van de laatjes, daarna besmeer ik de zijkanten en tot slot pak ik de bovenkanten met het gefreesde randje.

Enkele uren later, wanneer ik de deksel op de verfpot terug plak en de kwasten in een pot terpentine zet, glimmen de latjes me tegemoet. Mijn handen, vol druppels en vegen grondverf, maak ik schoon met een oude poetslap, waarop ik wat terpentine heb gesprenkeld. Wanneer ik met mijn handen langs mijn neus veeg ruik ik het.

De geur van nieuw en vers. De geur van mijn aanstaande huis in wording.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s