33. Over de vloer: Gesmeerd

Binnenkort komt de stukadoor. Dat klinkt makkelijk, maar dat was het helemaal niet. Nadat we tevergeefs verschillende stukadoors hebben benaderd, waren we ten einde raad. Niemand wilde onze muren komen smeren. En helaas, zelf kunnen we het niet. In een verbouwing leert een mens zijn grenzen kennen.

Wijzer geworden door de verschillende betonklussen, weten we dat we niet zomaar gips op de wanden kunnen gooien. Wanneer je dat namelijk verkeerd doet en wordt overvallen door een niesbui, wil dat spul nog wel eens spontaan uit de muur terugvallen. Fout stuc- of smeerwerk is zonde. Ik heb niet voor niets twaalfhonderdvijftig gipsplaatschroeven in de wanden gedraaid en ongeveer een zelfde aantal in het plafond. Daarvan is mijn rug gaar geworden maar gelukkig heb ik een goede verstandhouding met mijn fysiotherapeut. Gelukkig is er ook goed medisch nieuws: eindelijk ben ik van die hinderlijke veertigplus kwabjes onder mijn armen verlost. Het is gewoon een kwestie van een gipsplaat plafonnetje in mekaar schroeven en daarna kun je gewoon weer zonder gene en met blote armen zwaaien.

In de zoektocht naar stukadoors had ik één ding over het hoofd gezien. Blijkbaar kon ik mijn klus niet goed verkopen. De kunst zit hem namelijk niet in het vinden van een stukadoor, je mag het woord “afsmeren” niet gebruiken wanneer je zo’n afgestudeerde gipsmeneer belt. Er zit namelijk een wezenlijk verschil in stuken en smeren. Vraag een stukadoor om te komen smeren en je zakelijke relatie is al aan barrels nog voor hij is begonnen.

Na wat gipslessen van een bevriende aanneemmakelaar annex stukadoor was ik getraind in de termen stuken, gipsen, pleisteren en bovendien was ik opgeleid tot prijsexpert over de prijs van stucwerk per vierkante meter. Als semi-gipscalculator belde ik mijn rondje gipskandidaten opnieuw. Bij het tweede telefoontje was het raak. De stukadoor die eerst nog nors had geroepen niet om vervelend smeerwerk verlegen te zitten, liet nu enthousiast weten dat hij grààg de afmetingen van onze muren kwam inmeten.
Diezelfde avond stond hij voor de deur en ja, hij wilde de uitdaging van honderdvijfentachtig vierkante meter smeerwerk graag aangaan.

Een dag later was onze aanstaande woonkamer verklaard tot gipsgebied en stond onze stukadoor vrolijk de muren en het plafond voor te strijken. Want ook hiervoor geldt: altijd blijven voorstrijken. Morgen komt hij stucen. Met een maatje, of misschien wel twee. Dus omstreeks een uurtje of acht morgenavond hebben we muren. Echte. Van die rechte, zonder kieren en naadjes. Van die wanden waar je met goed fatsoen een portretje kunt ophangen, zonder eerst een balk achter de muur te moeten zoeken met de vraag of het object wel blijft hangen.

De voorbereidingen zijn klaar. De plafondbalken zijn omkleed, de keuken is in haar dozen naar de bijkeuken verhuisd en overal liggen rollen stucloper, waar je regelmatig je nek over breekt omdat dat spul in een rondje blijft opklappen. De deurposten en de raamposten zijn met een lijst omkleed (“dan kan ik het gips er zó tegenaansmeren, mevrouw”) en nu ik de deur binnenstap weet ik niet wat ik zie.

Het grijze gipsplaatspul rond kozijnen en deurposten is vakkundig weggewerkt, achter een laag goudgeel vurenhout. Het staat nu al zo beeldig, ik krijg er schildersjeuk van. Die klus zal echter nog even moeten wachten.
Ik weet nu al bijna zeker dat dat stucwerk gesmeerd loopt.

Uit: Over de vloer, 2011

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s