31 Over de Vloer: grondwerk (2)

Het is zeven uur, een uur later dan was afgesproken met de vloerenman. Inmiddels lig ik aangekleed op bed, comfortabel met laptop en boek binnen handbereik. Aan de geluiden van beneden kan ik horen, dat lief nog ijsbeert. Plotseling hoor ik zijn mobiel afgaan. Even later hoor ik een klik, gevolgd door een schreeuw en een vloek.

“Hij komt niet, hij komt godverdomme gewoon niet,” schreeuwt mijn lief naar boven. Ik kan wel huilen. Even snel naar beneden rennen om lief beet te pakken gaat niet. De trapruimte is afgetimmerd met een plank, doordat we geen hondenpootjes in het beton wilden hebben. Machteloos kruip ik terug op bed en geluidloos stromen de tranen over mijn wangen. Ik kan niet meer.

Wat een ongelooflijke rotstreek. De hele dag zijn we bezig geweest met voorbereiden, alles ging buitengewoon goed en nu moeten we wéér zelf weer aan de gang. Van een dag uitstel kan geen sprake zijn, aangezien de voorstrijk al op de vloer ligt. Wanneer dat droog en uitgehard is, kun je er nooit meer beton overheen gooien. Dat weten we inmiddels wel, na de eerste twee mislukte egalinesessies.

Het wordt stil beneden. Ik hoor helemaal niets meer, behalve wat vogels buiten, die vrolijk fluiten. Even later hoor ik lawaai in de vorm van mannenstemmen, gestamp van klompen en geluiden van rubberen laarzen die aan de voorstrijk op de vloer vast kleven. Het is mijn lief, gewapend met kanjers van buurmannen en buurjongens. De schatten hebben stante pee hun bezigheden gestaakt en zijn met lief meegelopen, toen hij het vroeg. De stemmen sterven weer weg, blijkbaar lopen ze terug naar buiten.

Als een prinses op de erwt lig ik op bed te luisteren naar de geluiden die van beneden komen. Eerst hoor ik gegier van de betonmmixers. Het gaat dus toch echt beginnen. Een kleine tien minuten later hoor ik de klompen van de buurman over de vloer klossen en ik hoof een doffe plof. Dat is speciekuip nummer een. Jammer dat ik niets kan zien, maar ik kan alles wel horen. Ondanks alle ellende ben ik blij dat ik twee keer heb meegeholpen als betonvrouw, nu ken ik de procedures en de geluiden en kan ik een klein beetje inschatten wat er komen gaat.
Even later hoor ik opnieuw klompen lopen, gevolgd door een bekende doffe plof. Speciekuip nummer twee. Een kleverig geluid van laarzen brengen een nieuwe plof mee naar binnen. Kuip nummer drie ligt erin. Tot nog toe mis ik één geluid. Er komt wel een ander bekend geluid bij. Ik hoor iets rollen, met een sisje. Het is het geluid van de prikroller. Tot twee keer toe was dat mijn taak.

Ik zit maar wat te zitten boven, eigenlijk wip ik heen en weer op mijn bed van frustratie. Wat vervelend dat ik de mannen niet kan aanmoedigen. Toch roep ik nog maar even niets vanaf de trap; vooral het ongeluk niet uitlokken.
Inmiddels is het acht uur ’s avonds, drie kwartier na de start. Ik heb zes speciekuip-ploffen geteld en ik hoor nog steeds betonmixers draaien, afgewisseld door nog een doffe plof en een serie klompen. Ik hoor mannenstemmen die niet door elkaar praten en keurig aan elkaar vragen wat waar moet en hoe. En blijft nog altijd één geluid over, dat ik tot nog toe helemaal niet heb gehoord…..en dat is het geluid dat mijn lief maakt wanneer het niet gaat.

Om kwart over acht hoor ik nog maar een prikroller zachtjes heen en weer rollen. Blijkbaar rolt de zaak naar achteren, want het geluid verstilt en even later hoor ik niets meer. Behalve het slot van de buitendeur, die blijkbaar wordt afgesloten. Om half negen hoor ik buiten de geluiden van koffiebekers, mannenstemmen en rinkelende koffielepels. Stiknieuwsgierig steek ik mijn hoofd uit het slaapkamerraam in een poging om te vragen of het ging, en hoe. Ik word niet gezien, want de mannen staan achter en ik hang met mijn hoofd aan de zijkant van het huis. Een kansloze onderneming.

Om kwart voor negen hoor ik mannenstemmen onder het slaapkamerraam. Snel steek ik opnieuw mijn hoofd uit het raam en joel eventjes. Lachend kijkt een van de buurmannen omhoog. Grijzend komt het verlossende woord eruit: “het is gelukt”.
Kan mij het schelen, nu trek ik die fles witte wijn open. Op bed? Tuurlijk! Ik hoef -correctie: ik kàn – tot morgenochtend toch nergens heen.

Uit: Over de vloer, 2011

Advertenties

5 thoughts on “31 Over de Vloer: grondwerk (2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s