Over de vloer: 12. (Sh)redderen

In 2009 ontdekten we dat de fundering van ons huis kapotging. Na veel papierwerk en financieel gepuzzel is het huis in de periode 2010-2011 ingrijpend verbouwd. In 2016, vijf jaar na de titanische betonstrijd, besloot ik de verhalen opnieuw uit te brengen. Over de vloer vertelt het verhaal van verbouwingsproblemen en verhaalt over de mensen die je gevraagd en ongevraagd over de vloer krijgt wanneer je gaat verbouwen.
Schrijven in de verleden tijd vind ik lastig; enige verwarring in de chronologie is dus geheel aan mij te wijten.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

De papiervernietiger moet even afkoelen, het apparaat heeft net bijna dertien jaar bankafschriften opgegeten en dus een financieel mensenleven verwerkt.

De zolder moet leeg met oog op de komende verbouwing. “Hoe leger hoe beter”, roept Lief vrolijk. “Een lege zolder scheelt in gewicht van de kolommen die op de vloerbalk rusten.” Oh ja, tuurlijk. Helemaal achteraan op zolder staan de dozen die ik liever niet van binnen bekijk. Ze zitten volgestouwd met oude documenten, bankafschriften, belastingaangiften en andere financiële narigheid.

Jammer voor mij; ik moet toch echt in die dozen zijn. Vooruit, opruimen geblazen. Voorzichtig til ik twee loodzware dozen naar beneden. Bijna lazer ik van het akelig dunne vlizotrapje af. Eenmaal beneden aangekomen moet ik weer terug want de shredder staat gezellig werkloos te zijn op zolder. Goed voorbereid monteer ik de kop van de papierversnipperaar op de vuilnisbak, waarvan ik eerst de zak vervang. Het valt tegen, want er kunnen slechts twee bankafschriften per beurt door de vernietiger. En na een kwartier moet dat ding even rusten, om oververhitting te voorkomen. Tijdens de klus komen er datums langs, waarmee ik terug ga in de tijd.

Bijvoorbeeld 31 december 1993. Een bijzondere datum, aangezien we vanaf die datum een werkende CV-installatie in ons pasverbouwde huis hadden. De cv-monteur bleef er die dag speciaal langer voor in huis; voor hem werd het een prestigekwestie om de zaak vóór het nieuwe jaar aan de praat te krijgen.

Mei 1994. Na honderddertig weken van verbouwen en afzien trokken we eindelijk in ons huis, mijn voormalig ouderlijk huis. Net als vroeger word ik weer wakker van fluitende vogels die onder het dak zijn blijven wonen. Zielsgelukkig zijn lief en ik met de ruimte in huis en trots op het maagdelijke wit op de muren. De bouwplaats is exit.

Vrijdag 13 januari 1995. Gezinsuitbreiding in de vorm van drie minihondjes. Pluk, Jip en Otje, drie eigengereide chihuahua’s komen bij ons wonen. Zo ontzettend lief, speels, en voorzien van een zeer hoge aaibaarheidsfactor. Bijna veertien jaar zijn ze bij ons gebleven.

Januari 1996. Het gezin evolueert een level hoger; naast onze hondenkinderen- willen we ook graag echt kindje. Enthousiast spoel ik mijn complete voorraad anticonceptiepillen door het toilet.

November 1997. Ik krijg een telefoontje van de huisarts dat mijn leverfuncties weer normaal zijn na een Pfeiffer episode. Met deze blijde boodschap wordt een vervelende periode afgesloten die begon met een fikse keelontsteking in Frankrijk en die uitliep tot Pfeiffer.

Augustus 1998. Er verschijnt een halve streep op de zwangerschapstest die ik heimelijk heb gekocht. Oei, zijn we nu eindelijk zwanger of niet? Je kunt toch niet half zwanger zijn, toch? Met test en al ren ik naar de overkant, naar mijn vriendin. Wanneer ik de brug naar haar huis op struikel, ziet ze al wat ik in mijn handen houd en samen snikken we het uit. Zwanger, eindelijk! een paar dagen later herhaal ik de test, met als beloning een dikke roze streep.

In november 1998 krijg ik een echo, doordat de verloskundige vindt dat ik toch wel een heel dikke buik heb. Zitten er soms twee kindjes verstopt? Niets daarvan, er zit één klein springkikkertje in mijn buik met heel veel vruchtwater. En hij kan prachtig zwemmen.

April 1999. De zaterdag voor pasen. De uitgerekende datum. Er komt van alles in de vorm van veel telefoontjes, kaarten en lieve berichten maar geen baby. Na dertig kilo (op één meter zestig) te zijn aangekomen slaap ik in de laatste periode niet meer dus sjagrijnig wacht ik af, balend als een stekker.

Op 3 mei 1999, na enkele etmalen van zwoegen en spanning wordt de zwangerschap gelukkig toch omgezet in ouderschap. Een intensieve klus, doordat het enorme mannetje van maar liefst negen pond er zelf niet uit kan komen. ’s Avonds wordt hij na een keizersnee op mijn borst gelegd in de operatiekamer, waar de late nazon een spoortje eerste levenslicht op zijn gezicht tovert.

Januari 2002. Wat een schrik. Onze peuter moet met spoed worden opgenomen in het ziekenhuis. Een enorme opgezwollen lymfklier in zijn hals, in combinatie met het feit dat het ventje schreeuwt dat zijn benen zeer doen, wijst op een mogelijke hersenvliesontsteking. In het ziekenhuis krijgt hij een infuus, waarop peuter tegen de dokter zegt dat hij hem maar een “stomme dokter” vindt. Gelukkig kan de arts erom lachen. Natuurlijk blijven we om de beurt bij peuter. Na ruim een week mogen we samen het ziekenhuis verlaten. Twee kilo lichter geworden, terwijl het mannetje er juist net eentje had bijgegeten, daarvoor. Witte jassen blijven een probleem, dat jaar.

Maart 2003. Na een intensieve periode van ziekzijn overlijdt mijn schoonvader aan longkanker. Een bijzonder overlijden wordt het, doordat hij tijdens zijn ziekbed de regie zelf in handen mag houden en precies weet wanneer hij heen zal gaan. Gelukkig krijgen we alle tijd om alles met elkaar te bespreken en uit te spreken.
Wanneer het zover is, nemen we liefdevol afscheid van elkaar. “Tot ziens,” zeggen we allebei en ik vraag mijn schoonvader of hij alsjeblieft de groeten aan mijn vader wil overbrengen, ergens boven in de hemel.

September 2004. Met een waslijst aan vage klachten meld ik me bij een acupuncturist. Een dieet en vele speldenprikken later, voel ik me als nieuw. Herboren. Zo moet het leven dus zijn, in plaats van moe en chagrijnig door het leven te stappen. Deze episode zorgt ervoor, dat ik in oktober 2005 met de cursus medisch secretaresse begin. Eens per week op woensdagavond ga ik naar school en maak netjes mijn huiswerk.

In juni 2006, het examen staat voor de deur, heb ik een sollicitatiegesprek in het plaatselijke ziekenhuis. Zonder diploma maar met een flinke dosis humor en enthousiasme èn de belofte om ook de opleiding doktersassistente eraan vast te plakken –ik zit toch nog in het leerritme- heb ik plots een andere baan en een andere manier van werken. Met mensen.

De shredder kraakt; hij is leeg. Zuchtend pak ik het volgende pakket te vernietigen papier. Het zijn de salarisstrookjes uit de periode van mijn financiële baan. Mijn portemonnee huilt hartverscheurend. Jemig, wat was het een wereldsalaris. Maar wat was het een rare baan. Vanachter een bureau bepalen of iemand een toeslag op zijn levensverzekering moest krijgen, bij overgewicht en dat soort dingen. Daar hebben verzekeringsmaatschappijen namelijk tabelletjes voor.

Dapper werp ik zonder verder te kijken mijn oude salarisstroken door de shredder. Gelukkig laat het apparaat mij niet in de steek. Aan het eind van de middag ben ik twee dozen administratie lichter.

Daarmee is niet alleen mijn zolder opgeruimd; mijn hoofd is dat ook.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s