Petit-Peut

Een geur kan je terug brengen naar een plek waar je lang geleden bent geweest. Soms gebeurt dat ook met plaatjes. Vandaag vond ik een plaatje op https://www.facebook.com/kenjeditnog met een foto van wat de keuken van mijn oma zou kunnen zijn.

Op slag kreeg ik trek in draadjesvlees. Ik wist dat ik ergens ooit over de keuken en het draadjesvlees van oma  had geschreven maar kon zo gauw niet terugvinden waar.

Het stond op columnX.nl en dateert uit 2011. Graag deel ik het opnieuw, met daarbij het plaatje van de keuken die nagenoeg overeenkomt met oma’s keuken. De foto is niet van mij. Bron: https://www.facebook.com/kenjeditnog

Petit peut

Op houten klompen die ooit geel waren, door de tijd en door het grind versleten tot een vaalgrijze kleur, ren ik door de tuin naar binnen. Het is half november, herfstig en kil. Voordat ik de bijkeuken in kan klauteren, moet ik eerst nog een grote opstap nemen. Eenmaal binnen schop ik mijn houten plaaggeesten uit. Dat gaat niet gemakkelijk met die geitenwollen sokken. Mijn kindervoeten zwellen erin op tot maat reus, zodat mijn klompen te klein zijn.

Op mijn hoede stap ik verder de bijkeuken in. Naast de buitendeur staat de gevreesde blauwe tank gevuld met water waarin mijn kwelgeesten rondzwemmen. Vaders palingen. De gladjakkers willen nog wel eens spontaan uit het water springen en over de vloer kronkelen. Vader vangt ze in zijn zelfgemaakte fuiken en eens per maand eten we die kronkelige krengen. Gestoofd of gerookt, vanuit het roestige olievat dat achter in de tuin verstopt staat.

De enige –naast vader natuurlijk- binnen het gezin die onze huispalingen waardeert, is oma. Mijn vaders moeder. Ze is in de tachtig en ik vind haar stoer want ze is niet te beroerd om zo’n verdwaalde pestpaling voor mijn neus op te pakken.

Oma is ook onze buurvrouw; met zijn drieën bewonen we een twee-onder-een-kap woning onder de rook van Amsterdam. Voormalig Landsmeer.  Via de gezamenlijke bijkeuken kan ik binnendoor van mijn ouders naar oma glippen. Reuze makkelijk wanneer mijn ouders weer eens spruitjes willen eten en ik niet. Gelukkig krijg ik bij oma vaak een herkansing op het gebied van het avondeten.

In de bijkeuken hangt de geur van peut. Dat betekent dat de oliekachel brandt. Dat is mooi want dan kan ik mijn sokken boven de kachel aan de vensterbank ophangen, dan zijn ze zo meteen lekker warm. Ik ruik trouwens meer dan alleen petroleum. Wanneer ik door het raampje oma’s keuken binnen gluur, maakt mijn hart een vreugdesprongetje. Oma’s petroleumstelletje brandt zachtjes. Er bovenop staat de God van alle pannen: oma’s juspan. Ik weet niet wat mijn moeder heeft gekookt vanavond maar ik eet draadjesvlees.

Ik open de deur van oma’s keuken en daarmee passeer ik een tijdgrens. Voorzichtig stap ik over de loper. De gevlochten lange mat ligt losjes over het zeil en het is een wonder dat oma alle twee haar eigen heupen nog heeft.

Ik strijk met een vinger over het glanzend gelakte hout van oma’s keukenkasten. De deurtjes hebben houten handvatten waaraan een klos is bevestigd. Wanneer je daar aan draait, gaat het deurtje open of juist dicht. Soms knerpt en piept het een beetje. Bij de deur naar de trap hangt een zwart schijfje. Je hoort “knip” of “knap” als je er een draai aan geeft om het licht aan, of juist uit te doen. Uit de geiser, waaraan een plastic slangetje is vastgemaakt, komt wel eens heet water. Niet altijd want dan is het vlammetje van de geiser weer eens uitgegaan. Onder de gootsteen hangt een rood-wit geblokt gordijntje, waarachter de aardappelenbak verstopt zit.

De geur van vers gesneden snijbonen passeert mijn neus. Oma heeft een apparaatje voor die groene stelten. Een molentje, waar je met een slingertje aan kunt draaien. Handig want aan de onderkant van het molentje vallen de snijbonen er dan zó in keurige reepjes uit.

Zachtjes klop ik op de kamerdeur en na wat gemorrel met de deurklink stap ik binnen. Oma zit in de voorkamer, in een van de groen fluwelen kuipstoeltjes bij het raam. Ze heeft haar jasschort nog aan. Met die bloemetjes erop, die ik zo mooi vind. Binnen geeft de haard zachte vlammetjes. Naast oma staat het meest gammele houten tafeltje dat oma heeft. Daarop staat de theepot, die al van de muts is ontdaan.

Voorzichtig stap ik over de rails van de glas-in-lood deuren, die de achterkamer van de zitkamer scheiden. Oma schenkt een kopje thee voor me in, met suiker en natuurlijk een wolkje melk. Thuis vind ik dat niet lekker. Ik geef oma een kus, ze ruikt een beetje naar petroleum. Met mijn kopje thee zink ik weg in de oorfeautuil waarin ik in mijn eentje verstoppertje kan spelen. “Dag Detteke”, zegt oma. “Pruttelde het nog wat, in de keuken?” Natuurlijk weet ze dat ik met mijn neus boven de juspan heb gehangen.

Vaag klinkt er ergens vanuit een ander deel van het woonhuis een zoemend geluid. Het zwelt aan tot een luidruchtig gepiep. Half wakker schiet ik overeind uit mijn zondagmiddag dutje. Geschrokken veeg ik het water uit mijn mondhoeken. De geur van petroleum zweeft nog door het huis. Lichtelijk slaapdronken waggel ik naar mijn kookruimte, die is gebouwd op de fundamenten van die van oma en met een zwaaiende beweging maai ik de kookwekker tot stilte. Nieuwsgierig inspecteer ik de vlam van het petroleumstelletje.
Zachtjes rammelt de deksel van mijn juspan haar eigen deuntje.

oma'skeuken

Advertenties

2 thoughts on “Petit-Peut

  1. Een gouwe ouwe!!
    Dit schreef ik er destijds onder.
    Ik ga morgen ook maar weer eens sudderlapjes maken in de God van alle pannen. Smaakvolle column.

    Het blijft een leuk verhaal.
    Ik heb de pan nog steeds en hij doet regelmatig dienst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s