Casa

Casa

Het eerste, wat ik hoorde onderweg naar het verkansie adres, waren de krekels.
Daarna de geluiden van passerende halfhoge muurtjes.
1979. De stenen muurtjes langs de weg aan het meer bevatten gaatjes. Wanneer je je hoofd uit het open raam van de auto steekt, volgt er een stacato van tsj tsj tsj tsn tsjoe tsjoe tsj tsj.
Tijdens de file richting Riva en Malcesine, hoor  ik getsjilp maar vogels zijn het niet. Palmen bewegen zachtjes op het zitme van een zachte zuidwester, die ritselt. Op het meer deinen talloze witte vlokjes plus vlakjes. Meest driehoekjes. Surfplanken, zo leer ik later die vakantie wanneer ik van Allessandro zijn surfplank mag lenen,  tegen uitwisseling van drie zoenen op zijn wang.
“Mooi he, dat blauwgroene water, zo direct langs de weg?”, vraagt mijn vriendin, wanneer we langs woeste uitlopers van de Middellandse Zee in het noorden van Spanje naar het appartement rijden.
Met rode wangen buig ik naar het autoraam, terwijl ik de rest van de reis half anno 1979 in Italië doorbreng,  half hier, nu, in Spanje.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.