Ontkiemen

Het verrast me ieder jaar. Het begint met de treurwilgen, die met hun slanke blaadjes de stam een kleur geven en de lente begroeten. Daarna volgt het gras, dat zich onder de zonnestralen een weg naar boven rekt.

De berk laat haar bladeren gifgroen afsteken tegen haar witte buik. Het fluitenkruid schreeuwt verse geuren, als ik met mijn fiets naar het werk peddel. De kastanjes gaan gebukt onder zware witte bloembommen en de magnolia’s buigen door onder het zware gewicht van hun knoppen.

Ook in de sloot heerst levendigheid. De eendjes zwemmen links, de koetjes rechts. Niet dat er een scheidslijn is, zo heeft de natuur dat ooit in mijn slootje bedacht. ’s Avonds hoor ik tot mijn verrassing dat het kikkerkoor weer bij elkaar is gekomen. De repetities zijn in volle gang, zodat het paringsconcert, ergens halverwege de maand mei, zijn doorgang kan vinden.
Kaartjes zijn bij mij te koop, overigens. Eerste rang.

De populier is aan haar glorie van vijftig tinten groen begonnen. Zachtjes fluistert ze haar geheimen in mijn oor, haar pluisjes gedragen door de voorjaarsbries, die mijn was vrolijk droog wappert. Mijn tenen jubelen, nu ze niet meer zijn opgesloten met nare sokken in harde schoenen maar zich vrolijk kunnen voortbewegen in slippertjes. Mijn flesjes nagellak grijnzen mij tegemoet, vrolijk opgesteld in rijen van twee op de badkamertafel.

In mijn achtertuin zijn de bloemen met de achternaam tevoorschijn gekomen. En de adellijke zusters Hortensia, tuinbaronessen, houden een vergadering over wie haar bloemen het eerst mag tonen. Het is een getetter van jewelste. De clematis heeft een klacht ingediend over de kwaliteit van de schutting, die te wensen overlaat. Steeds moet ze tussen de gaten in kriebelen en woont ze stiekem bij de buren. Dat is op zich niet zo erg, maar het hondje daar kriebelt in haar bloemetjes en daar moet ze zo vreselijk van niezen.

De hedera daarentegen heeft zijn plek vanaf de andere kant van de schutting ingenomen. Ingepikt. Brutaal woekert hij zijn lange sliertige armen door verschillende plekken in onze schutting zo de tuin in. En ondertussen kroelt hij flink met de lavendel, die daar in het geheel niet van is gediend en terstond haar blaadjes loslaat van de schrik.

Het zevenblad heb ik, evenals het pispotkruid, stevig onder de duim en onder controle. Ik wurg het goedje in koelen bloede met slechts een korte ruk aan de wortel en het is gedaan. Een softe manier om deze illegale aso’s de kop in te drukken bestaat niet. Heb ik een dag geen tijd om te wurgen, dan bestuif ik het hele pestkoppenspulletje met schoonmaak azijn. Tot mijn vreugde staan de laatste Mohikaanzevenblaadjes er inmiddels grauw en grijs bij.

Mijn vaders tuin, inmiddels verworden tot mijn groene oase, mijn oerwoud. Waar ik enkele jaren geleden nog van alles op de verkeerde plek plantte en er van ontknoppen geen sprake was, staat het groenvolk inmiddels aardig op de goede plek. Ik heb het er gezellig druk mee, en met mij ook de natuur. Mijn pen kan de tuingroei amper bijhouden. Met iedere pennenstreek is er weer een wonder uit de aarde herrezen. Ik vind het geweldig. Het ontroert me. Eindelijk heb ik ze gevonden, mijn groene vingers. Ze zaten er al een tijdje. Maar ook zij moesten gewoon eerst even ontkiemen.

Advertenties

3 thoughts on “Ontkiemen

  1. Prachtig verwoord…en wat fijn dat je er zo van kunt genieten!
    Hier werpt het tuintuinieren van de afgelopen jaren ook
    zijn bloemen, bladeren & bijzondere begroeiing af…
    Achteroverleunend met de zon op je snoet genieten!

    Liefs!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s