Brief

Lieve mama,

Weet je nog, in februari? Om precies te zijn zaterdagavond 2 februari? Toen je nog half slapend naar me toe wandelde met je rollator, in totale paniek en je me vroeg hoe het verder moest? Met mij?

Je was zo geschrokken. Je was in de kerk gaan zitten om te kijken naar je uitvaart. En passant vertelde je, dat je je nog even met de stoelschikking en de muziek had bemoeid, waardoor we allebei verschrikkelijk moesten lachen. Vervolgens schrok je opnieuw. Want waar was iedereen gebleven? Voor mij?

Je had gedroomd. Over de uitvaart. Jouw uitvaart, die we die zaterdag samen uitvoerig hebben besproken en zover mogelijk was, hebben vastgelegd en geregeld. Inclusief de muziek. Jij, moedertje, die altijd had geroepen: “wie mij begraaft, is de baas,” bleek –gelukkig- toch enkele zeer uitgesproken wensen te hebben. Ik was er zo blij mee omdat ik ze stuk voor stuk voor je heb mogen en kunnen realiseren. Zo werd de uitvaart voor mij iets gemakkelijker. Beter gezegd: draaglijk. Geen vragen achteraf aan mezelf, of het goed was. Want het was mooi en het was knus, zoals je graag gezien zou hebben.

Lieverd, we zijn een half jaar verder. Ja echt mam, een half jaar! Vind je het niet belachelijk? Vooral in de laatste weken van je leven vond je, dat je de tijd op de klok vooruit moest kijken. En nu je er niet meer bent, vliegt de tijd. Het is bijna alsof de natuur en de klok een loopje met ons nemen. De tijd is vervlogen als stofjes die regelmatig over de vloer in jouw deel van het huis dansen.

Jouw deel, dat we met wat heen en weer geschuif van meubels tot “bijna ons” deel, een thuiskamer, hebben gemaakt. Zie je ons rondjes of heen en weer rennen, af en toe? Het is namelijk wat lastig soms, zo’n groot huis. Wanneer ik de puber nodig heb en hij aan “onze” kant van het huis zit, loopt hij mee op het moment dat ik vanaf de huiskamer naar de keuken wil. Op die manier hebben we al wat kwartiertjes versleten met roeptoeteren naar elkaar, voordat we stilstaan en elkaar ook echt bereiken. Ik weet zeker dat je erom kunt lachen, ergens op de prachtige plek waar je ongetwijfeld bent terechtgekomen.

Kun je horen, dat ik af en toe je Mozart CD draai? Sinds kort kan ik ernaar luisteren zonder in stukjes te breken. En heel stiekem, als ik eerlijk ben, vind ik de muziek best mooi. Ja, ik, die niet van Mozart hield. Het Rosenberg trio kan me ook bekoren, sinds kort. De riverdance vind ik daarentegen echt nog steeds meer dan verschrikkelijk. Misschien went dat ooit ook nog en anders niet. We kunnen immers niet van alles hetzelfde houden.

Ik schrijf je deze brief om je gerust te stellen. Het is goedgekomen met die mensen. En ook met mij. Ik ben niet in de steek gelaten en ik ben niet alleen. Nog steeds krijg ik lieve kaartjes, telefoontjes en bezoeken van mensen die ons beiden dierbaar waren en zijn.
Vandaag kreeg ik visite van de meisjes. Juist ja, díe meisjes. Ze hadden twee bossen bloemen meegenomen, waaronder een speciale bos voor jou. Zonnebloemen.

Een warm gevoel overspoelde me en ineens schoot er een mooie gedachte door mijn hoofd. Want ineens zag ik het. Begreep ik het. Zolang er mensen blijven bestaan die zich jou als mens, als persoon herinneren plus de dingen waarvan je hield, zul je eigenlijk nooit ècht doodgaan.
En dat gegeven maakt mijn verlies draaglijk.

Liefs,

Detje

Advertenties

9 thoughts on “Brief

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s