Verjaring

Er waait een frisse wind over de begraafplaats. Onbewust huiver ik, trekt er een rilling over mijn ruggengraat. Kippenvel voegt zich als een tweede huid over mijn armen en benen. Terwijl ik de steen in me opneem, vertroebelt mijn blik en ergens vanuit het niets hoor ik een zacht geroezemoes.

Verbaasd merk ik, dat ik in een café terecht ben gekomen. Een oud café, een glas bier kost hier nog twee gulden vijftig. Het is er groezelig. Vanuit bevuilde, bestofte ramen, schijnt de zon naar binnen. Ze lijkt een Zwanenmeer van stofdeeltjes te verspreiden, die elk hun eigen uitvoering tonen

Er staan houten stoelen, die om ronde tafels zijn geposteerd. Daarop liggen kleedjes van kaal geworden pluche. De kleur, ooit rood, houdt nu het midden tussen oud- en vaalroze. De stenen vloer heeft zijn beste tijd gehad, de route van bar naar buiten is uitgesleten door het vele gebruik. Overal staan uitpuilende asbakken.

Het geroezemoes gaat over in geschuifel van stoelen, gevolgd door het typische geluid van klompen op een stenen vloer. Daar is hij, mijn vader. Hij is niet eens zo veel verouderd. In zijn ene hand heeft hij een glas bier, in de andere hand een rokertje. Hoewel het er vertrouwd uitziet, verbaast het me, dat hij nog rookt, na de hartstilstand.

Mijn vader draait zich om vanaf de bar, ziet mij niet. Zijn helder blauwe ogen turen in de verte, over mijn schouders en ik kijk om. Een bekende dient zich aan. Mijn vaders oudste vriend staat lachend en zwaaiend in de deur. “Gelukt,” zegt hij. “Het had even wat voeten in de aarde, maar voor een uurtje mocht het”. Met vriend vertrek je naar de biljarttafel, die in het midden van het café is geposteerd. Er staat nog een andere man bij, die ik niet ken. Met gebaren vraagt mijn vader, of de andere man ook nog een biertje wil. Hij knikt van wel. Vader loopt terug richting de bar, pakt de keu die ongebruikt op het groene laken ligt en bestelt het glas bier voor zijn vrienden. Even later stort hij zich volop op het biljarten. Zijn ogen glimmen, stralen, genieten, zo ken ik hem niet.

Tussendoor worden alle roddels van het dorp uitgewisseld, later zijn de glazen leeg. De bardame, ook niet meer piepjong, komt naar mijn vader toe en met een geheimzinnig gezicht lijkt ze te vragen, of hij even meekomt. Er staat een vreemde taart voor mijn vader klaar, en een bosje sneeuwklokjes. De taart is versierd met tuinbonen. Niemand lijkt het gek te vinden, alle feestgangers weten immers, dat het mijn vaders lievelingsgroenten zijn.

Op de taart staan 23 kaarsjes. Blijkbaar kunnen ze hier niet tellen. Het moeten er namelijk 82 zijn. Dan schiet me de bedoeling te binnen en ik moet lachen. Het is zijn 23e verjaardag hier.

Met een precisie die past bij zijn vroegere manier van tuinieren, blaast mijn vader de kaarsjes uit. Even sluit hij zijn ogen en het lijkt, alsof hij een wens doet.
Plotseling merkt hij mij op, tussen de andere feestgangers. Papa lacht en met glanzende ogen zwaait hij naar me. Ik kijk hem aan en zie hem voor het eerst, echt. Ik geef hem een vette knipoog en ik stuur hem een grote kushand. Het is goed. Even kijken we elkaar in een moment van allesomvattend begrijpen aan, al lijkt mijn blik te vertroebelen..

De wind wakkert aan, ze kriebelt in mijn nek. Ik schrik wakker uit het verjaardagsfeest. Het kan ook niet, een taartje prikken in het hiernamaals. Even kijk ik naar beneden, naar zijn grafsteen. Verrast constateer ik, dat er een uitbundig setje planten groeit. Hoe kan het ook anders, mijn vader ligt immers hier, een tuinman.

Van harte, pap

Advertenties

2 thoughts on “Verjaring

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s