Achttien

Achttien jaar geleden werd op een zonnige avond in mei een baby geboren op OK3 van het Bovenij ziekenhuis. Tegelijkertijd met het doorklieven van de navelstreng werd ook de moeder geboren. Tijd vliegt, wanneer je het leuk hebt.

In de afgelopen achttien jaar heb ik geleerd dat opvoeden een wederkerige bezigheid is. Het is geen eenrichtingsverkeer in de zin dat je je kind uitsluitend iets moet geven of te leren; andersom is het leerproces namelijk ook heel interessant. Hoe jong je kind ook is. Je kind is als een spiegel; zorgdragen voor een mooie glans, waarmee een heldere, transparante kijk op de wereld ontstaat is een uitdaging en must tegelijk.

Vandaag schoot door mijn hoofd dat mijn jeugd zoveel anders verliep. Ik verloor mijn vader al vroeg, mijn wereld was al gauw vertroebeld. Mijn moeder was de liefste van de wereld, maar niet de meest stabiele. In 1988 werd ik meerderjarig, op mijn 18e. In één klap kwam de boze buitenwereld dichtbij, werd ik niet alleen geacht dingen zelf te regelen, ik moest het ook gewoon doen.

Er waren strenge notarissen, bankmedewerkers en er waren bureaucratische verzekeringsmannetjes die vertelden wat ik vooral niet moest doen. Ook moest ik veel brieven naar Groningen schrijven, naar de Informatie Beheer groep, die veel informatie ontving maar het zelden begreep. En de Belastingdienst, niet te vergeten. Wanhopig werd ik ervan. Er waren wel wat steunpunten maar vaak waren deze niet bereikbaar.

Hoeveel anders is het nu. Nog steeds moet je veel regelen en aanvragen. Bijvoorbeeld je zorgverzekering, je zorgtoeslag, je studiefinanciering. Ontzorgen is niet voor niets een werkwoord geworden. Gelukkig zijn de meeste zaken online te regelen en anders is er wel een appje voor. En loopt de boel vast dan is er bijna altijd wel een icoontje met een telefoontje en kun je als student soms tot wel ’s nachts (want mobiel) bellen om je zaken geregeld te krijgen. Een geruststelling.

Vandaag liepen we bij onze bank naar binnen, om de legitimatie van onze meerderjarige te laten verifiëren en een aantal zaken te laten controleren. We waren goed voorbereid, vertelde de bankmedewerker. Met goede adviezen en aanvullende apps (waarin kortingen!) verlieten we het pand, gesterkt in onze overtuiging dat we het tot nog toe niet heel verkeerd hebben gedaan. Althans niet financieel. Een groot compliment, vind ik zelf.

Diep van binnen denk ik dat we het goed gedaan hebben. Tot heden toe heeft zoonlief zijn keuzes weloverwogen gemaakt, op basis van gevoel, met het kompas van verstand losjes in zijn hand. Verder is hij, net als zijn vader en ik, lekker knapperig dwars afgebakken. Mijn leerpunt: zoon heeft meer geduld in het leven dan ik. Daar neem ik graag een voorbeeld aan.

Verder voel ik het moederschap na achttien jaar (en ook eerder) hetzelfde zoals mijn moeder het altijd uitdrukte: “Er is maar een liefste kind op de wereld. En ik heb het.”

Koers (3)

“Fifteen minutes before start”, klinkt het naast me, vanaf een schuin aflopend talud. Het is nauwelijks te verstaan door de straffe Noordwester, die genadeloos zowat de lenzen uit mijn ogen blaast en mijn neus verdooft. 

Mijn omstandigheden zijn niets in vergelijking met die van junior, die onder mij (want brug) geduldig in zijn bootje wacht tot hij zijn peddels mag gaan ronddraaien.

Zo gaat dat nog drie keer door (tien minuten, 5 minuten en 2 minuten) en dan ineens klinkt het startschot, ter verlossing voor de wachtende kanovaarders. Veertien straffe kilometers liggen voor de boeg, van Monnickendam via Overleek naar Ilpendam, met een portage, en daarvandaan richting Noord Hollands kanaal, naar het clubhuis.

Ieder jaar roep ik dat ik deze kanomarathon ook wil meevaren maar elk jaar haak ik ook weer gracieus af. Tien kilometer kanoën kan ik, maar nog eens vier erbij en een portage is wat mij betreft een brug te ver. Ter uitleg: een portage wil zeggen dat je met je punt van je kano de kant in, nee ópvaart, eruit klautert, je kano beetpakt en gaat hollen tot het punt waar je weer met je kano het water in kunt. Noem het kano klûnen.

De tientallen kanovaarders schieten weg, aangemoedigd door het startschot én de toeschouwers, die voor dit evenement massaal zijn uitgelopen. Familie, bekenden, maar ook toeristen stoppen op de brug en aanschouwen -sommigen enigszins verbaasd- het tafereel. Terwijl ik mijn eigen junior zie weg peddelen, ga ik in gedachten de route na. Even later loop ik terug naar mijn auto, waarmee ik hem heb weggebracht.De auto is opgedekt met het kanorek. Ik zal terugrijden naar huis en dan de fiets pakken, met de rugzak met spullen van junior, en hem vervolgens ergens halverwege tegemoet fietsen.

Terwijl ik de provinciale weg opdraai bedenk ik me hoe paradoxaal dit is. Junior, die zijn eigen weg nu aan het vinden is, via allerlei kleine slootjes, dwars tegen de Noordwester in en ik, schakelend, hortend en stotend richting huis. Ik ben geen fan van autorijden en al helemaal niet wanneer ik moet schakelen. Honderd keer vraag ik me af waar hij zal peddelen en elk stoplicht is er een teveel. Wanneer ik eindelijk onze straat indraai, merk ik tot mijn ergernis dat er een dashboard lampje is gaan branden. Natuurlijk. Maar helaas, jammer, vandaag heb ik er geen tijd voor.

Ik parkeer keurig achteruit, schiet naar binnen en werk gauw twee boterhammetjes met pindakaas naar binnen. Ik verzamel de spullen van junior die hij –uiteraard- nonchalant op de achterbank van de auto heeft achtergelaten en zoek mijn mountainbike. Met redelijk slappe achterband verlaat ik huis en haard, om junior tegemoet te gaan fietsen.

Tot mijn verbazing vind ik hem al gauw terug, op het Noord Hollands kanaal en redelijk dichtbij de eindstreep. Apetrots ben ik, hij is nu al zoveel verder dan vorig jaar. Dik onder de anderhalf uur gevaren komt hij doodvermoeid en tegelijkertijd gelukkig met zijn tijd, aan bij de finish.

En vandaag, een dag na de race, kijken we samen naar de mogelijkheden van een HBO opleiding. Mijn kind, mijn techneut met tot voor een paar jaar geleden een verschrikkelijke hekel aan school, kijkt naar zijn mogelijkheden van een vervolg op het mechatronicagebeuren wat hij nu in Amsterdam volgt. Vooralsnog komen we uit bij de Haagse Hogeschool met een locatie op de TU-campus van Delft, en……. een mechatronica-opleiding aan de Hanzehogeschool in Groningen.
Even moet ik slikken.

Maar diep van binnen weet ik dat hij ook die route weer zelf zal uitzoeken én bevaren.