Candy

Nerveus drentel ik over de bovenverdieping. Ik loop wat achter met mijn was en morgen werk ik, dus dan komt het er niet van. Ietwat drukkig verzamel ik hoopjes kleding en die sorteer ik op kleur. Macro- en microscopisch. Even later draait er een rode was in mijn wasmachine.

Eigenlijk wil ik nog wel een was draaien want wat vandaag af is,  is maar klaar. Ik besluit hierna de machine nogmaals te vullen. Wel even goed op de tijd letten zodat ik de eerste was er ook echt uithaal en ophang anders meurt het enorm en kan ik morgen weer opnieuw beginnen.

Plots schiet me te binnen dat ik de luxe heb om over twee wasmachines te beschikken. Lieve Candy van mijn moeder staat nog altijd in haar oude badkamer. Dat is ook weer zoiets, nu ik het opschrijf realiseer ik me, dat we die ruimte nog steeds niet onze tweede badkamer noemen. Dat is eigenlijk best raar.

Blij en opgewekt over mijn onverwachte meevaller loop ik met de tweede stapel naar Candy, open haar deurtje en kwak de zwarte was naar binnen, gevolgd door een bekertje vloeibare zeep, een anti-vlekkenmiddel en een scheut wasverzachter. Ik zet mijn interne wekker op anderhalf uur. Ook onthouden, anders meurt het hier eveneens en kan ik twee wassen overnieuw doen.

Ik sluit het deurtje en druk op de startknop. Direct gaan er gezellige rode lichtjes branden. Behalve de lichtjes schiet er verder niks anders in de houding. Geen klik, geen vergrendeling, niks. Verbijsterd doe ik het deurtje weer open, controleer de sluiting en doe het deurtje, nu wat behoedzamer dan de eerste keer, dicht.
Wederom druk ik op de startknop en opnieuw gaat alles vrolijk branden maar verder gebeurt er niks, behalve dat het sleutel icoontje blijft knipperen.

Een beetje beduusd ga ik na, wat ik verkeerd gedaan kan hebben. Plotseling verschijnen er verschillende beelden door mijn hoofd. Die van mijn paniekerige moeder, die de deur van de wasmachine niet meer open krijgt. De deur schiet maar niet uit het slotje. Op een ander moment wil de machine niet meer starten. Mijn moeder kon er radeloos van worden, apparaten die niet deden wat ze zouden moeten doen.

Eens heeft ze zo hard op de knopjes gedrukt uit pure woede, dat de knopjes aan de verkeerde kant van het bedieningspaneel terecht kwamen. Dat werd lastig want er moest een monteur aan te pas komen, met een nieuw knoppensetje. Eigenlijk was het geen garantie maar dankzij mijn moeders glimlach (een van haar vele) en mijn uitleg achter moeders rug, over dat sommige oudere mensen hun krachten niet kennen, werd het paneel met een knipoog terug van de monteur, kosteloos gerepareerd.

Vervolgens kreeg de monteur dezelfde uitdaging. Onze Candy sprong weliswaar in de houding met brandende lampjes maar er ontstond geen klik met de monteur. Even later kwamen we erachter waarom de machine niet wilde starten; madam Candy stond niet waterpas en dus vergrendelde het deurtje zichzelf dan niet helemaal. En andersom, als de machine van haar plek was gerateld na een flinke centrifugebeurt, schoot het deurtje in de stress en ging ze dus niet los. Al die tijd lag het deurenprobleem niet aan mijn moeder, het kwam door de scheve badkamer vloer.

Op deze prinsjesdinsdag schiet ik opnieuw in de lach. Ik neem een vers kartonnetje, net als de monteur destijds deed, schuifel wat met hare Candy heen en weer, zet haar stevig op haar pootjes en druk op de startknop. Ik geef de deur een zacht duwtje met mijn voet, sla in stilte een kruisje en ik hoor de vergrendeling erop schieten.

Sommige dingen blijven, gelukkig. Daar kan zelfs een overlijden niets aan veranderen.

Mijlpalen

Er zijn verschillende gewichtige momenten in het leven van mijn kind geweest, die evenredig van significant belang waren voor mij als moeder. De eerste glimlach, het staan, de eerste stappen lopen, het zelf leren eten.

Later werden de vorderingen wat moeilijker. En loopfietsje werd een fiets met zijwielen en ineens kon het (na een uitdaging) los. Zwemmen. De vlindertjes om de armpjes verdwenen en na een tijdje aan de zwembadrand te hebben doorgebracht, bleek mijn kind over duik kwaliteiten te beschikken.
En zeer vlot met een regenpak aan te kunnen zwemmen.

In groep 3 kwam hij elke dag uit school met een nieuw woord dat hij kon lezen en soms kon hij het ook al opschrijven. Met links, dus soms in spiegelschrift. Een opstel werd een werkstuk en nog later een verslag. Bij elke mijlpaal werd zijn wereld en dus ook die van mij, vergroot. In groep 8 volgde een CITO score. Beetje bij beetje verdween het jongetje en ontwaakte de tiener.

Een stageweek later had mijn kind ineens een bijbaan, als vijftienjarige fietsenreparateur. Van versnelling uit elkaar zetten en weer in elkaar puzzelen tot een band repareren, het ging vlekkeloos en vrij gemakkelijk. Voor ik het in de gaten had, stond het examen van het voortgezet onderwijs voor de deur. Na enkele weken en een dag of wat nagelbijten konden we ineens een vlag en een rugzak ophangen en ging de brug naar de volgende route open. Op weg, richting volwassenheid.

Deze mijlpalen heb ik regelmatig met verbijstering gevolgd, doordat mijn hoofd niet altijd begreep dat het heus toch al echt zover was gekomen. Ineens keek ik op tegen mijn kind, een krathoogte groter dan ik, om hem in zijn vaders ogen te kunnen aankijken. De glimlach is eveneens een kopie van zijn vader geworden, zijn uitstraling komt van mij.

En toen was er zomaar ineens de dag waarop hij plaatsnam achter het stuur van een Ford Fiesta. Nu zit er nog een L op het dak van de auto geplakt maar dat zal mogelijk niet heel lang duren. Terwijl hij de straat uitrijdt, loopt mijn gemoed over en mijn oogwater ook. Het is verdorie ook wat, mijn kind rijdt auto. Weer een nieuwe ervaring en wat voor een. Voor hem en ook voor mij.

Opnieuw vaart hij verder, volgt zijn eigen koers. Gewapend met zijn gebruiksaanwijzing die regelmatig zoek is (niet meegeleverd!) en een humeur waar ik soms op zou willen schieten, blijft mijn kind, tevens geladen met humor en zijn twee rechterhanden, een fantastisch mens in wording.

Ja ik weet het, blinde vlek. En ja, hij is niet van mij. Ik mag hem slechts een tijdje bij me houden, op weg naar zelfstandigheid. Maar ik hoop van harte dat hij zich nog een tijdje aan mij laat uitlenen.
Want ik leer van hem net zoveel als hij -hopelijk- van mij doet.