Telkens trap ik er weer in. Schriftjes vol goede moed en redenen waarom ik niet meer wil roken. Een maand later beleef ik nicotinesprookjes in 3D virtual reality en drijft de lucht van sigarettenrook me tot wanhoop. Het kost me veel energie. Het is bijna een rookstròppoging.
Niet schrikken want nee, ik rook niet en nee, ik ga het ook niet meer doen. Ik was echter eventjes vergeten dat het stopproces zo’n ingrijpend gebeuren is terwijl het eigenlijk helemaal nergens over gaat. Want laten we wel wezen: de rotzooi stinkt, het is qua kosten een elitesport geworden en ik wil graag grootmoeder dan wel overgrootmoeder worden, over een jaartje of vijfenveertig. Met een enigszins strak gezichtje.
De eerste vier weken geloofde ik er heilig in. De sigaret was duivel geworden en oh God, wat stonk het. Gelukkig maar, want dat maakte het stopproces een beetje makkelijker. De conditie ging vooruit, mijn huid beleefde een natuurlijke facelift en kortom, ik voelde me fantastisch. Mede dankzij het appje dat ik op mijn smartige telefoon had geïnstalleerd. De euforie duurde tot ergens halverwege deze week. Het nicotinemonster is aan het strijden en het kreng heeft de vlag halfstok gehangen in mijn bovenkamer. De sfeer tussen mijn beide hersenhelften is om te snijden. Het is dat een scheiding niet tot de mogelijkheden behoort want ik word gek van het geruzie.
“Er is een dierbare vriend heengegaan,” schreeuwt de linker hersenhelft tegen de rechter. De rechter galmt vals terug dat ze in verband met nicotinegebrek tot nader orde niet raadpleegbaar is. Geen wonder dat ik niet meer weet wat ik op mijn brood wil en dat de werking van de broodrooster aan mij voorbij gaat. Mijn prefrontale cortex probeert de boel nog rationeel te sussen onder het mom dat er toch meer in het leven bestaat dan alleen roken. Er is echter geen houden aan, mijn verstand staat in direct contact met het gevoel en de hormonen. De gehele fabriek weigert iedere redelijke benadering van het rookstopproces.
Daarmee is een tweede rouwproces aangebroken. Onaangekondigd en zonder een werkelijk verlies. De kunst is, om het tij te keren. Want in tegenstelling tot wat het rariteitenkabinet in mijn bovenkamer met elkander bekookstooft: roken wil ik niet meer. Niente. Nada, never.



